Weesjes met een slurf

Rond etenstijd slaat de onrust toe onder de bewoners van 's werelds enige olifantenweeshuis. Sommige werken nerveus karrevrachten palmbladeren naar binnen, terwijl andere van puur ongeduld beurtelings in woest gebrul en getrompetter uitbarsten. Oppassers zijn druk doende grote melkflessen leeg te gieten in gulzig geopende bekken.

Het voederen is een heel karwei want elke jonge olifant heeft per dag al gauw twintig liter melk nodig en het Pinnewala-weeshuis, op 80 kilometer ten noordwesten van de Sri-Lankese hoofdstad Colombo gelegen, telt niet minder dan 68 olifanten. Verder eten ze de man per dag zo'n 75 kilo aan bladertakken en fruit. De souvenirs van deze schranspartijen liggen hier en daar op het terrein in de vorm van op zware kanonskogels gelijkende uitwerpselen.

Begin jaren zeventig besloot de regering hier een opvangcentrum op te zetten voor jonge olifanten die zonder hun ouders werden aangetroffen in de naburige jungle. Het oord zou bovendien kunnen uitgroeien tot een toeristische attractie, hoopte men niet ten onrechte. Het begon met slechts een handjevol wezen, maar inmiddels is het een volwaardige kudde geworden. De olifanten blijven niet altijd. Soms worden ze na verloop van tijd aan een tempel of aan een dierentuin geschonken.

Een van de nieuwste aanwinsten is het aandoenlijke, zeven maanden oude baby-olifantje Vasanthi. Als enige is zij geen wees, maar toch mocht ze van iedereen blijven. Ze is namelijk de vrucht van een stormachtige liefdesaffaire tussen de wat oudere wezen Vijay en Matali.

In een geheel andere categorie valt de naar schatting 60-jarige Raja (Koning), die pas een paar maanden geleden arriveerde. Een harteloze jager schoot hem in het oerwoud zijn ogen uit. Het weeshuis ontfermde zich over de bejaarde, blinde bul. Ook in het opvangcentrum leidt hij echter een vreugdeloos bestaan. Volgens de oppassers zit hij boordevol agressie en moet hij omwille van de veiligheid van zijn veel jongere soortgenoten meestal goed vastgeketend blijven. Somber vermaalt hij de ene kilo palmbladeren na de andere tussen zijn imposante kaken.

Het bestaan van de meeste andere bewoners is echter aanmerkelijk vrolijker. Niet alleen krijgen ze eten en drinken in overvloed, ook brengen ze iedere dag een uurtje of vier in het water van een naburige rivier door. Naar hartelust spartelen ze in het water, om vervolgens met niet minder plezier zichzelf en elkaar met behulp van hun slurf vol te spuiten met droog zand. Een en ander wordt gadegeslagen door drommen toeristen en kinderen op schoolreisje.

Elk jaar sterven er in de jungle naar schatting 70 olifanten, ongeveer de helft door toedoen van jagers die zijn belust op het ivoor van hun slagtanden, en een ander deel door natuurlijke oorzaken. Verder vallen er nogal wat olifanten ten prooi aan de bewakers van thee- en suikerrietplantages, die niet willen dat de olifanten de oogst komen bederven. Doordat de plantages steeds verder uitdijen ten koste van de jungle, hebben de olifanten steeds minder de ruimte. De totale olifantenpopulatie in de wildernis van Sri Lanka wordt thans geschat op 2.500. Mede als gevolg van alle schietpartijen blijft Pinnewala verzekerd van een constante aanvoer van verweesde olifantjes.

De bevolking van Sri Lanka heeft vanouds een haat-liefde verhouding gehad met de dikhuiden. Olifanten worden dikwijls, van top tot teen versierd, ingezet bij belangrijke ceremoniële gebeurtenissen. Veel tempels houden er graag een of meer olifanten op na. Gegoede Sri-Lankezen laten verder bij bruiloften de bruidegom bij voorkeur op een olifant bij het huis van de bruid arriveren.

Daarnaast worden olifanten nog steeds ingezet voor zwaar werk, zoals het versjouwen van boomstammen. Maar in het tijdperk van de machine verschuift deze rol van de olifant steeds meer naar de achtergrond. In sommige dorpen houdt men van een goed olifantengevecht. De dieren krijgen dan tevoren een stevige portie thoddi, een soort palmwijn. Ze zijn daar gek op, maar raken er ook snel door in een strijdlustige stemming.

De aanschaf van een olifant kan aardig in de papieren lopen. De huidige prijs is zo'n 150.000 rupees (6.000 gulden), evenveel als een tweedehands auto. Daarnaast moet de nieuwe aanwinst natuurlijk elke dag rijkelijk van voedsel en drank worden voorzien, al dan niet alcoholisch.

Maar er zijn ook dorpen waar de bewoners 's nachts geen oog dicht doen uit angst dat agressieve olifanten hen in hun hutjes zullen vertrappen. Denkbeeldig is die angst allerminst. Van tijd tot tijd komen er zo Sri-Lankezen aan hun einde. Ook verder blijven arme boeren liever verschoond van olifantenbezoek. In een kwartiertje tijds kunnen de dikhuiden het land van een eenvoudige boer zonder moeite ruïneren, de arme man en zijn familie in diepe wanhoop achterlatend.