Schillebeeckx

Het zal de heer Oosterbaan bij de voorbereiding op zijn gesprek met prof. Schillebeeckx over de (nieuwe) Katechismus van de Katholieke Kerk zijn opgevallen, dat er naast de moraalleer, die hij in zijn artikel van 11 april voornamelijk behandelt, nòg drie gedeelten zijn. Deze handelen over de geloofsbelijdenis (I), de sacramenten van het geloof (II), en het gebed in het geloofsleven (IV). Men hoeft geen theoloog te zijn om te beseffen dat die drie aspecten aanzienlijk wezenlijker zijn dan het aspect van de moraal (III), hoe belangrijk dat ook is. Immers, het christelijk geloof kènt een moraal maar is geen moraal; het morele leven is een uitdrukking van die levenshouding, die men geloof noemt.

Oosterbaan schampert dat de Katechismus “verrassend simpele en beknopte aanwijzingen” geeft in morele vraagstukken. hij suggereert achterlijkheid door te schrijven dat “in een wereld waar de normen steeds meer ter discussie staan, deze katechismus een helder baken is”. Het staat hem vrij het niet met de katholieke kerk eens te zijn, maar hij kan niet raillerend over het geloof van die kerk schrijven zonder aan te geven waar die Kerk het bij het verkeerde eind heeft. Hij zegt nu: die roomsen hebben ongelijk, wànt ze zijn lachwekkend, wànt kijk maar naar die ridicule opvattingen, daar kunnen ze nooit gelijk in hebben. Dat is een cirkelredenering.

Het is desinformatief te schrijven dat “Rome” drie keer “een schimmig proces” tegen Schillebeeckx heeft ondernomen. Er is niets achter zijn rug om gebeurd; “Rome” heeft hem een aantal malen ter verantwoording geroepen; toch niet verrassend voor een theoloog-priester wiens opstelling hem “ook sympathie van veel agnosten” heeft opgeleverd. Wederom, men hoeft geen theoloog, men hoeft zelfs niet katholiek te zijn om te kunnen begrijpen dat geloofsuiteenzettingen die met instemming door niet-gelovigen worden begroet wel eens moeilijk verenigbaar zouden kunnen zijn met het geloof van de Kerk en commentaar uitlokken van hen die naar het geloof van diezelfde kerk de hoeders zijn van dat geloof. Vergelijkenderwijs zou men kunnen zeggen dat de redactie evenmin vrij is van alles en nog wat in NRC Handelsblad te schrijven; het lijkt me, bijvoorbeeld, dat een lovend en verwelkomend artikel over de nieuwe Katechismus een redacteur in grote moeilijkheden zou brengen met het NRC Handelsblad-equivalent van het Heilig Officie; met-een-scheel-oog-kijkende collega's, een boze hoofdredacteur, mogelijk een 'verontruste' directie: waar moet dat heen met ons Verlicht en Liberaal Gedachtengoed als er zùlke dingen in de krant komen?

Oosterbaan wenst het geloof gelijk te stellen aan “de rede, de wetenschap, waarin gediscussieerd moet kunnen worden en de uitkomst niet van te voren kan vaststaan”. Dat is een onvervulbare wens: Het geloof is van een andere orde, en stijgt, evenals liefde, kunst, haat, poëzie, kamperen-in-de-vrije-natuur en kunstrijden-op-de-schaats, ver uit boven wat 'wetenschappelijk' vastgesteld kan worden. De theologie houdt zich alleen bezig (of hoort zich alleen bezig te houden) met de geloofsgegevens, en is evenmin gelijk te stellen met het geloof als de boekhouding met de eigendommen der firma.