Spanje zegt visserij een 'noodsalaris' toe

MADRID, 29 APRIL. De Spaanse regering heeft gisteren een 'noodsalaris' toegezegd aan Spaanse vissers die hun broodwinning dreigen te verliezen, als zondag de van 1992 daterende visserij-overeenkomst tussen Marokko en de Europese Unie afloopt.

Minister van visserij Luis Atienza zei gisteren in Madrid dat met de uitkeringen voor de maanden mei en juni ongeveer twee miljard peseta's is gemoeid, rond vijfentwintig miljoen gulden. Onderhandelingen in Marokko's hoofdstad Rabat met vertegenwoordigers van de Europese Unie liepen donderdag in de vierde gespreksronde vast. Een volgende bijeenkomst is voorzien op 12 mei in Brussel. Volgens EU-commissaris voor de visserij, de Italiaanse Emma Bonino zal het zeker nog een aantal weken duren voordat de partijen tot een verlenging van de bestaande overeenkomst komen.

Een vergelijk met Marokko vormt de belangrijkste overeenkomst van de EU met een land buiten de Unie. Het biedt werk voor 700 vissersschepen, waarvan negentig procent onder Spaanse vlag vaart. Zij vangen jaarlijks 50.000 ton vis onder de Marokkaanse en Westafrikaanse kust. Ook een veertigtal Portugese vissersschepen is afhankelijk van visgronden in het Marokkaanse deel van de Atlantische Oceaan.

Een nieuw contract met Marokko is dan ook veel belangrijker dan de recente overeenkomst die tussen Canada en de EU werd gesloten over de vangst van Groenlandse heilbot in de wateren rond New Foundland. Bij die overeenkomst werd de EU - maar voornamelijk Spaanse vissers - een quotum gegund van 10.000 ton, die door ongeveer veertig trawlers wordt opgevist.

Marokko wil vangstbeperkingen voor verschillende soorten vis. Daarnaast wil Rabat dat de bemanning van de schepen voor 35 procent uit Marokkanen bestaat en dat de vangst in Marokkaanse havens aan wal wordt gebracht en verhandeld.(AFP)