De samenleving in Theresienstadt

G.E. BERKLEY: Theresienstadt. De geschiedenis van het 'modelkamp' van de nazi's

308 blz, De Kern 1995, vert. Chris Mouwen (Hitler's Gift. The Story of Theresienstadt), ƒ 44,50

Hij was de laatste, de allerlaatste

Hij was zo rijk, zo stralend, zo verblindend geel

Het was net een traan van de zon

Die verzengt tegen een witte steen.

Zo'n schitttering van geel

Vloog onbelemmerd ver de hoogte in

Weg, ik weet het zeker, omdat

Hij onze wereld vaarwel wilde kussen.

Zeven weken woon ik hier

Opgesloten in dit getto.

Ik heb paardebloemen naar me zien reiken

En de witte kastanjebloesem op de binnenplaats

Maar een andere vlinder heb ik nooit meer gezien.

Die vlinder was de laatste, want

Er leven geen vlinders hier in het getto.

De kindertekeningen en de gedichten zijn het meest ontroerende uit de geschiedenis van Theresienstadt en het is goed dat de schrijver veel aandacht besteedt aan de jeugd in het getto. Hij beschrijft uitstekend hoeveel moeite het joods bestuur deed om de kinderen in die mensonwaardige omgeving een goede opvoeding te geven. Niet slechts het (door de SS streng verboden) onderwijs werd gegeven, ook aan kunstzinnige vorming werd veel aandacht besteed. Dat gebeurde ook met 1260 uitgehongerde kinderen die doodsbang (ze durfden niet onder de douche) uit het vernietigde getto van Bialystok kwamen. Het is een gruwelijk verhaal. Ze werden door 52 verpleegsters, jeugdleiders en twee artsen in strikte afzondering weer opgeknapt en kregen nieuwe kleren. Onder het mom van uitwisseling gingen ze, met hun verzorgers, linea recta naar Auschwitz.

Het culturele leven krijgt terecht veel aandacht. De SS-commandanten lieten het joodse zelfbestuur de vrije hand. Zo ontstonden op heel veel plaatsen (in kazematten, op zolders van kazernes), theaters, concertzalen en ook in de buitenlucht op binnenplaatsen werd muziek gemaakt, gereciteerd en toneel gespeeld. Er was immers van het begin af een keur van kunstenaars, componisten en schrijvers uit Duitsland, Tsjechoslowakije, Oostenrijk en tenslotte ook uit Nederland in de stad gekomen. Berkley geeft ook een opsomming van muziekstukken die Theresienstadt hebben overleefd, en die nu op de internationale podia verschijnen, zoals de kinderopera 'Brundibar' en de opera 'Der Kaiser von Atlantis'.

Eigen rechtbanken

Uit het bijzonder gedetailleerde boek blijkt dat de organisatorische structuur in Theresienstadt totaal verschilde van die van Westerbork. Daar had men de militaire bevelsstructuur die van het Nederlandse bestuur onder kapitein Schol (commandant, joodse hoofddienstleider - dienstleiders) was overgenomen. In Theresienstadt was het joods zelfbestuur in interne zaken autonoom. De 'raad van oudsten' (en niet 'ouderlingen' zoals in de vertaling wordt gezegd) had zelfs eigen rechtbanken die zich baseerden op een door de aanwezige rechtsgeleerden uitgewerkt wetboek. Alle vonnissen werden in dagelijkse publikaties bekendgemaakt. De meest voorkomende delicten waren: diefstal, zwendel met etenskaarten en handtastelijkheden. Allemaal feiten die in een overbevolkte stad (in 1943 soms 75.000 mensen tegen ca. 6.000 oorspronkelijke bewoners inclusief garnizoen) aan de orde van de dag waren. Vluchtpogingen, maar ook het streng verboden roken werden natuurlijk door de SS op haar bekende, hardhandige manier berecht. Geboorten waren in het getto verboden: zwangere vrouwen gingen met hun gezin op transport. In de eerste helft van 1943 worden geboorten oogluikend toegestaan, maar een nieuwe commandant stelt dan 350 vrouwen voor de keuze: abortus of transport.

Door voortdurende honger en gebrek aan eerste levensbehoeften werd zwarte handel en zwart werken een dagelijks verschijnsel. Het uitgebreide net van 'sluizen' en de daaruit voortvloeiende corruptie worden zeer goed beschreven. De auteur houdt zich ook bezig met de toestanden in hogere kringen. Zijn beschrijving van het lot van de drie 'Judenältesten' Edelstein, Eppstein en Murmelstein neemt echter te veel plaats in beslag en overbodig is zijn uitvoerige verslag van mogelijke seksuele uitspattingen van Murmelstein die voor deze gelegenheid 'de 39-jarige rabbijn-geleerde' wordt genoemd. De zeer uitvoerige voetnoten maken het boek niet leesbaarder.

Berkley's onderzoek brengt niettemin tal van onbekende feiten boven water: wie had er ooit van gehoord dat de Duitsers eind 1940 de joodse gemeenten in Wenen en Praag opdracht hadden gegeven 1.600 respectievelijk 1.300 mannen aan te wijzen voor een werkkamp in Galicië (Polen)? Daar aangekomen werden de mensen in een moerasgebied gedreven met de opdracht zonder gereedschap en materiaal een kamp te bouwen. Toen de aanval op Rusland begon, liet het leger de circa 650 overlevenden naar Wenen terugbrengen.

De inkomende en uitgaande transporten op de 'zijspoorweg' (bedoeld wordt de spoorlijn die sedert 1 juni 1943 het getto met station Bauschowitz verbindt) zijn precies bijgehouden. In het begin gingen de transporten naar Riga waar - naar we nu weten - de mensen, door de SS en plaatselijke hulpkrachten doodgeslagen werden. Toen dit tijdrovend bleek werd naar andere middelen gezocht. Vanaf 1942 gingen alle transporten naar de vernietigingskampen in Polen.

Interessant zijn Berkley's beschouwingen over de verschillende bevolkingsgroepen. Ondanks het feit dat de Weense bevolking de deportaties van de joden grotendeels toejuichte (wat eigenlijk nergens anders gebeurde), waren het de Weense joden, die in Theresienstadt het meest over hun stad spraken. Anderzijds hadden zij het gemakkelijk in de omgang met de leidende Tsjechische kliek omdat er uit de tijd van de Donaumonarchie een nauwe band tussen de volken bestond en veel Oostenrijkers uit die contreien stamden. Slechter verging het de Duitse joden, die bij de Tsjechen niet bepaald geliefd waren.

De Nederlanders hadden het met hen ook niet gemakkelijk, maar dat kwam gedeeltelijk doordat er naar verhouding veel oude mensen waren, die in Westerbork niet of nauwelijks behoefden te werken. In Theresienstadt echter moest iedereen aanpakken, als hij niet over de nodige relaties beschikte. Dit gold vooral voor de 'Barnevelders' (Nederlandse joden met een speciale status die uit het kamp Barneveld afkomstig waren) en de Nederlands Hervormd gedoopten die, toen ze wisten dat hun vrijstelling ook in het getto geldig was, althans volgens de Tsjechen niet meer gemotiveerd waren. Toen na vier weken alle pas uit Westerbork aangekomen Nederlanders, met uitzondering van de Barnevelders en NH-gedoopten, naar Auschwitz waren gedeporteerd, heeft dat de arbeidsmoraal van de twee laatstgenoemde groepen, volgens Berkley zeker niet verbeterd.

Rode Kruis

Fascinerend wordt het boek als Berkley de officiële teksten van de rapporten van het Internationale Rode Kruis boven tafel brengt en bewijst hoe deze organisatie zich bewust heeft laten beetnemen. Bovendien maakt hij duidelijk, dat de verplaatsing van 1200 joden, in februari 1945, van Theresienstadt naar Zwitserland geschiedde op initiatief van Jean Marie Musy, ex-president van Zwitserland, die als pro-nazi en vriend van Himmler de antisemitische koers van de Zwitserse politiek had bepaald. In de laatste maanden van de oorlog zag hij zo een kans zijn blazoen te zuiveren.

Het is jammer dat de vertaling zo slecht is. Barrack (Engels) is in het Nederlands kazerne, in het boek echter consequent een barak. Dus gaat op pagina 157 een opera op de zolder van een barak in première. Dat joden in het Duits geen Jüden maar Juden zijn is een andere, storende fout.

De vermelde feitelijkheden zijn indrukwekkend maar ik moet, op grond van eigen ervaring, enkele correcties aanbrengen: het laatste transport uit Nederland arriveerde in de nacht van 5 op 6 september 1944. Het is dan 36 uur (en niet 58) onderweg geweest. Er was een vat met drinkwater en een vat als toilet (geen emmers) aan boord en ruim voldoende proviand - we mochten immers in Westerbork zelf onze bevoorrading regelen. En het transport dat op 28 september 1944 van Theresienstadt naar Birkenau vertrok, was niet één maar drie nachten vertraagd. Ik heb er persoonlijk goede herinneringen aan. Bovendien bestond de trein uit nieuwe (surrogaat) personenwagens: bouwwijze zoals goederenwagens, echter met ramen en banken.

Het omslagontwerp en de foto op de omslag doen het getto geen recht. De foto is een bekende afbeelding van de 'Kleine Festung' met veel prikkeldraad dat in het getto nauwelijks nodig was. Jammer dat er geen keuze is gemaakt uit de bestaande afbeeldingen van het leven in het getto en ook een plattegrond zouden de lezers zeker hebben gewaardeerd.