VS zijn nog niet af van Vietnamtrauma

WASHINGTON, 29 APRIL. Eén enkele bestseller heeft de wonden van een kwart eeuw geleden geleden opengereten: is de schuldbekentenis van 'Mr. Vietnam' zelf, voormalig minister van defensie Robert McNamara, die zorgvuldige tellingen van het aantal gedode Noordvietnamezen bijhield.

McNamara's boek In Retrospect, al weken bovenaan de Amerikaanse boekentoptien, is bedoeld als een oefening in cybernetica. De voormalige technocraat McNamara wil zijn vroegere dilemma's beschrijven om “herhalingen in de toekomst te voorkomen”. “Wij hadden ongelijk, verschrikkelijk ongelijk”, geeft hij toe.

Met het vuur van een nieuwe missie presenteert hij de dilemma's van de tijd van de oorlog in Vietnam. Ja, hij rapporteerde in 1965 al dat de kans op een overwinning op de Noordvietnamezen klein was maar er was ook het gevaar dat een Amerikaanse terugtrekking de bondgenoten elders onzeker zou maken. En dan was er het gevreesde domino-effect: als Vietnam valt voor het communisme, zullen meer Aziatische landen volgen. Pas achteraf begreep hij dat het een nationalistische oorlog was.

Het boek heeft een storm van kritiek ontketend. Te oordelen naar de reacties lijkt het wel of de oorlog pas gisteren is geëindigd. Er is weinig medeleven met de televisietranen die de 78-jarige McNamara na 28 jaar zwijgen heeft vergoten. In 1967 promoveerde president Johnson hem tot directeur van de Wereldbank om van zijn kritiek af te zijn. Daar hield McNamara zich bezig met een ander, positiever soort body count: het opvoeren van de levensverwachting in de ontwikkelingslanden. Loyaliteitsgevoelens weerhielden hem ervan zich openlijk uit te spreken over de oorlog. “Ik was dienaar van de president en niet direct gekozen door het volk”, verdedigt hij zich.

Nu zoekt hij slaag en journalistieke geseling op talkshows. The New York Times noemde McNamara, die de 58.000 Amerikaanse gesneuvelden op zijn geweten zou hebben, “moreel bankroet”, “spiritueel dood” en een verspreider van “excuses in prime time en ranzige tranen, drie decennia na dato”. David Halberstam, de schrijver van The Best and the Brightest over de besluitvorming in de Vietnam, vond hem “een geneutraliseerde, verlamde zelfkweller en een zwakke man”.

Slechts enkelen, zoals de voormalige Democratische presidentskandidaat George McGovern, konden waardering opbrengen. De meeste voormalige demonstranten halen hun neus op. De Vietnamveteranen of hun familieleden zijn nog verbitterder, nu hun hoogste baas van toen heeft erkend dat ze voor niets hun leven hebben gewaagd of een been, een zoon of een vader hebben verloren. Zij, die bloedend door de Vietnamese modder hadden gebaggerd, wisten al dertig jaar dat de oorlog zinloos was maar verwachtten toch meer eer.

De late bekentenis van McNamara bevestigt nogmaals de afstand tussen de militaire planner en de man met het geweer in het rijstmoeras. McNamara vermeldt nog het vandalisme aan zijn huis in Aspen en het spuug van een demonstrant in zijn gezicht in het vliegveld van Seattle, toen hij terugkeerde van een bergtocht met zijn gezin. Het kan de verachting van de man met het veteranenpetje in de rolstoel alleen maar groter maken.

Hoe scherp de verdeeldheid nog is, bleek tijdens een scherpe uitwisseling tijdens een praatprogramma tussen Senator John McCain, die zelf vijf jaar krijgsgevangene is geweest in communistisch Noord-Vietnam, en McGovern.

“Toen wij gevangen zaten, waardeerden wij niet dat u zei dat u op uw knieën (naar de Noordvietnamese hoofdstad) Hanoi zou gaan om vrede te krijgen”, zei hij.

“Als ik president was, zouden we daar nooit zijn geweest”, riposteerde McGovern.

Waarop McCain fel antwoordde: “Als u president was geweest, zou ik daar waarschijnlijk nog achter tralies zitten.”

De Republikein McCain is de belichaming van het nog alom heersende Vietnamtrauma. Hij is de felle kriticus van Amerikaanse militaire operaties zonder duidelijke afgerond doel, zoals in Somalië en Haïti. Hij wil ook geen Amerikaanse betrokkenheid bij Bosnië en zeker geen opheffing van het VN-embargo tegen de ex-Joegoslavische republieken. Maar gesteld tegenover de atoomdreiging van Noord-Korea werd de voormalige marinepiloot plotseling gung ho en bepleitte hij luchtbombardementen.

Er groeit nu een nieuwe generatie op die geen dienstplicht heeft gekend, laat staan bereid is om oorlogen in afgelegen oorden te voeren. Zodra er waar dan ook een paar Amerikaanse doden vallen, debatteert het Congres over terugtrekking, waarbij onder anderen McCain teruggegrijpt op Zuid-Oost-Azië. Een domino-effect van de schurkstaten blijkt niet op te gaan. Alleen de Golfoorlog, waar het prijsschieten was voor de Amerikanen op een kwetsbaar en slecht uitgerust Iraaks leger, is bruikbaar als model voor een buitenlandse oorlog.

Het Vietnamverleden leeft in Amerika sterker dan de Tweede Wereldoorlog. De Japanse luchtaanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor was een totale verrassing. Maar de Duitsers en Japanners werden daarop in vier jaar op twee continenten en twee wereldzeeën teruggeslagen. De Vietnamoorlog vertroebelde daarentegen veertien jaar de binnenlandse verhoudingen en de Amerikaanse nederlaag maakte een einde aan de illusie van almacht.

De herdenking brengt een combinatie van leed en schaamte maar ook een beetje triomf omdat Vietnam uiteindelijk kapitalistisch wordt en Amerikaanse ondernemers graag ontvangt, nu de betrekkingen worden genormaliseerd. De Amerikanen verbazen zich er vooral over hoe weinig haatdragend de Vietnamezen zijn.

Illustratie: Vietnam chronologie