Stone Roses: hecht, vol, maar wel vals

Concert: The Stone Roses. Gehoord: 26/4 Paradiso, Amsterdam.

The Stone Roses zijn vergelijkbaar met het Engelse koningshuis; ze worden op dezelfde manier verguisd en geadoreerd. De groep heeft al sinds de debuut-cd, zon zes jaar geleden, de naam legendarisch te zijn. Dat de opvolger van die succesplaat vervolgens vijf jaar op zich liet wachten, versterkte voor veel Engelsen hun mythische status. Maar zodra de groep de cd Second Coming (1994) had uitgebracht begon ook weer de hommeles. Optredens lieten op zich wachten, de muzikanten wilden zich niet laten interviewen en een paar weken geleden werd drummer Reni plotseling ontslagen.

Toch hadden The Stone Roses met Second Coming iets van de belofte ingelost. De groep die ooit voor hun single Fools Gold de drumpartij leende van James Browns Funky Drummer, speelt nog steeds een dansbaar soort popmuziek. Verhuld door hemelbestormende gitaarmelodieƫn en uitgesponnen songstructuren is het het ritmisch duo van bas en drum dat de vaart er in houdt. Ian Browns neutrale manier van zingen is bij deze delicate balans geen ontsiering; het geeft de muziek zijn nuchterheid.

Deze week stonden The Stone Roses eindelijk weer eens in Paradiso. De nieuwe drummer Robert Maddix, die een week geleden zijn debuut maakte bij de groep speelt losjes en open, en het was opvallend dat met maar drie muzikanten zo'n hecht en vol, maar nooit ondoordringbaar geluid kan worden voortgebracht. Vooral gitarist John Squire klonk alsof hij twee gitaren tegelijk beroerde: een ondersteunende slaggitaar en een solistisch instrument.

Helaas was Ian Browns manier van zingen nu wel storend. Aan het begin van de avond viel het nog mee, maar later werd hij steeds valser en ongenuanceerder. De uitverkochte zaal stond welgemoed te dansen terwijl Brown op het podium wat narrig heen en weer liep. En hoewel de muzikanten meeslepend speelden, stond Brown te zingen alsof hij tegen een straffe wind in moest brullen.