Terence Trent d'Arby: moderne soul; 'Ik ben een kluizenaar in de wereld van de pop'

In Terence Trent d'Arby's nieuwe cd TTD's Vibrator weerklinkt de echo van de van soulzanger Sam Cooke. Al heeft d'Arby zijn haar nu gemillimeterd en zilver geverfd, aan de traditie van soulmuziek houdt hij vast. Gesprek met 'een oude ziel in een jong lichaam'.

Terence Trent d'Arby's Vibrator is uitgebracht door Sony Music (Columbia 478505-2)

“Ben ik een soulman? Ik waag me liever niet aan dat soort benamingen. In de Verenigde Staten wordt het woord soul onmiddellijk geassocieerd met een donkere huidskleur. Zoals rhythm & blues na het afschaffen van de slavernij nog lange tijd werd aangeduid als race music. Ik ben geen slaaf, maar een café au lait-kleurige zanger die op zoek is naar de spiritualiteit die in soulmuziek besloten ligt. In dat opzicht beschouw ik mezelf als een oude ziel in een jong lichaam.”

Terence Trent d'Arby (33) is een hedendaagse soulzanger in de traditie van invloedrijke artiesten als Sam Cooke, Marvin Gaye en Curtis Mayfield. Ten tijde van zijn succesvolle debuutalbum Introducing the hardline (1987) blies d'Arby hoog van de toren door zichzelf tot een genie te bestempelen. Zijn muzikale ambities reikten van meet af aan verder dan het door romantische videoclips ondersteunde imago van een aantrekkelijke 'ladies man' met een wapperende bos pijpekrullen. Vroege hits als Sign your name en If you let me stay weerspiegelden zijn achtergrond als popzanger met een gospel-training. De daaropvolgende cd met de ongelukkige titel Neither fish nor flesh en het over-ambitieuze Symphony or damn bleven steken in artistieke pretenties die niet gepaard gingen met voldoende toegankelijke popsongs. Op zijn nieuwe album TTD's Vibrator heeft de nog steeds niet door valse bescheidenheid gehinderde zanger een compromis gevonden tussen muzikale diversiteit en tijdloze soulnummers als de single Holding on to you, waarin de echo weerklinkt van de doorleefde zangstijl van de grote Sam Cooke.

Zijn haar is zilver geverfd en gaat verscholen onder een haarnet dat in een vorig leven als nylonkous dienst moet hebben gedaan. Op de cd-verpakking staat Terence Trent d'Arby afgebeeld als een overjarige cherubijn, met donzige vleugels en een in extase verkerend engelengezicht. Achter de titel Vibrator moeten geen overdreven seksuele motieven gezocht worden, verklaart hij, ook al draagt de toevoeging 'batteries included' bij aan de sfeer waarin Terence Trent d'Arby's vibraties gezocht moeten worden. “Niet mijn hersenen, maar mijn lichaam bepaalt hoe ik mijn muziek wil laten klinken. Vibrator is een mooi ambivalent woord, dat goed aansluit bij het gevoel dat ik met mijn muziek wil overbrengen.”

Als producer, songschrijver en arrangeur van zijn eigen muziek identificeert Terence Trent d'Arby zich liever met filmregisseurs dan met tijdgenoten uit de popwereld. De veel gemaakte vergelijking met Prince wijst hij van de hand als niet ter zake doende, terwijl het voorvoegsel Terence Trent d'Arby's gezien moet worden in de lijn van Alfred Hitchcock's Psycho of Stanley Kubrick's 2001: A Space Odyssey. “Ik beschouw mezelf het liefst als de regisseur van mijn eigen cd-opnamen. Dat is het kleine beetje pretentie dat ik me permitteer, omdat ik nooit genoegen heb willen nemen met een simpele rol als zanger of liedjesschrijver. Sinds ik mijn debuut Introducing the hardline according to Terence Trent d'Arby heb gedoopt, werd ik om mijn oren geslagen met de opvatting dat ik een arrogant baasje zou zijn. Toegegeven: het klonk een beetje als Het Evangelie naar Mattheus, maar iedereen wist meteen dat ik niet zomaar een onbenullig popplaatje uitbracht.”

“Het is net als in de liefde. Soms moet je direct zijn en gewoon 'ik hou van jou' zeggen, terwijl andere situaties vragen om een meer omslachtige benadering. Ik ben altijd dol geweest op woorden. Met een paar weloverwogen woorden kun je meer bereiken dan met een eindeloos zwetsverhaal. Ik zal niet snel beweren dat ik een dichter ben. Toch moet je als zanger van eigen teksten een dichterlijke inborst hebben, want anders zou je net zo goed een bladzijde uit het telefoonboek voor kunnen dragen.”

D'Arby is geen bandleider in de klassieke zin, van een frontman die leiding geeft aan een min of meer vaste groep muzikanten. “Van nature ben ik een loner, een kluizenaar in de popwereld. Ik omring me niet graag door bandleden, omdat de inspiratie per definitie toeslaat op momenten dat ik volstrekt alleen ben om te luisteren naar de geluiden in mijn hoofd. Een bandleider word ik pas in die gevallen dat er gestalte moet worden gegeven aan de muziek die ik bedacht heb, in de opnamestudio of bij een concert. In zo'n situatie probeer ik me te spiegelen aan Duke Ellington, Miles Davis of James Brown: de grootste bandleiders die er ooit geweest zijn. Ik doe er alles aan om het mijn muzikanten naar de zin te maken, maar ik ben ook de eerste om ze op de vingers te tikken als er een valse noot wordt gespeeld.”