Russische banken hopen op controle over staatsbedrijven

MOSKOU, 29 APRIL. In Moskou wordt binnen enkele dagen een besluit verwacht dat het verloop van de economische hervormingen radicaal kan beïnvloeden. Of misschien is het al genomen. Het onderwerp wordt namelijk met grote geheimzinnigheid omgeven. Het betreft het toevertrouwen van Ruslands belangrijkste bedrijven aan een consortium van Ruslands belangrijkste banken.

Niet bekend

Voorzover uit de spaarzaam verstrekte informatie valt op te maken heeft een groep van zeven Russische banken eind maart de regering benaderd met het volgende voorstel. De banken, waaronder bekende instellingen als Menatep, Imperial, Inkombank en Stolitsjny Bank, zouden de overheid negen biljoen roebel lenen (3 miljard gulden). De regering zou als onderpand de in haar bezit zijnde aandelen van een aantal bedrijven onderbrengen in een 'trust-fonds' onder beheer van de banken. Na vijf jaar zou de regering de aandelen verkopen - via de banken - en met de opbrengst de lening afbetalen.

Het gaat bij dit plan niet om feitelijk failliete Sovjet-staatsbedrijven waarvoor niemand een bestemming weet. Genoemd zijn Gazprom, dat is 's werelds grootste gasproducent, Norilsk Nikkel, 's werelds grootste nikkelproducent, Rostelekom en alle Russische oliemaatschappijen. De meeste van de betreffende bedrijven zijn voor een deel geprivatiseerd maar hebben de staat nog als grootste aandeelhouder. De overheid is - of was - van plan juist met de verkoop van haar aandelen in deze bedrijven te beginnen.

Het aanbod van de banken komt op een moment dat de prijzen op de nog zeer jonge Russische aandelenmarkt onder druk staan. Politieke verwikkelingen en schandalen hebben eind vorig jaar het vertrouwen van investeerders een klap toegebracht en dat vertrouwen is nog niet hersteld. Eerst was er de nieuwe minister van privatisering, Polevanov, die begon over de 're-nationalisering' van al verkochte bedrijven. Polevanov werd uiteindelijk in februari door president Jeltsin ontslagen, maar de paniek was toen al twee maanden lang gezaaid. Daarbij kwam de oorlog in Tsjetsjenië, die onzekerheid schepte over de vraag hoe ernstig het Kremlin de economische- en democratische hervormingen neemt.

Vervolgens was er het schandaal rondom de oliemaatschappij Komineft. Het bedrijf bleek voor zeven miljoen gulden nieuwe aandelen uit te hebben gegeven zonder daarover de bestaande aandeelhouders te informeren. En dat was nog niets vergeleken met het nieuws over de Krasnojarsk aluminiumfabriek. Het betreft hier een van 's werelds grootste aluminiumproducenten, een bedrijf dat voor twintig procent was gekocht door het Britse Transworld. De directie van Krasnojarsk stelde op een dag vastdat Transworld zijn aandelen niet goed had geregistreerd en schrapte het Britse belang eenvoudig uit het aandelenregister. De juridische slag hierover duurt nog voort.

De terughoudendheid van investeerders, die nog wordt versterkt door het wereldwijd uit de mode raken van vorig jaar nog zo veelbelovende 'emerging markets', heeft rechtstreeks gevolgen voor de Russische overheidsbegroting. Zal de regering nog wel in staat zijn de 9 biljoen roebel binnen te halen die voor dit jaar uit de verkoop van staatsbedrijven is voorzien? Op het moment dat die vraag zich naar de voorgrond drong, eind maart, zijn de banken met hun voorstel gekomen.

De eerste reacties van de regering waren positief. “We bekijken het plan met voorzichtig optimisme”, zei minister van economische zaken Jevgeni Jasin. “Het voorstel is in Ruslands belang. Russisch geld moet voorrang krijgen boven buitenlandse investeringen”, vond de woordvoerder van premier Tsjernomyrdin. Andere banken onderzochten de mogelijkheid zich bij het consortium aan te sluiten. Daaronder was ook Citibank Rusland, de Russische dochter van de Amerikaanse Citibank. “Wanneer zo'n belangrijke ontwikkeling plaats heeft als deze moeten wij erbij zijn”, verklaarde Miljenko Horvat, hoofd van het Moskouse filiaal.

Vorige week zwol echter ook de kritiek aan. Oud-minister van financiën Boris Fjodorov sprak van “het verdelen van bedrijven onder vrienden”. Hij wees op de nauwe banden die de banken, naar verluidt, al met de overheid onderhouden. Hoewel niet is onthuld welke bevoegdheden de banken in hun vijf jaar als beheerders krijgen, wordt verwacht dat zij streven naar controle over het management en controle over de verkoop van de aandelen. De vraag rijst of de bedrijven nog wel van de banken zullen loskomen.

Dmitri Vasilijev, vice-voorzitter van de nieuwe federale commissie voor de financiële markten, belegde een week geleden een persconferentie om te waarschuwen tegen concentratie van teveel economische macht in één hand. “Als zo'n kleine groep investeerders zo'n groot deel van 's lands economie onder controle krijgt, zal dit de economische ontwikkeling niet helpen. Monopolisering is juist waartégen we vechten. Dit is alsof een communistische ideologie wordt uitgevoerd.”

Dit duidt op strijd op het hoogste niveau. Vasilijev is naaste medewerker van Anatoli Tsjoebais, de vice-premier voor economische zaken die de afgelopen jaren het privatiseringsprogramma heeft geleid. Tsjoebais, van wie bekend is dat hij de aandelenhandel in Rusland doorzichtig en zelfregulerend wil maken, verzet zich tegen het plan, zo mag uit de waarschuwing van Vasilijev worden afgeleid. Premier Tsjernomyrdin daarentegen heeft zich zoals gezegd positief uitgelaten. Niet bewezen is of daarbij meespeelt dat de premier oud-directeur en grootaandeelhouder is van Gazprom, het bedrijf dat op zijn beurt grootaandeelhouder is van de Imperial Bank, de bank die deelneemt in het consortium.

Zoals gebruikelijk richt de blik zich nu op het Kremlin. President Jeltsin heeft zich nog niet over de kwestie uitgelaten maar zijn adviseur Mark Oernov wel. “Banken zijn uitzonderlijk belangrijk in Rusland. Het grootste deel van de financiële middelen is geconcentreerd in hun handen”, zei hij vorige week. “Het voorstel van het consortium heeft veel positieve kanten. Als we een stabiele economische situatie willen, moeten we samenwerken met machtige financiële groepen.”