Langdradige liefde van twee gekwetste zielen in een poppentheater

Voorstelling: De liefde van de zeven poppen naar Paul Gallico door Belgisch Toneel Amsterdam. Bewerking en regie: Geert Kimpen. Dialogen: Paulo van Vliet. Liedjes: Jaap Meurs. Spel: Deirdre Buurman, Marc-Marie Huybregts, Jitka Lejdarová. Gezien 26/4, Amsterdam, Stadsschouwburg, Bovenzaal. Aldaar t/m 29/4 en 26/6 t/m 2/7. Tevens op Terschelling, Oerol.

De actrice wankelt via een kort verblijf op een mannenschoot naar voren. Uit haar keel sputtert een dunne zangstem en haar gestalte geeft uitdrukking aan alle clichés van de gevallen vrouw. Door het, overwegend wat oudere, publiek golft warme vertedering: “och ja, ... Mouche”. Hier komt men voor. Niet voor iets nieuws, maar voor iets bekends: voor de warme herinnering aan Paul Gallico's roman over het droeve, naïeve meisje dat de liefde wint van een contactgestoorde poppenspeler door in te gaan op de gesprekken van zijn poppen. Langgeleden aanknopingspunt voor de filmmusical Lili (1953), nu aanleiding voor een kleine voorstelling, die al zoveel kaartjes deed verkopen dat de Amsterdamse Stadsschouwburg bij voorbaat een tweede week voorstellingen boekte.

De lieftalligheid van de musical blijft achterwege, regisseur Geert Kimpen windt er geen doekjes om. De poppenspeler heeft Mouche nauwelijks een baan aangeboden of hij verkracht haar. Maar vervolgens roept Kimpen een sfeer op van romantische kneuterigheid waarbinnen door hemzelf vastgestelde problemen als vrouwenhaat en gebrek aan eigenwaarde theorie blijven. Daarbij slaagt de acteur Marc-Marie Huybregts er net zo min in om waar te maken dat we hier van doen hebben met een gevaarlijk gekwetste ziel, als het de kinderlijk spelende Deirdre Buurman (Mouche) lukt om door te gaan voor een miskend zang- en acteertalent. Gaandeweg wordt pijnlijk duidelijk dat Kimpen en co-auteur Paulo de Vries Gallico's verhaal niet rond kregen. Ze zochten soelaas bij een langdradige samenvatting op film van Mouche's ingaan op avances van de acrobaat. Verwarrend genoeg gebeurt dat in de stijl van de zwijgende film, terwijl de rest van de geschiedenis in de jaren vijftig is gesitueerd.

Het grootste probleem van deze voorstelling, die toch De liefde van de zeven poppen heet, schuilt echter in de rol van de poppen. Ze zijn mooi gemaakt, mensgroot en voorzien van karakteristieke smoelen. Zonder hen zouden de poppenspeler en Mouche elkaar niet kunnnnen bereiken. Hoe is het dan mogelijk dat hun bijdrage werd teruggedrongen tot edelfiguratie?