Grafisch

F. BOERSMA (red.) m.m.v. F.G. MEYER: In stug verzet 1940-45. Herinneringen van Grafici

132 blz. plus bijlage, geïll., KVGO 1994, ƒ 83,75

Het jaarlijkse themanummer van het Koninklijke Verbond van Grafische Ondernemers, elke keer weer een hoogtepunt van vormgeving en drukkunst, is in dit herdenkingsjaar een monument. In stug verzet 1940-45. Herinneringen van Grafici is een hommage aan de mensen - zetters, drukkers, ontwerpers, binders, cliché- en stempelmakers - die verzet pleegden met grafische middelen.

Hoewel Nederland een rijke grafische traditie heeft is dit het eerste historische onderzoek naar grafici in het verzet (verraad en collaboratie heeft de redactie buiten beschouwing gelaten). Het werd hoog tijd, want zoals samensteller F. Boersma schrijft: “Het waren niet de bedenkers die bij illegaal drukwerk de grootste risico's liepen, maar de doeners.” Ondanks de risico's namen er volgens hem meer grafici deel aan het verzet dan journalisten en schrijvers. Nergens in Europa was de illegale pers zo omvangrijk, divers en invloedrijk. Nooit eerder was bedrukt papier zo duidelijk een zaak van leven en dood - dus werd er zoals nooit tevoren mee geknoeid.

Door een oproep in 1992 is de redactie in contact gekomen met een aantal direct betrokkenen. Otto Treumann, die als jood Duitsland in 1935 had verlaten, beheerste beter dan zijn Nederlandse collega's de gothische typografie en werd in 1943 gevraagd vervalsingen te maken. “Ik wist dat mijn ouders [die naar Nederland waren gekomen en vervolgens werden opgepakt, red.] er niet meer waren. Ik was blij dat ik in het verzet kon.” Stempelmaker J. Baaij (geb. 1909) werkte bij een fabriek die opdrachten kreeg van de Wehrmacht en in één moeite door extra exemplaren voor het verzet. De drukkers Eikelenboom en Croiset drukten enige tijd Het Parool, maar werden pas daarna opgepakt omdat ze het 'subversieve' blad van de Jehova's Getuigen drukten. Anderen kozen voor de 'camouflage': naast drukwerk voor de Duitsers verzorgde drukkerij Schmitz de lokale editie van Vrij Nederland.

De ontwerpers hebben gebruik gemaakt van een toepasselijk lettertype, het Spectrum, dat uit 1941-'43 dateert maar door de oorlog pas in de jaren vijftig courant is geworden. De gele omslag is een prachtige vondst: die vouwt aan de 'verkeerde' kant open en onthult aan de blauwe binnenkant een erelijst van grafici die als gevolg van hun verzetswerk het leven lieten. In de tekst is op een slimme en ook nuttige manier gebruik gemaakt van kleur, en vertikaal langs de pagina's lopen gele stroken waarop in kleine letter belangrijke data en gebeurtenissen voor de grafische industrie worden vermeld. Binnen een tamelijk onderkoeld stramien laten de ontwerpers het materiaal knetteren en knisperen.

Eén keer gaat het echter mis. Op vier bladzijden, alle vier het begin van een nieuw hoofdstuk, is de tekst in gele letters volkomen onleesbaar over een foto heen gedrukt. Wie het boek tot het einde toe doorneemt, vindt ingevouwen in de achterflap een rood velletje met de mededeling: 'Goed dat u verder heeft gezocht!' Daar staan dan alsnog die teksten op. Een toespeling op schijn en wezen in vervalst drukwerk? Of misschien een handige manier om een mislukt vormgeversexperiment met een grap te camoufleren? Geen van beide had wat mij betreft mogen gebeuren.

Aan de drukkers heeft het niet gelegen. Die hebben alle registers opengetrokken, vooral in de gepreegde, gestanste en geperforeerde replica's van waardedrukwerk, zoals vervalste zegels voor het persoonsbewijs en zelfs twee bladzijden in braille uit het bevrijdingsnummer van 'Mijn schild ende betrouwen!' Oranje-nieuws voor en door blinden. Daarnaast een foto van een kartonnen doosje dat wegens de papierschaarste aan beide kanten werd bedrukt, de ene met 'Pacific Film' en de andere met een tekening van een voedseldropping en de tekst 'Thank you America!' Op de bladzij zijn de versleten vouwen van het doosje voelbaar. Het boek is een historisch èn een tastbaar monument.