Schengen-groep geeft Schiphol het groene licht

BRUSSEL, 29 APRIL. De Europese landen die in het zogeheten verdrag van Schengen de onderlinge grenscontrole hebben afgeschaft, stemmen er mee in dat Schiphol op 1 mei de paspoortcontrole weer invoert.

Dat bleek gisteren in Brussel tijdens een bijeenkomst van de verantwoordelijke bewindslieden van de zeven landen (Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Portugal) die per 26 maart de onderlinge grenscontrole hebben opgeheven.

De Nederlandse staatssecretaris Patijn van buitenlandse zaken en zijn collega Schmitz van justitie kregen eerder deze week felle kritiek van de Tweede Kamer, omdat ze deze onvoldoende geïnformeerd hebben over de problemen op Schiphol met de uitvoering van het Schengen-verdrag. Ze werden beschuldigd van “politiek onvermogen” en “beschamende klungeligheid en naïviteit”. Gisterochtend waarschuwden de Kamerleden De Hoop Scheffer (CDA) en Van Oven (PvdA) nog dat Patijn het ook bij zijn Europese collega's hard te verduren zou krijgen.

Maar zo moeilijk als de staatssecretaris het eerder deze week had in de Tweede Kamer, zo gemakkelijk had hij het gisteren ten overstaan van zijn Europese collega's. Tijdens de bijeenkomst in het Brusselse Egmontpaleis volstond Patijn met het voorlezen van een verklaring, die zonder enige op- of aanmerking werd aanvaard. In zijn verklaring deelde de staatssecretaris mee dat de Nederlandse regering het huidige systeem op Schiphol, met magneetpasjes voor reizigers uit Schengen-landen, “te kwetsbaar” acht. Nederland stapt niet uit het verdrag, maar maakt gebruik van een noodclausule die het mogelijk maakt paspoortcontrole tijdelijk weer in te voeren.

Patijn verklaarde verder dat er per 15 december van dit jaar een fysieke scheidingswand komt in de centrale hal van Schiphol, die passagiers uit Schengen-landen moet scheiden van niet-Schengen reizigers. Maar ook dan blijven er nog vluchten uit Schengen-landen die aan paspoortcontrole zullen worden onderworpen, zo hield de Nederlandse staatssecretaris zijn collega's voor. “Ik heb geen enkel commentaar gehad, noch positief noch negatief”, aldus Patijn na afloop van de bijeenkomst. “Mijn collega's hebben veel begrip voor de moeilijkheden op Schiphol [...] Ze zijn ons zeer erkentelijk dat we zelf het initiatief hebben genomen en niet hebben gewacht op kritiek van buiten.”

Tijdens de bijeenkomst gisteren, waar één maand open-grenzen werd geëvalueerd, werden alle problemen die zich tot nu toe hebben voorgedaan bestempeld als 'kinderziektes'. De Belgische minister van binnenlandse zaken Urbain, momenteel voorzitter van 'Schengen', noemde Schiphol één van de “infrastructurele problemen” waar Schengen nog mee kampt. De algehele balans van één maand open-grenzen is volgens hem “zeer positief”. Ook de Franse minister van Europese zaken Lamassoure noemde Schiphol als één van de onvolkomenheden, in een overigens positieve ervaring met Schengen.

Tijdens de bijeenkomst in Brussel trad Oostenrijk officieel toe tot het verdrag van Schengen. De Oostenrijkse minister van binnenlandse zaken, Caspar Einem, waarschuwde dat het nog zeker twee jaar zal duren voordat Oostenrijk de onderlinge grenscontrole daadwerkelijk kan opheffen.