'Vroeger was winnen leuk, nu is niet-verliezen ook al leuk'

Als Anderlecht morgen van Standard Luik verliest dan kan JAN BOSKAMP zijn derde opeenvolgende landskampioenschap wel vergeten. Voor zijn toekomst maakt het niets uit. Boskamp heeft tot ieders verbazing kenbaar gemaakt dat hij volgend seizoen bij Anderlecht liever jeugdtrainer dan hoofdtrainer is. Het werken met ketjes vindt hij nu eenmaal het leukste.

De topper tussen Anderlecht en Standard staat op het programma en daarom worden in de entreehal van het chique stadion zelfs de deurmatten ververst. Trainer Jan Boskamp moet op de eerste etage op audiëntie bij voorzitter Constant Vanden Stock, maar is er niet bepaald op gekleed. Hij draagt een trainingspak en loopt op slippers. Manager Verschueren was vlak voor het einde van de training het veld opgestapt en had Boskamp gevraagd of hij zich bij de almachtige Vanden Stock wilde melden. En dat deed de trainer, ongedoucht en zonder zich om te kleden.

“Mooi toch!”, reageert Boskamp schaterlachend als zijn niet bij het interieur passende badslippers ter sprake komen. De 47-jarige Rotterdamse volksjongen van weleer is ook bij het deftige Anderlecht zichzelf gebleven. “Ik draag hier alleen wat vaker een stroppie, dat is alles.”

Hij weet dat het veel mensen heeft verbaasd dat hij het drie seizoenen heeft uitgehouden bij Anderlecht. Zelf zei Boskamp bij zijn aanstelling in januari '93 dat het hem een raadsel was waarom ze hem hadden genomen. “We zochten een leeuwentemmer”, verklaarde manager Verschueren destijds. Boskamp: “We hebben ons vaak de krampen gelachen, mijn vrouw en ik. Dan kwam ik thuis en dan vroeg Jennie of we hadden gewonnen. Ja, zei ik dan en nu mag ik nog een weekje langer blijven. Ik was er net toen de voorzitter verklaarde dat hij niet meer zo happig was op Ollanders. Wat ben ik dan, vroeg ik aan hem. Jij bent er geen, jij bent een Belg.”

Boskamp kan het goed vinden met Vanden Stock. De voorzitter sprak dondermorgen voor het eerst dit seizoen de spelersgroep toe en benadrukte het belang van de cruciale ontmoeting met koploper Standard, dat met nog vier duels te gaan twee punten meer heeft. De training begon twintig minuten te laat. “De president waakt over zijn club, van het eerste elftal tot de jeugd”, zegt Boskamp. Hij praat wekelijks met Vanden Stock, vroeger zelf speler en trainer. Soms duurt dat zo lang dat ze in een van de loges de maaltijd gebruiken. “Hij volgt alles in het voetbal, zit er bovenop”, aldus Boskamp.

De voorzitter geeft natuurlijk zijn mening over het elftal. Maar hij heeft Boskamp nog nooit opgedragen een bepaalde speler op te stellen. “Verleden jaar dacht ik dat hij dat wel een keer deed. Ik ben naar hem teruggegaan en heb gezegd: president, die jongen speelt niet, nooit. En als u dat niet goed vindt, zet me dan maar buiten. Hij antwoordde dat hij zich niet met de opstelling wilde bemoeien. Dat was voor een wedstrijd in de Champions League. Drie weken later moest ik op mijn woorden terugkomen. Toen had ik die speler ineens nodig.”

De trainer vertelde de voorzitter in februari dat hij volgend seizoen liever de jeugd dan het eerste team wil trainen. Dat vond Vanden Stock geen prettige mededeling, merkte Boskamp. “Zoiets kan je bij een club als Beveren zeggen, maar niet bij Anderlecht. Mijn kameraad Jean Dockx, de hulptrainer, vroeg of ik zot was.” Want bij Anderlecht bepaalt Vanden Stock wat er met de technische staf gebeurt en niet een of andere trainer. Toch mag Boskamp blijven. Hij schat de kans dat dat ook gebeurt op 95 procent. “Maar die laatste vijf procent zijn heel belangrijk voor me.”

Boskamp vindt dat iedereen binnen de organisatie hetzelfde moet denken over de jeugdopleiding. “En ik ben er nog niet zeker van dat hunnie op dezelfde golflengte zitten als ik.” Boskamp wil bijvoorbeeld dat elk team van Anderlecht met echte vleugelspitsen gaat spelen “En van mijn principes lever ik helemaal niets in.” Het is dus kiezen of delen. Hij wil uiterlijk komende donderdag weten waar hij aan toe. “Het liefste blijf ik nog heel lang bij Anderlecht.” Maar komt hij niet tot overstemming, dan zal Boskamp zich eerst drie maanden bezighouden met het organiseren van voetbalkampen. Samen met leraar Piet de Mol heeft hij al zes jaar een eigen bedrijfje.

Bij Anderlecht blijkt men overigens niet altijd naar Boskamp te luisteren. De trainer adviseerde Ronald Koeman te contracteren toen hij als een van de eersten van diens zakenwaarnemer Lagendijk hoorde dat de verdediger Barcelona verlaat. “Nee, hij is te oud, zeiden ze hier. Daar word ik moedeloos van. Koeman kan mooi al die lopers sturen. Die witte legt de bal van tachtig meter afstand zo op je stropdas.”

Koeman zou volgens Boskamp een uitstekende aankoop voor zijn opvolger zijn geweest. Hij verwacht dat de Duitser Herbert Neumann of René Vandereycken, ex-international en ex-speler van Anderlecht. De laatste is nu trainer van RWD Molenbeek. “En wij moeten nog tegen Molenbeek spelen”, zegt Boskamp. “Misschien wachten ze daarom met bekendmaken. Dat zou een bekend spelletje zijn.”

Boskamp maakt zich niet druk over wie zijn opvolger wordt. Voor hem is drie seizoenen bij de hoofdmacht van Anderlecht in ieder geval genoeg geweest. “Gewoon genoeg.” Het heeft niets te maken met eventuele problemen met spelers. Hij kan met de een beter opschieten dan met de ander, maar hij heeft het nog steeds naar zijn zin met de selectie. Volgens Boskamp is het een gevoelskwestie.

Later bekent hij dat het vertrek van de echte topspelers bij Anderlecht wel een beetje heeft meegespeeld bij zijn beslissing. Hij genoot nog het meeste van de samenwerking met Luc Nilis en Marc Degryse. De eerste ging vorig jaar naar PSV, de laatste neemt deze zomer afscheid. “Nilis vonden ze in België eerst maar niets. Die kon niet voetballen. Nu roepen ze dat we zulke spelers hier missen. Nilis speelde vorig seizoen vijf weken lang heel slecht. Toch liet ik hem staan. Men verklaarde me voor gek. Ook de president. Maar Luc liet me niet in de steek. Hij speelde daarna vier maanden fantastisch en we werden kampioen.”

Maar Anderlecht heeft nu toch Gilles de Bilde gekocht, het grootste talent van België? “Hij is eigenlijk de opvolger van Nilis. Maar wie komt er dan in de plaats voor Degryse?” De trainer vindt De Bilde een goede speler, maar hij was ooit flink teleurgesteld in de spits toen deze voor een voetbalkamp mee ging naar Brazilië en daar voornamelijk op het strand lag. “Nee, ik denk niet dat hij is veranderd.”

Dat is dus precies wat Boskamp bedoelt. Hij mist in België en Nederland nogal eens “de bezieling en bezetenheid” bij de spelers. En ketjes, zoals hij in Brussels dialect kinderen noemt, zijn wat dat betreft nog echt. Hij geniet als hij met hen bezig is. “Ik roep al 25 jaar dat ik het liefste wat met de jeugd doe.” Hij was vijftien jaar toen hij al junioren trainde. Als jeugdspeler van Feyenoord assisteerde hij hoofdtrainer Ben Peeters met het schoonmaken van kleedkamers en schoenen. “En op zaterdag ging ik met C3 of C4 mee naar de wedstrijd. Die jongens waren bijna net zo oud als ik.”

Feyenoord heeft nog steeds een grote plek in zijn hart. “Als ik ergens mee zit bel ik de Kromme op.” Een aanbod uit Rotterdam-Zuid zou voor hem een van de weinige redenen zijn om een terugkeer naar Nederland te overwegen. Boskamp woont al 22 jaar in België. “Wat bij Ajax kan, kan bij Feyenoord ook”, weet hij. “Vroeger versloegen we met de jeugd Ajax, hè.” Hij heeft bewondering voor wat er in Amsterdam gebeurt. Maar hij praat er niet graag over. “Want ik kom nu eenmaal uit het nest met die andere rood-witte kleuren.”

Zijn oude makker Wim Jansen belde hem een aantal jaren geleden eens op namens Feyenoord. “Hij wilde me een beetje peilen. Laat me met rust, heb ik geroepen. Ik was toen net bij Beveren met iets moois bezig. Dat had echt toekomst. Maar ik kreeg daar ruzie met iemand en ben vertrokken. Zo zit ik in elkaar. Die man is nu weg en Beveren belde gelijk op.”

Uit alles blijkt Boskamps liefde voor de jeugd. Zo staat hij tijdens de lunch in de brasserie naast het stadion leerlingen van een schoolklas te woord. Iedereen krijgt een handtekening. Hij zegt er keurig alsjeblieft bij. “Wat kan het die ketten schelen dat ik zit te eten. Die begrijpen dat toch niet. Het zou anders zijn als een volwassene het aan me zou vragen. Die moet maar even wachten.”

Boskamp was woensdagavond niet in het Anderlecht-Stadion bij de interland tussen België en Cyprus en hij zat ook niet voor de televisie. De trainer bekeek in Hasselt een duel bij het EK voor spelers tot zestien jaar. “Zo'n wedstrijdje is toch veel leuker.” Boskamp was deze week elke avond bij het EK. Hij wil alle ploegen zien. “Je ziet dat al op die leeftijd spelers worden afgeremd. Aan de libero van Slovenië merkte ik bijvoorbeeld dat hij de drang had om door te schuiven naar het middenveld. Maar hij mocht dat niet van zo'n ketel op de bank. Zo haal je de lef bij spelers weg.”

Maar hij zag ook positieve aspecten. “Bij Frankrijk en Spanje liep het water uit mijn mond.” Hij noemt enthousiast de rugnummers van de beste Franse spelers. “Zulke goeien heb ik hier in de competitie nog niet gezien.” Boskamp bevestigt dat het droevig gesteld is met het Belgische voetbal. “Toch spreek ik dat hier altijd tegen. We hebben niets aan negatief gepraat. Een huis kan ik makkelijk afbreken, maar er een bouwen zal me niet lukken, begrijp je.”

Boskamp vindt het tijd dat de trainers in het voetbal tot bezinning komen. “Het ligt aan òns dat het vaak niet om aan te zien is. Vroeger was winnen leuk. Nu is niet-verliezen ook al leuk. Neem Paris St. Germain-AC Milan. Ik dacht dat wordt een wereldpartij. Wie dacht dat niet? Maar het was waardeloos, kloten.”