Turkse genodigden mijden koninginnedag

ANKARA, 29 APRIL. Jenda Horak, de Nederlandse ambassadeur in Turkije, beleefde gisteren ongetwijfeld de meest bizarre dag in zijn diplomatieke carrière.

Namens de Koningin der Nederlanden werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, maar veel lof leverde deze hoge onderscheiding hem in Turkije niet op.

Gezien de politieke crisis tussen Ankara en Den Haag, onder meer als gevolg van de oprichting van het Koerdische parlement in ballingschap, op 12 april in Den Haag, lieten de Turkse genodigden voor de officiële receptie ter ere van koninginnedag het gisteren in Ankara vrijwel geheel afweten. Namens het Turkse ministerie van buitenlandse zaken waren slechts de chef van het protocol en de directeur-generaal Europa aanwezig, terwijl vorig jaar de toenmalige minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, zelf zijn opwachting maakte.

De militaire attaché bracht twee uren staande aan deur van de Nederlandse residentie door zonder ook maar iemand van de Turkse luchtmacht, landmacht of marine te bespeuren. Zijn enige gasten waren de militaire attachés van andere ambassades in Ankara. De hoogste Turkse gast was de onder-secretaris van het ministerie van cultuur, Emre Kongar. Enkele anderen Turken die het hadden gewaagd de Nederlandse residentie te betreden, kwamen onder meer uit de hoek van het onderwijs, de landbouw en de mensenrechtenorganisaties.

Het gebruikelijke gedrang op het balkon en in de ontvangsthal van de op koninginnedag altijd te krappe Nederlandse residentie was er dit jaar dan ook niet bij. De receptie had meer weg van een onderonsje van buitenlandse diplomaten in Ankara dan van een officiële ontvangst ter gelegenheid van wat hier onze nationale dag wordt genoemd.