Botte eenzaamheid jankt in Vrijen met dieren

Voorstelling: Vrijen met dieren van Stany Crets door de Blauwe Maandag Compagnie. Regie: Stany Crets. Decor: John Dehollander. Spel: Jan Decleir, Peter van den Begin, Karlijn Sileghem, Els Dottermans, Erik van Herreweghe. Gezien 21/4, Gent, Minardschouwburg. Te zien 11 t/m 13/5, Amsterdam, Stadsschouwburg. Tournee.

Achterin het programmaboekje steekt een vel papier met een woordenlijstje. Vrijen met dieren wordt door Vlaamse acteurs in het Vlaams gespeeld en een Nederlands publiek mag bepaalde essentiële woorden niet misverstaan. 'Spauwen' bijvoorbeeld is 'kotsen', 'stoefer' is 'bluffer' en 'poepen' betekent 'neuken'. Dat 'pertang' staat voor 'nochtans' zal ons een zorg zijn en dat 'klappen' Vlaams is voor 'praten' weten we allemaal, maar die drie woorden, spauwen, stoefer en poepen, die doen ter zake. Ze maken van een dier een mens en van een mens een dier. Door telkens opnieuw en steeds anders uit te gaan van die drie woorden overweegt het stuk Vrijen met dieren scène na scène hoe het verkeren op die grens tussen mens en dier de mens ongeschikt maakt voor enig welbevinden.

Stany Crets, auteur en regisseur van Vrijen met dieren, is zelf acteur. Bij dezelfde Blauwe Maandag Compagnie die nu zijn eigen stuk brengt, speelde hij onlangs nog een schitterende rol in het zwaar psychologische O'Neill. Maar van de psychologiserende aanpak van zijn collega Luk Perceval moet Crets niets hebben, hoe hij ook uit eigen ervaring weet wat een balsem voor acteurs dat kan zijn. Hij levert ze uit aan leegte en perspectiefloze situaties ('de' amusementsshow, 'de' soap, 'de' smartlap etc.) en werpt ze terug op zichzelf. Iemand als Jan Decleir vaart daar wel bij. Een reus van een acteur is hij, die zoveel tragiek in zich bergt dat hij ons eenvoudig meevoert in de ziel van de eenzame man die bezig is zijn recht op verlangen op te geven. Ook de veel jongere Peter van den Begin is tot iets dergelijks in staat: de agressieve patser die niet anders doet dan zijn angst voor intimiteit wegbrullen. Els Dottermans, toch een bewezen groot actrice, verdraagt haar onherbergzame personage minder. Ze probeert er toch iets parmantigs in te leggen, durft het niet aan om zich uit te leveren aan kale taal in een kaal decor en wordt een typetje in plaats van een snerpend gegeven.

Wat hij of zij ook zegt, iedereen in Vrijen met dieren heeft het over seks, maar liefde noch lust is de aanleiding. De onafzienbare poel van vuilbekkerij is een vertoon van radeloosheid. “Hebt ge ooit al eens met een beest gevrejen?” vraagt de ene man aan de andere. Een rechtstreeks antwoord blijft uit, maar het klinkt door in het hele stuk. Ze doen niet anders: als deze mensen over seks praten, als ze vrijen of als ze er aanstalten toe maken, dan is het of ze dat met dieren doen. Natuurlijk, vrijen met een dier is mogelijk, lees de even vermakelijke als degelijke studie Lief dier er maar op na die Midas Dekkers aan dat onderwerp wijdde. Maar hoe je een dier ook liefkoost, of het je terugbemint is een hachelijke vraag. Waarschijnlijk niet. Maakt het dier de indruk je avances te beantwoorden, dan is de kans groot dat je menselijk verlangen het dierlijk gedrag naar eigen wens, en dus verkeerd, interpreteert. Wie vrijt met een dier is gedoemd tot isolement want eigenlijk vrijt hij met zichzelf. Wie in zijn medemens niet meer kan zien dan zo'n rede- en woordenloos dier en hem bij opkomende geilheid navenant te lijf gaat is, kan aan zijn gerief komen, maar veroordeelt zichzelf tot botte eenzaamheid.

Over die botte eenzaamheid jankt het rond, in Vrijen met dieren en dat naargeestig wolvengehuil doet in de verte denken aan de verbaasde weerzin die steekt achter het televisieprogramma Jiskefet. Daaruit spreekt eenzelfde fundamentele gevoelloosheid, eenzelfde verbazing over de pochende verbale smeerpijperij ter vervanging van erotiek, een even grote weerzin tegen het gemak waarmee wordt afgezien van oprechte hartstocht. Maar waar Jiskefet die woede uitdraagt in spot en hoon en lachen samen met het het publiek, kiest Vrijen met dieren voor een ingewikkelder commentaar. Het stuk maakt zich niet vrolijk om wat ik maar de hedendaagse emotionele onderklasse zal noemen. Er valt wat te gnuiven, verder legt het zich toe op een consequente oefening in pijnlijkheid voor alle personages, die in razende vaart een almaar groter ongemakkelijk gevoel oproept.