Na sterke interne beroering; Congres schaart zich achter plan Industriebond

UTRECHT, 29 APRIL. Halverwege de middag brak er bij Bé van der Weg, voorzitter van de Industriebond FNV, eindelijk een lachje door. Tegen de verwachtingen in schaarden gistermiddag de 350 aanwezigen op het congres van de FNV-bond zich vrijwel unaniem achter de reorganisatieplannen van het bondsbestuur. Terwijl de zaal aan het einde van de dag de Internationale inzette, kon het bondsbestuur opgelucht de papieren inpakken.

De congresnota 'Over wegen naar morgen', waarin het bondsbestuur de voorstellen presenteerde om de positie van de Industriebond FNV binnen de bedrijven te versterken, had de afgelopen maanden intern voor sterke beroering gezorgd. Vooral de plannen om in de nieuwe organisatie een deel van de taken over te hevelen van betaalde bestuurders (bezoldigden) naar vrijwilligers (de kaderleden) leidden tot veel tegenstand.

Dat verzet lijkt nu gesmoord, al zei Van der Weg na afloop van het congres goed te beseffen dat de daadwerkelijke reorganisatie nog veel emotionele discussies zal opleveren. “Er zitten nog vele valkuilen in het traject. We moeten er rekening mee houden dat het proces nog veel emoties zal opleveren”.

Van der Weg erkende dat het bondsbestuur vorig jaar, bij de aanvang van de discussie, “in zijn enthousiasme” fouten in de communicatie heeft gemaakt. “Zelf wisten we dat het een proces van jaren zou worden. Maar we hebben dat niet in de stukken laten doorschemeren. Daardoor kregen de mensen het idee dat er per 1 januari 1996 opeens een nieuwe organisatie van start moest gaan. En dat gaf een hoop onrust”.

In de Industriebond 'nieuwe stijl' is een prominente plek ingeruimd voor de kaderleden. Deze leden, die op basis van vrijwilligheid de vakbond binnen hun eigen bedrijf vertegenwoordigen, moeten de komende jaren meer taken en verantwoordelijkheden op zich nemen. Door sterker te leunen op de vrijwilligers in de bedrijven hoopt het bondsbestuur meer werknemers een herkenbaar aanspreekpunt te geven. Deze doelstelling zou in principe ook bereikt kunnen worden door het inzetten van meer betaalde districtsbestuurders, maar dat zou, zo redeneert het bondsbestuur, op den duur de financiële middelen van de Industriebond uitputten.

Om de kaderleden de kans te geven meer verantwoordelijke taken op zich te nemen, zal de komende jaren veel aandacht en geld moeten worden gestoken in het bijscholen van deze leden. Ook het ondersteunend apparaat zal de komende drie tot vijf jaar anders worden ingericht. Op dit moment werkt de bond met districtskantoren. Deze indeling gaat volgens algemeen secretaris D. Nas echter voorbij aan het feit dat werknemers in individuele bedrijven en bedrijfsectoren verschillende eisen stellen aan de vakbond. “In de schoonmaaksector hebben kaderleden andere taken dan bij Hoogovens”.

In de opzet die het bondsbestuur voor ogen staat, zullen op den duur de districtkantoren vervangen worden door circa 70 'activiteitengroepen'. Deze groepen kunnen georganiseerd worden per bedrijfsactiviteit of per regio. Voor de fysieke ondersteuning (in de vorm van kantoorruimten, computers etc.) kunnen de kaderleden straks terecht in 'vakbondscentra'. Daarvan moeten er ongeveer 50 komen. Ook andere bonden van de FNV zouden in de toekomst van die faciliteiten gebruik kunnen maken. Van der Weg bevestigt dat een dergelijke constructie de opmaat kan zijn tot nauwere samenwerking tussen de verschillende bonden. “Ik ben daar niet tegen”, glimlachte van der Weg. De kosten van de reorganisatie schat het bondsbestuur op 25 miljoen gulden.

Met de toezegging dat de veranderingen geleidelijk worden ingevoerd, kreeg het bondsbestuur de afgelopen twee dagen de kou uit de lucht. Ook de ondernemingsraad, die dreigde met een negatief advies, heeft zich laten vermurwen. Beloofd is nu dat de reorganisatie niet zal leiden tot overplaatsingen of baanverlies voor de bijna 400 personeelsleden van de Industriebond.