Moslims in Bombay naar de tweede rang

In de Indiase stad Bombay, het economische hart van India, is de jacht op illegalen geopend. Radicale hindoes zien er een handige manier in om moslims het leven zuur te maken.

BOMBAY, 29 APRIL. In de golfplaten hutjes in de Bombayse sloppenwijk Bengalipura liggen de islamitische bewoners de laatste weken 's avonds urenlang angstig te wachten. Zal er op de deur worden gebonsd tijdens de veelvuldige razzia's van de politie naar illegale immigranten uit Bangladesh?

De agenten, vrijwel allen hindoes, zijn niet kieskeurig. Iedereen die met een Bengaals accent spreekt en er maar enigszins uitziet als een moslim riskeert te worden opgepakt. Documenten die bewijzen dat iemand gewoon Indiër is en hier al jaren woont, bieden geen uitkomst. In de donkere nacht blijken het slechts vodjes papier.

Zonder pardon belanden groepen bewoners in de cel en pas tegen betaling van duizend rupees per persoon (ruim vijftig gulden, voor de meeste armen meer dan een maandloon) worden ze weer in vrijheid gesteld. Wie de afkoopsom niet kan opbrengen, wordt in veel gevallen over de grens met Bangladesh gezet.

De circa twee miljoen moslims van Bombay worden er pijnlijk aan herinnerd dat ze slechts een minderheid vormen en zijn overgeleverd aan de grillen van de veel talrijker hindoes. “Wij willen in geen geval een nieuw bloedbad zoals bij de rellen van 1993”, zegt Yaqoob Memon, een islamitisch gemeenteraadslid, die kantoor houdt tegenover de fraaie, laat 19de-eeuwse Minara-Moskee in de moslimwijk van het oude centrum van Bombay. Massale demonstraties, waarbij gemakkelijk een nieuwe vonk zou kunnen overspringen, staan er dan ook voorlopig niet op het programma.

De rellen van twee jaar geleden werpen nog steeds een akelige schaduw over de stad. Tot dan hadden hindoes en moslims tamelijk vreedzaam samengewoond, maar in januari 1993 sloeg de vlam in de pan. Zeker 800 mensen verloren het leven, vooral moslims. In maart van dat jaar volgde er bovendien een reeks bomaanslagen, waarbij nog eens zo'n 300 doden vielen, mogelijkerwijs een vergeldingsactie van verontwaardigde moslims.

De 25-jarige werkster Shafali Samshul Haq, die enkele dagen daarvoor midden in de nacht van haar bed werd gelicht en met haar kinderen en moeder vervolgens door de politie werd opgesloten, denkt niet aan vergelding maar aan manieren om van dergelijke praktijken gevrijwaard te blijven. Ze wil voortaan, net als hindoe-vrouwen, een tika op haar voorhoofd aanbrengen en ze wil ook een andere naam aannemen. “Ik ben bereid me in schijn tot het hindoeïsme te bekeren, maar in m'n hart blijf ik natuurlijk een moslim”, zegt ze in een klein sociaal centrum onder een spoorwegviaduct dat dwars door Bengalipura loopt.

In het centrum bevindt zich ook de bejaarde Pyar Ali, een boer uit de Indiase deelstaat West-Bengalen. Hij kreeg een paar weken geleden plotseling bericht dat zijn zoon en diens gezin in Bengalipura waren gearresteerd. Terstond maakte hij de lange reis naar Bombay om te helpen, maar tot nu toe heeft hij nog niets weten te bereiken. Zijn dierbaren zijn nog niet terug; ze zuchten ergens in een gevangeniscel.

De perikelen van de moslims in Bengalipura en elders in de stad hebben alles te maken met de verkiezingsoverwinning van vorige maand van twee radicale hindoe-partijen bij de deelstaatverkiezingen in Maharashtra, waarvan Bombay de hoofdstad is. De regering staat nu onder controle van Shiv Sena en de Bharatiya Janata Party (BJP). De meeste kiezers gaven deze twee partijen niet van harte hun stem, maar ze wilden eindelijk worden verlost van het corrupte regime van de Congrespartij, dat er al vele jaren zat.

Zo kan Bal Thackeray, een 68-jarige gewezen tekenaar van spotprenten die aan het hoofd staat van Shiv Sena, nu ongestraft om zich heen slaan. Na een telefoontje waarin hij door moslims met de dood zou zijn bedreigd, bazuinde hij rond dat als hem ook maar een haar zou worden gekrenkt, de moslims zouden worden uitgeroeid. Meer dan eens heeft Thackeray uiting gegeven aan zijn waardering voor het 'patriottisme' van Adolf Hitler. In Indiase kranten wordt hij soms aangeduid als de 'Führer' en de afkorting van zijn partij luidt SS.

Onder het mom illegale immigranten uit Bangladesh en Pakistan te willen verwijderen, worden moslims in de stad nu her en der lastig gevallen. Niet dat er geen illegalen zouden zijn in de stad. Die zijn er bij de vleet, vooral uit Bangladesh. Tegen betaling aan de grenswachten van een kip of een vergelijkbare tegemoetkoming, kunnen ze de grens met India zonder problemen oversteken. Daarna reizen ze ongehinderd door naar Bombay, de stad die ze al kennen uit de roemruchte films als een oord van rijkdom en glamour. Velen vestigen zich in Bengalipur en andere sloppen, waar ze nauwelijks zijn te onderscheiden van moslims uit andere delen van India.

Volgens sommige berichten zijn er de afgelopen weken al 5.000 mensen uit Bombay het land uitgezet. Op het hoofdkwartier van Shiv Sena, in een middenklassewijk in het noorden van Bombay, ontkent men echter dergelijke cijfers. De angst onder de moslims is volgens hen sterk overdreven.

“Wij hebben niets tegen moslims”, aldus Uddhav Thackeray, de zoon van de opperste leider, die een zelfde zwaar brilmontuur draagt als zijn radicale vader. “Wij zijn alleen tegen moslims die niet nationaal voelen.” Op de vraag wat hij daaronder verstaat, moet hij het antwoord schuldig blijven. Een medewerker legt vervolgens uit dat sommige moslims vuurwerk afsteken om een zege van Pakistan tegen India bij een cricketwedstrijd te vieren. Dat soort gedrag is volgens hem ontoelaatbaar.

Ook op ander terrein kregen de moslims van de stad onlangs ingepeperd dat ze tot tweederangs burgers zijn gedegradeerd. Ze waren fel tegen de vertoning in de stad van de film 'Bombay', een liefdesgeschiedenis tussen een hindoe-jongen en een moslim-meisje tegen de achtergrond van de bloedige rellen in Bombay van 1993. Volgens de moslims werden zij er ten onrechte in afgeschilderd als de aanstichters van de onrust.

Bovendien stak hen dat Bal Thackeray de gelegenheid was geboden enkele hem minder welgevallige scènes te schrappen, terwijl de moslims die kans niet hadden gekregen. Aanvankelijk werd de film door de politie verboden, maar de nieuwe heersers in Maharashtra drukten uiteindelijk hun wil door en inmiddels is de film, tot groot ongenoegen van de moslims, overal te zien.

De moslims lijken de rekening te moeten betalen van de groeistuipen waarmee Bombay heeft te kampen. De stad wordt voller en voller en nog steeds trekken elke maand tienduizenden van het platteland naar deze 'gouden' stad, al is de stroom nieuwkomers volgens officiële cijfers inmiddels wel iets dunner geworden. Thans wonen er naar schatting twaalf miljoen mensen. Er is een verbeten strijd gaande om werk en woonruimte. Zelfs voor een krotje in een sloppenwijk moeten de bewoners al gauw 300 gulden betalen. Een woning die aan Westerse maatstaven voldoet, loopt in de honderdduizenden guldens. De gebrekkige infrastructuur kraakt in al zijn voegen.

De strijd in deze stedelijke rimboe gaat gepaard met allerlei spanningen en de hindoe-meerderheid lijkt die de laatste tijd bij voorkeur op moslims af te reageren. “Wat kunnen we er aan doen”, verzucht Yaqoob Memon. “Shiv Sena en de BJP hebben de verkiezingen in Maharashtra gewonnen en de politie is geheel op hun hand.” Zo wachten de moslims van Bombay gelaten op betere tijden.