Nijpend tekort aan arbeidskrachten door onstuimige ontwikkeling; Groei bezorgt Maleisië ook problemen

KUALA LUMPUR, 29 APRIL. De 'skyline' van Kuala Lumpur symboliseert de economische vooruitgang van Maleisië: elke dag verandert de horizon van deze stad voor de ogen van haar twee miljoen inwoners. De metropool, in de Aziatische volksmond kortweg omgedoopt tot 'Kee-èl', wil uitgroeien tot het Manhattan van het Verre Oosten, en is aardig op weg in dat streven. Midden in de stad verrijzen in rap tempo de 88-etages tellende Petronas Towers. Deze twee gigantische kantoortorens moeten eind volgend jaar 450 meter hoog zijn en nemen dan de eretitel 'hoogste gebouw ter wereld' over van de 33 meter lagere 'Twin Towers' in New York.

“Hier in Kuala Lumpur liggen de bewijzen voor het oprapen dat Maleisië's economie tot de snelst groeiende in Zuidoost-Azië behoort”, zegt Kalimullah Hassan, een 38-jarige consultant die al tien jaar kantoor houdt in de Maleisische hoofdstad. Hij heeft gelijk: op elke hoek van de straat wordt wel een nieuw gebouw of appartementencomplex uit de grond gestampt.

Aan de rand van de stad wordt de hand gelegd aan een nieuw internationaal vliegveld, het grootste in deze regio. In 1998 moet dit 3,7 miljard dollar kostende project klaar zijn. Een 'superhighway' die vorig jaar werd geopend voor het autoverkeer, heeft de rijtijd tussen Kuala Lumpur en Singapore, een van de belangrijkste financiële centra in het Verre Oosten, gehalveerd tot drie uur. Eenmaal aangeland in Kuala Lumpur belanden automobilisten overigens wel in ellenlange files. “Maar ook dat is een teken van de vooruitgang hier. Iedereen heeft plotseling geld voor een auto of een motor”, verklaart Kalimullah Hassan.

Sinds het eind van de jaren tachtig groeit de economie van Maleisië jaarlijks met ruim acht procent. En het is de verwachting dat het voorlopig in hetzelfde tempo doorgaat. Het inkomen per hoofd van de bevolking is sterk gestegen en bedroeg eind vorig jaar 3.660 dollar. Het eind van de inkomensgroei is nog lang niet in zicht. Als alles volgens plan verloopt, verdient een Maleisiër over 25 jaar een jaarsalaris van gemiddeld 16.000 dollar.

Dat 'plan' is ontsproten aan het brein van Mahathir Mohamad, de 70-jarige dokterszoon die al veertien jaar onafgebroken minister-president van Maleisië is. Begin deze week kreeg hij van de bevolking de beloning voor het gevoerde beleid waardoor een grote, welvarende middenklasse in Maleisië is ontstaan. Met een historisch ruime meerderheid won Mahathir de nationale verkiezingen. Als hij wil, mag hij zijn land nog eens vijf jaar besturen. En hoewel zijn gedoodverfde opvolger, de huidige plaatsvervangend minister-president Datuk Seri Anwar Ibrahim, staat te popelen om de macht over te nemen, wordt alom verwacht dat Mahathir Maleisië zelf de volgende eeuw in zal leiden. “Ik ben nog jong”, grapte hij gisteren na zijn monsterzege. “Zeker vergeleken met Deng Xiaoping”.

In februari 1991 introduceerde Mahathir een nieuw politiek beleid dat de titel 'Vision 2020' kreeg. Doel van zijn beleid was Maleisië in 2020 te hebben omgevormd van een ontwikkelingsland tot een volledig ontwikkeld land met een sterke eigen industrie en een bloeiende economie. “De kinderen die vandaag in dit land geboren worden, behoren tot de laatste generatie Maleisiërs in de geschiedenis die zichzelf burgers van een ontwikkelingsland kunnen noemen”, zei Mahathir meermalen tijdens zijn verkiezingstoernee.

Kort na de introductie van Vision 2020 werd een begin gemaakt met een grootscheepse privatisering. Daardoor kwam een eind aan de overheidsmonopolies in de energie- en de telecommunicatiesector. Alom werd competitie aangewakkerd. Buitenlandse bedrijven werden via aantrekkelijke belastingvoordelen naar het land gelokt. Ze hoeven bij voorbeeld de eerste vijf jaar maar 30 procent belasting over slechts 30 procent van hun winst te betalen als zij in het verder ontwikkelde westen van Maleisië zijn gevestigd. In het minder ontwikkelde oostelijk deel van het land is het zelfs nog voordeliger: daar wordt de 30 procent belasting geheven over slechts 15 procent van de winst.

De onstuimige groei die deze industrie-politiek tot gevolg had, zorgde al snel voor een probleem waarmee het land steeds hardnekkiger geconfronteerd wordt: een tekort aan arbeidskrachten. Van de bijna 20 miljoen Maleisiërs behoren iets minder dan 8 miljoen tot het arbeidspotentieel. Uit de 'goedkope' omringende landen als Bangladesh, Thailand en India zijn inmiddels 1,5 miljoen gastarbeiders binnengehaald om aan de vraag naar arbeid te kunnen voldoen. Verder werken er naar schatting nog eens 300.000 illegale immigranten in het land. Desondanks is er nog steeds sprake van een nijpend tekort aan werknemers.

Om die reden heeft de Maleisische regering een paar jaar geleden besloten de traditionele industrieën, zoals bij voorbeeld de textielindustrie, niet langer uit te breiden. De nadruk ligt nu op de high-tech industrie. Producenten van halfgeleiders, hard disk drives en alle mogelijke elektronica zijn van harte welkom in het land. De kapitaalintensieve industrie heeft de arbeidsintensieve industrie in Maleisië vervangen. “We hebben ons gelukkig tijdig gerealiseerd dat Maleisië in vergelijking met landen als China en Vietnam niet competitief genoeg meer is als het gaat om arbeidsintensieve industrie”, zegt minister van handel en industrie Seri Rafidah Aziz.

Het meest treffende voorbeeld van de overstap naar high-tech is het eiland Penang aan de noordwestkust van Maleisië, vlakbij de Thaise grens. Het tropische vakantie-eiland groeide de afgelopen jaren uit tot het Silicon Valley van Azië: een centrale produktieplek voor de computer- en elektronica-industrie. Maar Penang toont ook de nieuwe beperkingen en problemen waarmee Maleisië kampt: een tekort aan hooggeschoolde arbeiders. “Hoewel buitenlandse bedrijven blij zijn als er goedkope Maleisische mannen en vrouwen aan de lopende band staan, willen ze liever dat lokale, hoog opgeleide mensen meedenken over hun produktieproces. Met die 'know how' ontstaan weer nieuwe produkten en is er meer kans op betere resultaten”, legt de minister van handel uit.

Minister president Mahathir heeft zijn hoop gevestigd op de jonge generatie in zijn land. Meer dan de helft van de bevolking is jonger dan 19 jaar. “Een groot deel van ons arbeidspotentieel voor morgen zit nog op school”, zei Mahathir afgelopen weekeinde na een verkiezingstoespraak op Penang. “We zullen er op toezien dat ze de scholen pas verlaten als ze goed opgeleid zijn.”