De verwerking van het onverwerkbare; De emotionele betekenis van het stilstaan bij een onvoltooid verleden

Waarom herdenken in 1970, 1985, 1995? Waarom op 4 of 5 mei? Het zoeken naar emotionele samenhang met anderen is een fundamentele menselijke behoefte, zelfs in onze individualistische samenleving. Dat geldt in bijzondere mate bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog, omdat die voor velen een onvoltooide aangelegenheid is. De bevrijding is een kostbare herinnering: niet iets om echt te vieren, maar wel iets dat tot bezinning dwingt.

Op uitnodiging van de K.L. Pollstichting voor OK&W en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) hield hij afgelopen donderdag aan de UvA een lezing met als titel 'Herdenken: waarom?', waarvan bovenstaande tekst een beknopte weergave is.

Men kan zich afvragen waar herdenken voor nodig is, en waarom veel mensen nu na vijftig jaar zo graag willen herdenken. Dat de emoties na vijftig jaar nog niet voorbij zijn, is in elk geval wel duidelijk. Vroman schreef omstreeks 1980: “Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.” Primo Levi schreef in 1984 een gedicht waarin de regels: “Sindsdien, op een onzeker uur, keert dat verdriet terug, En is er niemand om hem aan te horen” (De overlevende). Ze verwoorden wat menigeen ervaart. Het blijkt: sommige emoties blijven bestaan.

Dat emoties over zaken van groot persoonlijk belang zo lang kunnen nawerken, heeft de psychologie in die afgelopen vijftig jaar vastgesteld. In die vijftig jaar heeft de Duitse psychiater Niederland het begrip 'Spätschädigung' ontwikkeld voor effecten van de oorlog die pas na decennia omhoog kwamen, en het Post Traumatic Stress Syndrome werd na de Vietnam-oorlog beschreven. Vandaag de dag behoort dat syndroom tot de geaccepteerde diagnoses, maar nog jaren na 1945 gold bij veel psychiaters als dogma dat lijden dat enige tijd na de oorlogservaringen voortduurde of dan pas voor het eerst optrad, niet een gevolg van de oorlogservaringen kon zijn, maar op vooroorlogse, premorbide disposities moest berusten.

De oorlog en de bevrijding zijn voor een aantal mensen nog emotioneel levend. Maar waarom herdenken we dat gezamenlijk in het openbaar? En waarom herdenken we na precies vijftig jaar, en op 4 of 5 mei? Herdenken vertoont overeenkomst met verjaardagen, sterfdagen, trouwdagen en oudejaars-avond: allemaal dagen die zijn uitgekozen om een bepaalde emotionele zaak aan bod te laten komen. Mensen hebben er blijkbaar behoefte aan, ordening aan te brengen in het amorfe verloop van de tijd en om hun plaats daarin te markeren. Ik denk dat dit de kern van het herdenken is. Men probeert zich het verleden toe te eigenen, althans voor zover dat verleden emotionele betekenis heeft. Men wil zich plaatsen in een continuïteit. Men wil vooral ook positie kiezen tegenover een verleden waar men direct of indirect medeverantwoordelijk voor is en banden leggen met degenen die dat verleden delen.

Herdenken zelf heeft drie kenmerken. Het eerste is dat het meestal op voorgeschreven, vastgelegde tijdstippen gebeurt. Het tweede is dat men iets dóet, dat méér is dan aan het herdachte te denken: even stilstaan, bloemen neerleggen of feestvieren. Het derde kenmerk is dat herdenken doorgaans in het openbaar gebeurt. Men doet het tegelijk met anderen, en meestal doet men het samen. Dat geldt voor elk soort herdenken, en voor het herdenken van oorlog en bevrijding helemaal. Het licht gaat aan op straat en iedereen staat stil. Of men verzamelt zich voor een monument of een begraafplaats en doet allerlei collectieve dingen zoals het zingen van volksliederen, het luisteren naar een toespraak of de fanfare, gezamenlijk juichen. Of men viert feest.

Dat wil allemaal zeggen dat herdenken een ritueel is. Een ritueel is een door gemeenschap of traditie gedefinieerde gelegenheid om - doorgaans ook door gemeenschap of traditie gedefinieerde - handelingen uit te voeren met een moreel of emotioneel doel. Rituelen dienen er in het algemeen vooral voor om de wereld samenhang, orde of stabiliteit te geven. Ze doen dat door hun vaste tijdstip en door de aanbevolen of voorgeschreven handelingen. Een herdenkingsritueel doet dat nog extra, doordat het de herdachte gebeurtenis definieert als een objectief feit, als een feit in de wereld, als een deel van de geschiedenis. Het heft die gebeurtenis uit boven de herinnering van het individu en de gevoelens die alleen maar in één persoon bestaan.

Daaraan knoopt een ander centraal aspect van ordening en samenhang. Een herdenkingsritueel bevestigt de samenhang en verbondenheid met zowel degenen die de oorlog hebben meegemaakt - of er zich emotioneel bij betrokken voelen - als de herdachte personen. Het is net als bij een begrafenis, waarbij de overledene weer even aanwezig wordt gemaakt. Men beschrijft hoe hij of zij was, en bij menige begrafenis wordt de overledene daarbij in de tweede persoon toegesproken. Tegelijkertijd wordt de overgang bevestigd naar de toestand van afwezigheid: er wordt afscheid genomen, men woont de teraardebestelling bij of ziet hoe de kist langzaam naar de crematie-oven zakt.

Herdenkingen zijn in feite overgangsrituelen, rituelen waarmee een grote verandering in de gang van de tijd wordt bevestigd, en men kan er de drie elementen in herkennen waaruit alle overgangsrituelen bestaan: die van separatie, transformatie en aggregatie, dat wil zeggen de erkenning van de verandering. Een herdenking drukt de separatie uit door te presenteren hoe het verleden was. Bejaarde oud-verzetsstrijders lopen in BS-uniformen en parachutisten maken zich kwaad dat een brug van toen er niet meer ligt. Men markeert de overgang in het bekennen van de droefenis over wie er niet meer zijn maar hadden moeten zijn. Het derde element bestaat uit Bevrijdingsdag, met de vrijmarkt en de kermis op de Dam, de feestvreugde, en verder uit de presentatie van de lessen voor de toekomst.

Herdenken bestaat vooral uit eerbewijzen waarmee men verbondenheid en loyaliteit met de herdachten betuigt. We leggen bloemen en kransen, of we buigen misschien alleen maar het hoofd in erkenning en erkentelijkheid. Het lijkt iets merkwaardigs, want de behoefte om dat te doen is sterk terwijl de herdachten ons niet kunnen horen, aan de bloemen hebben ze niets. Is het omdat we geleerd hebben om dat zo te doen? Ik betwijfel het, want het betuigen van loyaliteit en respect aan het verleden en de doden is waarschijnlijk een welhaast universeel verschijnsel. Is het iets van magisch denken? We doen immers alsof de herdachten ons wel kunnen horen, alsof ze onze bloemen en eerbewijzen goedkeurend in ontvangst nemen, alsof we met hen in verbinding staan.

De behoefte om iets te bereiken met het ritueel weegt bij het herdenken van de afgelopen oorlog in bijzondere mate, want de oorlog is voor velen nog unfinished business, een onvoltooide aangelegenheid.

Wat houdt dat in? Ten eerste de verbijstering. Het naïeve ongeloof, de naïeve verbazing hoe het toch mogelijk is geweest, met name de vernietiging van joden en zigeuners. Het hulpeloze en verbijsterde zoeken naar de zin ervan komt bij het zien van een film of het lezen van een verslag erover kersvers naar boven. Hetzelfde geldt voor de moord op anderen, voor Putten, Ouradour en Lidice, voor de vernederingen en martelingen, voor het vertrappen van vrijheid en de gedachtendwang. De vraag blijft: hoe is het in vredesnaam mogelijk geweest. Het past gewoon niet in een mens z'n wereldbeeld, dat wil zeggen, in een wereldbeeld dat een mens nodigt heeft om te leven.

En dan het verdriet. Geen enkel verlies van mensen van wie men heeft gehouden is ooit helemaal een voldongen feit. Maar dat is het niet alleen. De liefde, de gehechtheid, het ingesteld zijn op een omgeving die de onze was, zijn vaak niet afgewikkeld. Veel liefdes en gehechtheden hebben geen natuurlijk eindpunt gehad, waar de gedachten en gevoelens naar terug kunnen gaan en even iets van rust kunnen vinden. De functie van een begrafenisritueel is om zo'n eindpunt te verschaffen. Maar velen die de oorlog overleefden hebben de mensen van wie ze hielden niet begraven. Ze weten niet waar ze liggen, en een groot aantal van hen ligt helemaal niet.

Het verleden is overigens niet alleen onvoltooid voor zij die de oorlog hebben meegemaakt. Het is dat ook voor veel van hun kinderen, kleinkinderen en vrienden. Ook voor hen bestaat de verbijstering, de onopgeloste afstand tot hun ouders, grootouders of oudere vrienden, de onbeantwoordbare en vaak niet eens gestelde vragen over hoe het was, de verontrustende onzekerheid over hoe hij of zij zelf in die omstandigheden gereageerd zou hebben, of men 'goed' geweest zou zijn, of men niet andermans brood had gejat - de breuk in de verwachting van een rechtvaardige wereld. Het verleden is daarmee onvoltooid voor iedereen die de realiteit van de oorlog tot zich laat doordringen, de morele zaken die er in het geding waren en die levend zijn voor zover ze voor henzelf leven, of voor mensen met wie ze in emotionele betrekking staan. Dit alles is niet uniek voor de oorlog van vijftig jaar terug; het herhaalt zich alleen maar keer op keer.

Het moet duidelijk zijn dat de voornaamste reden voor herdenken de emotionele betekenis ervan is.

Emotioneel vervullen rituelen een dubbelrol. Emoties vormen de aanleiding voor rituelen, en rituelen vormen de aanleiding voor emoties. Die emoties van herdenkingen zijn, hoewel vaak hoogst ongewenst, toch ook vaak gezocht.

Er zijn nogal wat redenen waarom men de emotionele confrontaties bij herdenken ongewenst kan vinden. Men wordt opgezadeld met al die presentaties, herinneringen en oproepen, terwijl er veel is dat niet zo nodig opgerakeld hoeft te worden. De individuele neiging om te herdenken en de publieke herdenking kunnen ook krachtig botsen. Veel emotionele zaken verdragen het niet om zonder terughoudendheid vertoond of besproken te worden. Er worden grote woorden gebruikt. Er worden stukken van het verleden verwaarloosd die niet in het beeld passen dat men wenst te herdenken - met name de Nederlandse medewerking aan de vernietiging van de joden - wat veel van de zin aan het publieke herdenken ontneemt.

Maar de emoties worden dus ook gezocht. Bij het denken aan emotioneel ingrijpende gebeurtenissen spelen altijd aarzeling en afweer mee, onvermogen om te ervaren, ontoegankelijkheid van emoties waarvan men wel weet dat ze er moeten zijn. Men zoekt naar een vorm voor de emoties en naar een manier om te kunnen omgaan met onverwerkte emotionele gebeurtenissen. Er zijn gebeurtenissen waar men niet op een enigszins evenwichtige manier aan kan denken of terugdenken. Er zijn in of door de oorlog gebeurtenissen geweest die eenvoudig niet te verwerken zíjn, waar wij mensen (de meesten onzer) niet op zijn gemaakt. Toch zou men ook het onverwerkbare graag willen verwerken, men zou het eigen verleden en dat van anderen graag onder ogen kunnen zien. Men zou de inhoud en consequenties van wat er gebeurde in het beeld van de wereld en in het zelfbeeld willen opnemen.

Een herdenkingsritueel biedt mogelijkheden om die druk althans voor even te verlichten. Het maakt het een mens soms mogelijk om afweer te omzeilen of om emoties wat afstandelijker te beleven, dat wil zeggen: zonder dat zij ontredderend zijn. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Eén ervan is dat de emoties bij een ritueel sociaal respectabel zijn. Men kan er met zijn of haar emoties worden aanvaard in de rol van geëmotioneerde.

Belangrijker is dat een herdenkinsritueel de emotionele betekenis van het herdachte een objectieve status geeft. Het ritueel maakt dat het om een verdrietige stand van zaken in de wereld gaat, en niet meer speciaal om individueel verdriet. Men ontmoet de erkenning dat er een onheil was, en niet alleen maar iets in het eigen gevoel of de eigen herinnering. Ook anderen benadrukken immers hoe groot het leed of het verlies, en eventueel de blijdschap, waren en zijn. Het ritueel definieert de persoon als iemand met de sociale plaats die bij de emotie past.

In het ritueel wordt bovendien ook de emotie zelf tot iets meer objectiefs. Degene die hem ervaart wordt een verhaal of een deel van een verhaal. Betrokkenen delen in het ritueel door de confrontatie met àndermans emotioneel lot. Ze delen er ook in door te vertellen over de eigen ervaringen in een formele context, buiten een persoonlijke relatie. Het is nogal eens voorgekomen dat iemand in een lezing uitwijdde over oorlogservaringen die hij of zij nooit aan de kinderen of de partner had verteld, tot onthutsing van deze laatsten - maar vertellen binnen de intieme relatie zou niet te doen geweest zijn.

Voor het voltooien van het onvoltooide wegen het tonen van respect en het voelen en betuigen van genegenheid het zwaarst. Het zijn de belangrijkste ingrediënten van een herdenkingsritueel, omdat het tonen van respect en het betuigen van genegenheid de gevoelsrelatie met de verlorenen onderhouden. Ze zetten in feite een deel van die relatie voort of nemen de draad ervan op. Het tonen van respect ìs immers betoon van liefde en zorgzaamheid, of het object dat nu voelt of niet. Hetzelfde geldt voor het betuigen van genegenheid. Men begeeft zich in de emotionele relatie, men maakt gebaren en neemt in de rituele handelingen en het bijpassend gevoel de respectvolle houding aan. Door dat te doen wordt de ander in zijn of haar respectabele hoedanigheden erkend en geaccepteerd.

Geschenken geven en het leggen van bloemen en kransen hebben dezelfde functie. Met geschenken doet men een ander niet alleen maar een plezier, maar constitueert of bevestigt men er ook een relatie van erkenning en eventueel van erkentelijkheid mee. Mèt het respectvolle of toegenegen gedrag bouwt men een innerlijke houding op waardoor men de ander meer in het eigen emotioneel bestand integreert; een emotie bestáát uit zo'n innerlijke houding. Het zo erkennen van de ander, en hem of haar accepteren in de staat waarin hij of zij is, sluit ook een erkenning in van de definitieve afwezigheid, en misschien iets van acceptatie dáárvan.

In dergelijke gevoelens ligt ook het emotionele profijt van andere manieren om de afwezigen in het ritueel aanwezig te maken, zoals het oproepen van herinneringen en het beschrijven van hun persoon. Het geeft het gevoel dat ze niet helemaal weg zijn. Er schuilt iets reëels in de gevoelde aanwezigheid. De ander is er even niet alleen als beeld, maar als het object van de innerlijke houding die men tegenover dat beeld aanneemt, en die weer met de relatie tot de afwezige correspondeert - de gevoelshouding van vriend of vriendin, van kind of van ouder, leraar, leerling of collega. Dat kan bovendien eigenlijk niet anders dan door zich tegelijkertijd iets van de ander in diens complementaire rol voor te stellen, als vriend waar men de vriend van is, als ouder waarvan men zich het kind weet. Bij de jongste herdenking van de Februaristaking liep er iemand - een jongere man - mee met een bos bloemen met op het lint de tekst 'Om jullie voorbeeld'. Zoals een van mijn zoons het uitdrukte naar aanleiding van deelname aan zulke herdenkingen: je maakt ouders.

Publiek herdenken is een vorm van het sociaal delen van emoties, en sociaal delen van emoties als zodanig heeft sterke emotionele implicaties. Het creëert of versterkt gevoelens van verbondenheid met de groepsgenoten of met de andere deelnemers aan het ritueel; het geeft even het gevoel of de illusie van gemeenschappelijkheid. Het zoeken van emotionele samenhang met anderen is een van de meest fundamentele menselijke geneigdheden, zelfs in onze wel als 'individualistisch' aangeduide samenleving.

De hang naar verbondenheid gaat ook in een andere richting. Sommige van onze kinderen, dat wil zeggen de kinderen van wie de ouders de oorlog hebben meegemaakt, verlangen naar aansluiting met ons, of missen die als die er niet is. Zoveel gelegenheid hebben we ze er inderdaad niet voor gegeven, dat wordt uit alle publikaties over de problematiek van naoorlogse kinderen duidelijk. Ze hebben geen deel aan onze ervaringen van toen, en aan die van nu over toen evenmin. Ze staan buiten een van de belangrijkste delen van ons leven, dat bovendien een deel is dat een stempel heeft gedrukt op onze omgang met hen. Dat zwijgen tegenover onze kinderen over wat we in de oorlog echt beleefden, daar stelt herdenken soms iets tegenover.

Is dat alles de volledige inhoud en achtergrond van het herdenken? En is dat de voornaamste reden om met name de bevrijding te willen herdenken, in het licht van het feit dat de misdaden tegen de menselijkheid in die vijftig jaar bijna zonder onderbreking hebben voortgeduurd?

Voor de herdenking van deze unfinished business blijken volop actuele beweegredenen te bestaan. De business is niet alleen maar unfinished doordat zoveel mensen geen afscheid hebben kunnen nemen, maar vooral door de onbeantwoordbare vraag hoe het allemaal mogelijk is geweest. De business is ècht niet voltooid, die gaat immers in een aantal opzichten maar door. Er is nog onophoudelijk sprake van geweld en van wreedheid, van vernietiging, onderdrukking en angst om verlies van naasten.

De intense behoefte aan zingeving van ondervonden ellende zorgt niet dat men zo'n zin inderdaad vindt, maar wel dat men een strekking van het verleden ziet, voor vandaag en de tijd die komt. Herdenken leidt tot reflectie op die strekking. Het is een aspect van de aggregatiefase van het ritueel, en vormt de zin van een herdenken dat uitgaat boven het zich louter over het verleden buigen.

Er schuilt op zichzelf niets moois in herdenken, en zeker niet in het zoeken naar de strekking van het verleden voor de toekomst. In 1989 herdachten de Serviërs de Servische nederlaag bij de slag op het Merelveld in 1389. Dat was aanleiding voor een opzwepen van Servisch nationalisme en zo ongeveer het begin van de huidige ellende daar. Het nationalisme werd opgezweept onder het motto dat er ook destijds, in 1389, glorieus verzet kon worden geleverd tegen de aantasting van de Servische eer. Veel herdenkingen verstikken in wraakzucht, verheerlijking van de eigen groep en projectie van glorie op wat schanddaden waren.

Dat het bij deze herdenking niet zo is, daarvoor mag men zich gelukkig prijzen. Dat is, denk ik, te danken aan de aard van de onvoltooide business zoals ik die karakteriseerde. Deze herdenking staat niet alleen maar in het teken van de gruwelen uit het verleden, maar draagt ook het motto dat Von Weiszäcker er in 1985 aan gaf: wie de ogen voor het verleden sluit wordt blind voor de toekomst. Of misschien: wie gevoelig is voor het verleden staat misschien open voor het heden. De emotionele inhoud van wat er herdacht wordt, kan herkend worden als een emotionele inhoud voor nu.

De huidige ellendes en schanddaden zijn niet dingen die men alleen maar weet. Het zijn zaken van emotionele inhoud, of ze worden dat zodra de gedachten bij de herdenking uitgaan naar het lot van onszelf en onze groepsgenoten. Ze kunnen emotioneel reëel zijn voor wie zelf bij de gebeurtenissen in het verleden betrokken was, maar ook voor kinderen die bij de betrokkenheid van hun ouders betrokken zijn, of voor hen die betrokken zijn bij anderen van wie zij de gezichten of de stemmen kennen. De emoties van sommigen vormen de gelegenheid voor de emoties van velen, bij een herdenking als de huidige. Zo heeft de herdenking van de Februaristaking bij de Dokwerker in Amsterdam zich ontwikkeld tot een jaarlijkse demonstratie tegen racisme, fascisme en onderdrukking van welke soort ook. De strekking van die herdenking is dat het verderf voortduurt, waarbij wijzelf, ons verzet en onze waakzaamheid het enig mogelijke tegenwicht vormen. Dat de bevrijding een kostbare herinnering is, niet iets om echt te vieren maar wel iets dat tot bezinning aanzet.

Tegelijk moet men bedenken: die strekking is alleen levend als ze aansluit op emoties en emotionele betrokkenheid, op de nabijheid van het lot van mensen waarmee men zich verbonden voelt. Men moet zich blijven realiseren dat er voor ons en degenen die ons nastaan of nastonden een bevrijding was. We moeten niet na dit jaar overgaan op een 'vrijheidsdag'. Dat is net zoiets abstracts en bloedeloos' als Werelddierendag: “Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen...”