Lesbisch liefdesduet in de bergen van Berchtesgaden

Een gebergte in de Nederlandse literatuur is het oeuvre van S. Vestdijk wel genoemd. Van zijn tweeenvijftig romans horen er heel wat tot de pieken in dat gebergte. H.Br. Corstius en Maarten 't Hart herlezen er ieder zesentwintig en doen om beurten verslag van hun ervaring. Vandaag: Een Alpenroman (1961)

“Zeg Mams, weet jij eigenlijk iets af van liefde tussen vrouwen?”

Drie obstakels maken mij het lezen van Een alpenroman moeilijk - en daarmee het waarderen.

Het eerste is de omgeving waarin de roman speelt: het dorp Berchtesgaden in de Zuidduitse Alpen. Honderd pagina's zijn gevuld met heerlijke vergezichten en beduidende bergspitsen. Nu zal Vestdijk zeggen: het is jouw schuld dat jij niet van de bergen houdt. Maar dat gaat niet op. Ik hou ook niet van Ierland en van zeevaren. Maar ik lees Vestdijks Ierse romans en zee-romans met grote instemming en ben al op weg naar Dublin en Jamaica als ik besef: Het was maar een boek. De in Duitse termen beschreven Duitse bergen moeten maar door de VVV van Berchtesgaden in een folder gezet worden, waarin dan ook de ruim honderd keren dat de hoofdpersoon wat eet of drinkt hun plaats kunnen krijgen.

Het tweede obstakel is van groter belang. De handelende personen zijn bij Vestdijk, en trouwens in de hele Nederlandse literatuur tot 1980, mannen. Toch zijn Vestdijks vrouwspersonen, hoe omhooggeidealiseerd of omlaaggetrapt ook, vaak een feest voor de lezer. Ze doen niet veel, maar ze worden zo mooi beschreven, dat de lezer of lezeres verliefd op ze wordt.

De twee vrouwen die in deze roman de hoofdrollen spelen en die dus heel wat moeten handelen, overtuigen mij niet. Over de Nederlandse dame Lucie horen we wel dat iedereen op haar verliefd wordt, maar het wordt niet duidelijk waarom. Is het niet tamelijk dom van haar dat ze niet even nadenkt over wat het roomse geloof van de Duitse kelnerin Anna betekent voor het uitvoeren van de lesbische liefdesdaad? En die Anna, daar sta je ook tamelijk verbaasd naar te kijken, met de vraag: waarom verlooft zij zich met zo'n barbaarse achterlijke boerenzoon?

Ze zijn niet onsympathiek, de twee dames, maar het is moeilijk in hun passie voor elkaar te geloven.

Daarmee komen we op het derde obstakel. Het is niet Vestdijks schuld dat we nu heel anders denken over de liefde tussen vrouwen dan in 1957 - het jaar waarin de roman speelt, in 1960 - het jaar waarin Vestdijk de roman schreef, en 1961 - het jaar waarin Een alpenroman verscheen.

Misschien was het 35 jaar geleden voor elke lezer zonneklaar dat twee vrouwen elkaar eindeloos mogen zoenen en aanhalen en zelfs in pyjama's in hetzelfde bed mogen liggen, maar dat het uittrekken van die pyjama's er toe leidt dat Anna op de vlucht slaat naar haar moeder, naar de pastoor en naar een klooster. Voor mij kwam deze plotselinge 'zonde' als een totale verrassing.

Dat wij 35 jaar later anders over de lesbische liefde denken zou van Een alpenroman hoogstens een historische roman kunnen maken, zoals bijvoorbeeld Madame Bovary dat nu ook is. Maar de Franse roman blijft nog steeds overtuigen, en deze niet.

Ondanks deze drie obstakels valt er natuurlijk van veel Vestdijkiaans gespetter te genieten. Maar het lijkt mij niet goed die positieve dingen, die vaak van de krankzinnige bijfiguren afkomstig zijn, te gaan opsommen.

Als ik u het verhaal zou navertellen, zou u menen dat ik de draak met u stak. Zeldzaam onhandig zijn de toevallige ontmoetingen die Lucie in haar vakantiedorp heeft met een jeugdliefde van 24 jaar tevoren, met de moeder van Anna, met de verloofde van Anna (die het ook nog met jongetjes blijkt te doen, iets wat we als negatief over hem blijken te moeten interpreteren), en met haar eigen schoonzoon, die als uiterst verwerpelijk wordt beschreven, maar die ik nu juist een van de weinige sympathieke, zij het ook krankzinnige, figuren in het boek vind.

Veel zaken blijven een volstrekt mysterie. Wat is er met dat mes? Waarom breekt de verloofde de arm van de schoonzoon? Waarom geeft de schoonzoon duizend mark aan de verloofde? Waarom horen we in het begin uitgebreid over de financiele macht van schoonzoon over schoonvader en lost die kwestie zich vanzelf op? Hoe zit het met de hartkwaal, waar Lucie eigenlijk voor naar Berchtesgaden kwam? Was die inbeelding of echt? Het zijn losse draden in een rommelig tapijt.

Anna is verliefd op Lucie, dat hoeft niet verder verklaard, iedereen wordt immers verliefd op Lucie. Minder duidelijk is waarom Lucie, als ze weer thuis is, ineens van Anna gaat houden. Er is de vage aanwijzing dat het feit een rol speelt dat haar man niet meer met haar naar bed gaat (ze zijn zo deftig en hoogstaand dat ik het gewone werkwoord nu maar eens vermijd), maar de gedachte dat iemand lesbisch wordt omdat ze geen man kan krijgen, is toch te primitief.

Aan het eind keert Anna uit het klooster naar Lucie terug. Is dat een happy ending? Een levenslustige dertigjarige Beierse die in Blaricum of Bloemendaal bij een bejaard echtpaar woont? Moeten we Vestdijk serieus nemen?

Anna heet Anna naar Anna Blaman, die in 1960 overleed en op wie Vestdijk gesteld was. Is dit boek in haar eer geschreven? Dan is het goed dat zij het niet las.

De slappe titel - kunt u zich voorstellen dat Mann De Toverberg Een alpenroman noemde? - wijst misschien op Vestdijks teleurstelling. Alleen Twee vrouwen van Mulisch, ook over een lesbische liefde, klinkt even slap.

Natuurlijk moeten Vestdijk-fans en historici der Lesbiciteit dit boek lezen. Verder zal ik het niemand aanraden.