P.J. Harvey laat de hartstocht schellen

Concert: Tricky en P.J. Harvey. Gehoord: 28/4 Paradiso, Amsterdam.

Op de terugweg was er al geen doorkomen meer aan. Koninginnedag in Amsterdam betekent ruim van tevoren dat marktkramers de weg versperren met hun dubieuze zelfgemaakte saté, en dat de omgeving van het Leidseplein praktisch onbegaanbaar is door de met krijt en plakband afgeperkte gelegenheids-antiquariaten. In die feestelijke atmosfeer werd een uitverkocht Paradiso bestormd voor een programma dat alleen in het kantoor van een platenmaatschappij bedacht kan zijn, want de zwoele dansmuziek van Tricky en de theatrale rock van P.J. Harvey passen bij elkaar als biefstuk en hagelslag.

Beide zijn veelgeprezen acts uit Engeland die elk hun eigen publiek en entourage verdienen. Door een speling van het lot werden de parels van Tricky in het halfduister vergooid aan de zwijnen die de omfloerste Bristol-sound als een prima gelegenheid zagen om eens even uitgebreid bij te kletsen. Polly Jean Harvey maakte er geen geheim van dat ze de ster van de avond moest zijn, want met haar valse wimpers en glitterblauwe oogschaduw leek het of ze er glansrijk in geslaagd was om David Bowie en Kate Bush in hetzelfde krappe zwartfluwelen jurkje te persen.

De driemansbezetting van eerdere concerten bleek ingeruild voor een gelikte groep sessiemuzikanten, die de broodmagere Harvey in staat stelde om haar one woman show op te voeren. Zonder gitaar, maar met tamboerijn en brede gebaren onderging de zangeres een spectaculaire gedaanteverwisseling vergeleken bij de tamelijk traditionele rockconcerten die ze eerder gaf. Ze bracht de muziek van haar bejubelde derde cd To bring you my love met de passie van een flamencodanseres, de rauwe zeggingskracht van een gospeldiva en het gevoel voor camp van een travestiet in een bordeel vol dronken zeelui. Een oud nummer als 50 Ft. Queenie was bijna onherkenbaar in Harvey's dramatische versie, die herinnerde aan de manier waarop Nick Cave en Iggy Pop een theatrale draai gaven aan een serie opzettelijk pompeuze rock'n'roll-clichés. Polly Harvey is niet langer de sobere heldin van de underground, maar een groots en meeslepende popster die balanceert op de scheidslijn tussen hartstocht en klatergoud.