De muzikale structuren van 'jazzorkest' De Volharding; Zuchten, zuigen en schokken

Concert: The Jazz Connection, orkest De Volharding o.l.v. Jurjen Hempel met stukken van Frederic Rzewski, Kenny Wheeler, Peter van Bergen, Wiek Hijmans en Eckard Koltermann (wereldpremières). Gehoord: 24/4 Felix Meritis, Amsterdam.Verder: 27/4 Utrechtse School, 28/4 Gigant, Apeldoorn, 29/4 Vereeniging, Nijmegen, 2/5 Schouwburg Arnhem, vervolgens t/m 13/5 in Tilburg, Den Haag, Rotterdam, Alkmaar en Amsterdam.

The Jazz Connection heet het nieuwe programma van De Volharding en dat is niet gezocht, omdat het orkest sinds de oprichting in 1972 altijd contact met de jazz heeft gehad. Men denke aan Louis Andriessens repertoire-stuk On Jimmy Yancey, geïnspireerd door de meest poëtische boogie-woogiepianist die de jazz ooit kende. Ook via de musici onderhield De Volharding banden met de jazz- en improvisatiemuziek, van de anarchisten Willem Breuker en Herman de Wit uit de begintijd tot hun free-funk collega Maarten van Norden tot voor kort. Dè jazz connection in persoon was echter trombonist Willem van Manen, die jarenlang niet alleen de drijvende kracht achter De Volharding was maar ook achter de jazzy Contraband met gedeeltelijk dezelfde bezetting.

De duidelijkste overeenkomst tussen de Volharding en een jazzorkest is de korte lijn tussen compositie en uitvoering. Het repertoire wordt speciaal voor het orkest geschreven, onder de ogen van de componisten ingestudeerd met als resultaat een grote samenhang, tussen orkest en componisten en de composities onderling. Want hoe verschillend de stukken van de Volharding ook moge zijn, ze hebben één ding gemeen: ze gaan uitsluitend over muzikale structuren. Er wordt niets uitgebeeld of geïllustreerd, slechts met veel fantasie kan de luisteraar zich er iets bij voorstellen.

Bij Family Scenes van Frederic Rzewski, de opening van het nieuwe programma, moet men daarvoor wel over een flitsende geest beschikken want het stuk is een aaneenrijging van deeltjes; 37 stuks, ieder van 24 seconden. De musici maken tijdens deze flardjes niet alleen 'echte' muziek, maar ook allerlei huiselijke geluiden. Er wordt door elkaar gepraat, over kleding gewreven, hevig gezucht en zelfs luidruchtig op duimen gezogen. Dank zij de grote afwisseling blijft de luisteraar wakker genoeg om te ontdekken dat deze Scenes met jazzmuziek vrijwel niets te maken hebben.

Bij Wheantwil van de Canadees Kenny Wheeler is dat wel het geval, helaas worden de solo's van Bob Driessen op sopraansax en de componist zelf op bugel afgewisseld met soms nogal bombastische orkestpartijen. Ook Dillemma in F van de Duitser Eckard Koltermann moet het hebben van afwisseling tussen orkestblokken en min of meer geïmproviseerde deeltjes, in dit geval in duo- en trioverband met Theo Jörgensmann op klarinet, de componist op basklarinet en Wheeler op trompet. Het stuk telt vijf 'rondes' van vijf minuten en dat lijkt er minstens één te veel.

Bij Burn! van de jonge gitarist Wiek Hijmans valt op dat het orkest staat en de twee solisten, Hijmans zelf en saxofonist Peter van Bergen, op stoelen zitten. Ook hier weer de procedure orkest-solisten-orkest-solisten, al is het effect van het improviserende duo hier veel abstracter en het contrast met het orkest groter en duidelijker. Hijmans bespeelt zijn gitaar minstens voor de helft met zijn voeten via een flinke batterij pedalen en Van Bergen slaagt in wat nog niemand gelukt is: zijn saxofoon zonder enig stekkertje te laten klinken als een electronisch instrument. Er wordt door dit duo wel degelijk geïmproviseerd maar jazz levert Burn! niet op, wat trouwens niet erg is omdat de spanning na een statig begin heel aardig op peil blijft.

F.031 van Van Bergen zelf is een buitenbeentje in het repertoire, net als de Scenes van Rzewski, maar verschilt daar overigens radicaal van. Het stuk bestaat voornamelijk uit stilte, onderbroken door keiharde staccato's op plaatsen die de musici volgens een geheime code zelf bepalen, reden waarom dirigent Jurjen Hempel dit stuk overlaat aan Van Bergen die op zijn gigantische contrabasklarinet volkomen onhoorbaar blijft. Wat kan stilte soms overdonderen.

Aan schokeffecten is het nieuwe programma van De Volharding dus rijk genoeg, maar liefhebbers van fraaie harmonieën en pakkende melodieën, met of zonder een connectie met jazz, komen er nogal bekaaid vanaf.