Soft drugs

Aangenomen dat Marjon van Royen met het artikel 'Blowen tot je scheel ziet' (Z 8 april) zonder te veel fantasie een realistisch beeld geeft omtrent de hedendaagse leefwereld van een niet onbelangrijk deel van de jongeren in ons land, rest mij slechts één vraag aan onze overheid, nl.:

“Moet niet hetz.g. uitsterfbeleid t.a.v. coffeeshops op landelijk niveau in de hoogste versnelling worden gezet, met direct daaropvolgendeen algeheel verbod op handel, verkoop en gebruik of bezit van soft drugs, teneinde te voorkomen dat veel van onze kinderen straks als tieners door middel van deze destructieve volksvijand op de weg worden gedreven naar harddrugs, criminaliteit, psychiatrische inrichtingen en/of door apathie ontstane onbruikbaarheid voor de maatschappij en een doelloos ellendig leven voor zichzelf?”

Elke, hoe geringe vorm ook van gedogen is slechts het begaanbaar maken voor de jeugd van genoemde fatale weg.

De dan ontstane besparingen in de sectoren kleine criminaliteitsbestrijding en geestelijke en sociale zorg kunnen vervolgens ten goede komen aan een efficiëntere aanpak van het hard-drugsprobleem, waar in ieder geval de nieuwe toevoerstroom van gebruikers drastisch wordt verminderd. Het grootse belang zal echter blijken uit het tot stand laten komen van een menswaardig en zinvol bestaan voor die jonge mensen, die nu nog op de 'kandidaatlijst' van de soft-drugwereld voorkomen.

Nederland, let op uw saeck!