'Onze principes zijn geweld aangedaan'; Conflict over gezamenlijke herdenking

Binnen het Nederlands Israelietisch Kerkgenootschap (NIK) woedt sinds enige weken een discussie tussen voor- en tegenstanders van een gezamenlijke bijeenkomst op 7 mei om alle vermoorde joden te herdenken.

AMSTERDAM, 29 APRIL. Hij voelt zich geen van beiden, niet orthodox en niet ultra-orthodox. “Ik probeer mij te houden aan de wetten van het jodendom”, zegt Y. Huisman.

De tegenstanders van de gezamenlijke herdenkingsbijeenkomst, op 7 mei in de synagoge aan het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam, zijn terughoudend uit vrees niet te worden begrepen. Huisman is landelijk joods geestelijk verzorger bij het ministerie van justitie en werkzaam in de automatisering. “Ik spreek uitdrukkelijk voor mijzelf. Men verdenkt ons ervan dat we herdenken niet belangrijk vinden maar dat is niet waar.”

Binnen het Nederlands Israelietisch Kerkgenootschap (NIK) woedt sinds enige weken een discussie tussen voor- en tegenstanders van deelname aan de bijeenkomst die een gezamenlijk initiatief is van het NIK, het Portugees Israelitisch Kerkgenootschap (PIG) en het Verbond van Liberaal-Religieuze Joden. Vooral de voorstanders doen van zich spreken, blijkens de stroom van reacties die ook deze week zijn binnengekomen bij het Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW). “Wij worden te weinig gehoord. Het is wel een dilemma, aan de ene kant wil je je mening geven maar anderzijds bestaat het risico dat daardoor het conflict nog verder escaleert”, zegt Huisman.

Hij wil geen schuldigen aanwijzen maar hij praat het gedrag van zijn kerkgenootschap, het NIK, geenszins goed: “De principes van het jodendom zijn geweld aangedaan. Wij erkennen de liberalen niet, en dus kan er geen sprake zijn van een gezamenlijke bijeenkomst die mede is georganiseerd door de liberalen als kerkgenootschap en waar ook een liberale voorzanger optreedt.”

Huisman was verbaasd toen hij, vorige week, de advertentie van de bijeenkomst in het NIW las. “Daar stond dat de bijeenkomst was georganiseerd door de drie joodse kerkgenootschappen. Maar de Liberaal Joodse Gemeente is volgens de orthodox-joodse opvatting geen joods kerkgenootschap. Als er nou had gestaan drie kerkgenootschappen waren er minder problemen.”

Het NIK stelt zich, net als Huisman, op het standpunt dat op religieus gebied niet kan worden samengewerkt met de liberalen. Maar, zegt een meerderheid, het gaat ook niet om een synagogedienst maar om een herdenkingsdienst. De Portugese synagoge werd gekozen omdat daar de eerste na-oorlogse dienst plaats had, op 9 mei 1945. En, zo stellen zij, het gezamenlijk herdenken van de zes miljoen vermoorde joden, weegt nu zwaarder dan het religieuze principe dat met liberalen niet wordt samengewerkt.

Op de vraag of hij de bijeenkomst op 7 mei zal bijwonen een kort zwilzijgen. Dan richt Huisman zijn hoofd op en knikt bevestigend. “Ja, ik heb toch een kaartje besteld. Er waren natuurlijk mensen die zeiden: hoe kun je dat doen. Anderen zeiden: heel verstandig. Ik heb alles afgewogen en ben tot de conclusie gekomen dat het belangrijk is dat wij onze gezichten laten zien. Maar eruit ben ik niet.”

Inmiddels heeft een bijeenkomst plaatsgehad tussen het bestuur van de Joodse gemeente Amsterdam en de twee Amsterdamse orthodoxe rabbijnen, Vorst en Lewis. Die zullen op 7 mei komen mits aan een aantal voorwaarden is voldaan, schrijft het NIW. De liberale voorzanger moet zich terugtrekken, de liberale rabbijnen mogen niet naast de orthodoxe rabbijnen zitten en nergens in het programma mag de Liberaal Joodse Gemeente staan vermeld noch mag op het programmaboekje een logo van een der kerkgenootschappen staan.

J. Sanders van het NIK zegt desgevraagd dat zijn kerkgenootschap blijft bij de verklaring van vorige week. Daarin werd gesteld dat “het van het begin af aan als een vanzelfsprekendheid is beschouwd dat de drie joodse kerkgenootschappen een aandeel in het programma zouden hebben.”