De stad Rotterdam gaat echt niet verloren

Het rumoer over de vorming van de Stadsprovincie Rotterdam en de splitsing van deze stad in tien zelfstandige gemeenten, overstemt het grote algemene belang hiervan voor de 1,2 miljoen inwoners van Rijnmond. Hoe komen de 'Rotterdammers' aan de nonsens dat de stad Rotterdam zal verdwijnen! Een groot deel van de oudere bevolking in de omliggende gemeenten komt oorspronkelijk uit Rotterdam. Vaak voelen zij zich er nog bij betrokken, ondanks het feit dat hun dagelijkse leven zich in hun woongemeente afspeelt.

De Coolsingel, de Hoogstraat, de Lijnbaan en het Zuidplein zijn ook voor hen van belang. Evenals de schouwburg, de Doelen, het Zuidpleintheater, de musea en het Beursplein met zijn warenhuizen en grote winkels. Onze kinderen studeren vaak in Rotterdam en wonen daar tijdelijk. Ook wij kijken met trots naar de tv wanneer de zwanehals-pyloon voor de nieuwe Erasmusbrug geplaatst wordt. Het geweeklaag van de 'Rotterdammers' klinkt vals. Vaak praten deze lieden denigrerend over Rotterdam-Zuid, waar zij als echte Rotterdammers nooit komen, want daar wonen de 'boeren'. De uitspraak van het referendum moet derhalve als niet ter zake doende snel naar de Roteb worden gebracht.

In de omliggende gemeenten wonen veel oud-Rotterdammers uit de zogenoemde middengroepen. De stad Rotterdam bouwde in het verleden hoofdzakelijk voor de modale en beneden-modale inkomens. Daaronder bestond de grootste woningnood. De kleinere omringende gemeenten groeiden als kool, omdat men hoofdzakelijk voor de middengroepen eengezinswoningen met tuin voor de verkoop bouwde. De gemeentelijke heffingen waren lager dan in de centrum-gemeente Rotterdam, waar de grote culturele voorzieningen aanwezig waren. Men maakte daar graag gebruik van, maar de Rotterdamse burger betaalde het tekort.

Nu leest men in de kranten dat er gemeenteraden zijn die klagen, dat straks de gemeentelijke heffingen en belastingen hoger zullen worden. De gemeente Westvoorne is hiervan een duidelijk voorbeeld. Een groot deel van deze inwoners werkt of werkte in het Rotterdamse bedrijfsleven of in het havengebied. Een ander deel profiteert van de Rotterdamse badgasten of recreanten. Vanwege de hogere lasten wil men geen deel uitmaken van de komende stadsprovincie Rotterdam. Dat kan men een 'klaplopersmentaliteit' noemen. Want niet te ontkennen valt dat de inwoners van de Stadsprovincie Rotterdam grotendeels afhankelijk zijn van de Rotterdamse haven en het daaruit voortvloeiende bedrijfsleven, waarvan de financiële en economische uitstraling tot ver buiten het gebied voelbaar is. Gelukkig dat niet de gemeenten, maar ons parlement straks een beslissing zal nemen.

Het zou de kiezers uit de niet-Rotterdamse gemeenten toch voldoening moeten geven dat zij via hun plaatselijke politici straks rechtstreeks in de Raad van de nieuwe provincie vertegenwoordigd zijn. Dat zij daardoor mede richting geven aan nieuwe havenontwikkelingen, het grondgebruik voor grote industrieën, de ligging van grote infrastructurele werken. Het gejammer: 'Rotterdam drukt toch alles door' is dan voorbij. Wij zijn dan samen verantwoordelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling, de economische gevolgen en het milieubeleid.

In 1964 werd de eerste Rijnmondraad geïnstalleerd. Het gebied telde 1 miljoen inwoners, waarvan tweederde deel in Rotterdam woonde en eenderde in de overige gemeenten. Daar waren gemeenten onder van ruim 400 inwoners. Thans is deze verhouding ongeveer half om half. Echter, bij de kiezers ligt dit anders. Rotterdam heeft ruim 7 procent allochtone kiezers, die voor de verkiezing voor de raad van de nieuwe provincie geen stemrecht hebben; wel voor de tien afzonderlijke gemeenten. In de gemeenten rond Rotterdam is dit percentage allochtone kiezers rond 2 procent. Deze 5 procent verschil betekent dat de kiezers van de overige gemeenten in de provincieraad waarschijnlijk twee zetels meer krijgen, dan die uit Rotterdam.

Voor de eerste vier jaren is dit een goede bijkomstigheid. Want niet te ontkennen valt dat er onder vele kiezers uit de randgemeenten toch wel enig wantrouwen bestaat ten aanzien van het Rotterdamse gemeentebestuur en het ambtenarenapparaat. Ook de voorlopige Regioraad wordt geholpen door grotendeels Rotterdamse ambtenaren. Het kleine zeteloverwicht in de raad van de nieuwe provincie kan van grote betekenis zijn, zeker psychologisch.

Er moet ook over nagedacht worden of de huidige secretaris van de voorlopige Regioraad gekozen moet worden als griffier van de nieuwe provincie. Is het niet verstandiger om als ambtelijk tegenwicht, een nieuwe griffier te zoeken van buiten het Rijnmondgebied?

Ik hoop van harte dat ons parlement de wijsheid heeft, zonodig tegen emotionele kretologie of eigenbelang in, een goede wet te maken, waarmede het bestuur van de Stadsprovincie Rotterdam een goede start krijgt. Daarmede wordt tevens de basis gelegd voor goede verhoudingen in de Raad.