Blank en boos; Milities van buikige huisvaders en veteranen op zoek naar een missie

De bomaanslag op Oklahoma City bracht ze plotseling naar buiten, de milities: verongelijkte mannen in uniform die oefenen met wapens en zich op de komende burgeroorlog voorbereiden. Zij vergelijken de overheid met de Gestapo. Over de cowboys in het westen, de bange federale agenten en de 'dreigende machtsovername' door de Verenigde Naties.

De zestigjarige John heeft het nog nooit eerder gezien. Acht mannen in camouflage-uniform van de militaire dumpwinkel marcheren naar het kerkje naast zijn houten huis in het centrum van het dorpje Decker in West-Michigan, ongeveer 160 kilometer ten noorden van Detroit. “Nu manifesteren ze zich voor het eerst”, zegt de metaalbewerker hoofdschuddend over deze militieleden. “Ik wist niet dat ze bestonden. Het zijn er meer dan ik dacht.” Sinds de bomaanslag op Oklahoma City ontdekken veel dorpsbewoners tot hun verbazing dat een buurman of geloofsgenoot lid is van een paramilitaire organisatie.

In het dorpscentrum zijn felle televisielampen, camera's en grote caravans vol producers opgesteld. Het nationale televisieprogramma ABC Nightline houdt in het kerkje een dorpsbijeenkomst over de Michigan Militia. Het evenement is de grootste sensatie sinds president Nixon in 1972 met zijn helikopter hier landde om handen te schudden. De militie is een uiting van de groeiende extreem-rechtse beweging in Amerika.

Op acht kilometer van het centrum staat aan de lege, kaarsrechte hoofdweg door het gebied een eenzaam grijs houten huis met afdak, schuren en silo's. FBI-agenten vonden aluminiumpoeder en ontstekingsmechanismen. James Nichols en zijn broer Terry hebben hier met de hoofdverdachte van de bomaanslag op Oklahoma City, Timothy McVeigh, explosieven uitgeprobeerd. Als ze bommetjes tot ontploffing brachten, grapten ze tegen de buren over het doden van president Clinton.

Volgens een woordvoerder van de Michigan Militia waren de ideeën van de gebroeders Nichols te extreem voor het lidmaatschap. Toch zijn beide broers in paramilitair verband actief, zoals blijkt uit een verklaring van een dorpsgenoot die niet met naam genoemd wil worden: “Ik heb het niet aan de FBI willen vertellen. Die heeft er niets mee te maken”. Een omstander voegt daar aan toe: “Als de federale agenten bij mij zomaar binnenkomen, dan zouden de lijken zich opstapelen voor mijn deur”.

De gebroeders Nichols kunnen in Decker op sympathie rekenen. Vooral de oudere, 41-jarige James wordt omschreven als een keurige, zwijgzame, ecologische boer met excentrieke ideeën over de overheid. Zijn wrok tegen de buitenwereld werd sterker na langdurige procedures met zijn ex-vrouw over de voogdij van hun zoon. Hij weigert landbouwsubsidies.

De oorspronkelijk uit New York afkomstige Timothy McVeigh, hoofdverdachte van de aanslag in Oklahoma City, is weinig bekend bij de inwoners van Decker. Hij hielp als knecht op de boerderij en handelde in vuurwapens. Maar de inwoners kunnen zich niet voorstellen dat de gebroeders Nichols iets te maken hebben met de bomaanslag. Hen zijn alleen de experimenten met explosieven ten laste gelegd. “Ik weet zeker dat James er niets mee te maken heeft”, zegt Debbie Racine, een onderwijzeres die bij Nichols om de hoek woont. “Geen enkel bewijs hebben ze. Als Gestapo-agenten bestormden ze zijn boerderij. Zoiets gebeurde in nazi-Duitsland. Ik vind dat iedereen het recht heeft om op zijn eigen land te doen wat hij wil. Schieten, bommetjes maken. Zolang je maar niemand hindert. Stel je voor, straks gaan ze iedereen arresteren die op onze nationale feestdag vuurwerk afsteekt.”

De gebroeders Nichols zouden misschien nooit zo ver willen gaan als McVeigh, wel koesteren ze dezelfde radicale anti-overheidsideeën. Net als de linkse Rode Brigades in Italië vroeger, beschikken de rechtse terroristen over een uitgebreid bovengronds netwerk dat in Amerika bestaat uit milities, skinheads, neonazi's, blanke racisten en doorgeslagen anti-abortus-activisten.

Eén wereldorde, één wereldregering, één wereldreligie en één wereldeconomie: volgens de 25-jarige gereedschapsmaker Jason Gentle zijn dat de dingen die Amerika bedreigen. Hij is duidelijk leider van een lokale groep in Decker, want als hij praat, houden de anderen zich stil en luisteren ze. Een dikke, bebaarde man volgt al zijn verrichtingen op het kerkpleintje met een forse amateurvideocamera. Gentle heeft meegedaan aan de verkiezingen maar verloren. De politieke omwenteling van afgelopen jaar zegt hem niets. Hij vindt dat de “Republikeinen zichzelf in de uitverkoop hebben gedaan. Ze zijn geïsoleerd geraakt van de gewone mensen.”

Belasting

Volgens rechtse geschriften en pamfletten zullen de Verenigde Naties de wereld gaan regeren en Amerikanen tot slaaf maken. De zwarte helikopters waarmee de VN Amerika zou veroveren, zijn al gesignaleerd. De wereldreligie wordt New Age. En de dreiging van een wereldeconomie, dat is de meeste inwoners van Decker al duidelijk. De landbouw - zeker die in een familiebedrijf - kan niet functioneren met wereldmarktprijzen. Kleine boeren moeten veel belastingen betalen en subsidies innen en zijn dus overgeleverd aan de door hen zo gehate staat. De meeste familieboerderijen worden opgekocht door megabedrijven. Nationaal is viervijfde van de boerderijen al in het bezit van grote voedselproducenten.

Het inkomen van het dorp ligt een kwart onder het Amerikaanse gemiddelde. Hier zijn geen dure winkels. McDonalds noch enige ander fast food-keten vond Decker een vestiging waardig. Het enige restaurant, in een vierkante loods met ramen, heet veelbetekenend The Poverty Nook, het armoedehoekje. Sommige houten huizen langs de weg zijn verlaten en dichtgetimmerd. De weinige nieuwe woningen zijn luxe woonwagens, kant-en-klaar van de oplegger, waarmee de oude, ingezakte houten huizen worden vervangen.

Motorcrossen, schieten en jagen zijn de hobbies. Dronken rondrijden na een verblijf in een donkere, houten loods met het opschrift 'bar' is eigenlijk de enige misdaad. Verder moet er worden aangepakt. Het begint in maart met ploegen en zaaien. In juni is het rustig, maar in juli begint het werk weer met de onkruidbestrijding en het gaat door tot de oogsten in september en oktober. Tot de mogelijke ontsnappingen uit deze routine behoren militaire dienst of een universitaire studie.

Volgens schattingen van de Anti Defamation League, een joodse anti-racistische organisatie, zijn er in totaal circa tienduizend paramilitairen, verdeeld over dertien staten in het westen en midden van de VS. De meeste militieleden zijn huisvaders die wat lichaamsbeweging nodig hebben of veteranen op zoek naar een missie. Elke twee weken gaan ze in de tijgersluipgang over de grond en wringen ze hun dikke buiken door autobanden, springen ze met zware jachtgeweren of nog dreigender AK47 snelvuurwapens over hindernissen. Oriëntatie in het bos hoort ook bij de vaardigheden. Hoogtepunt zijn de schietoefeningen. Maar de extreme denkbeelden die de militieleiding predikt, kunnen sommigen aansporen nog verder te gaan. Norman Olson, baptistisch dominee, eigenaar van een wapenwinkel en commandant van de Michigan Militia, keurt de bomaanslag op Oklahoma City af - maar kan het wel begrijpen.

Rechtse terreur

Rechtse terreur heeft in Amerika een langere geschiedenis dan linkse. Maar wat in West-Europa voor terrorisme doorgaat, wordt in Amerika vaak 'haatmisdaad' (hate crime) genoemd: dat klinkt minder bedreigend. Federale agenten of rechters zijn soms het doelwit. In de afgelopen vijftien jaar zijn een linkse joodse talkshow-gastheer, een linkse joodse advocaat en een joodse zakenman door extreem-rechts vermoord. Een brievenbombouwer, de zogenoemde Unabomber, heeft met zijn geraffineerde produkten al zeventien jaar lang hoofdzakelijk prominente hoogleraren en onderzoekers verwond of vermoord. Abortusdokters en hun stafleden zijn doodgeschoten en klinieken zijn gebombardeerd.

Volgens Richard Lobenthal van de Anti Defamation League in Michigan is de extreem-rechtse beweging versterkt door moderne communicatietechnologie en een losse, moeilijk te doorgronden organisatiestructuur. Het was de extreem-rechtse theoreticus Robert Miles die het concept van het spinneweb ontwikkelde. “Als je er met de vuist doorheen gaat, repareert de spin het gat”, pleegt hij te zeggen. Als een terrorist wordt gepakt, zullen nieuwe 'cellen zonder leiders' opstaan en het werk voortzetten.

Bij de campagnes van presidentskandidaat George Wallace, de succesvolle exponent van blanke woede in de jaren zestig en zeventig, was er verdeeldheid tussen de aanhangers van de Ku Klux Klan, die blanke suprematie predikten en de leden van de John Birch Society, die de vermeende communistische samenzwering in de overheid bovenaan hun agenda hadden staan. Deze tegenstelling is met het verdwijning van het communisme minder sterk geworden. De Ku Klux Klan en de John Birch Society hebben nauwelijks betekenis. Andere extreem-rechtse groepen concentreren zich nu op datgene wat hen bindt.

Keppeltje

De militie in Michigan heeft volgens Lobenthal, een oude grijze rot van de burgerrechtenbeweging, geen openlijk racistische ideeën. De commandant, Olson, schept zelfs op over een joodse grootvader. De inlichtingenofficier loopt altijd met een keppeltje op en is een messiaanse jood van de beweging Jews for Jesus. Een afdeling van de militie heeft met deze man deelgenomen aan de viering van het joodse Pesach-feest om kennis te maken met de judaïsche wortels van het christendom. Ondanks deze schijn van tolerantie onderhoudt de militie wel contact met racisten. Op Internet en via de fax geeft de Michigan Militia recepten voor bommen door en frontberichten, bijvoorbeeld over de laatste ontwikkelingen in de berechting van de extreemrechtse John Trochmann in Montana. Alle losse extreem-rechtse groepen hebben snelle onderlinge communicatie. Skinheads leggen contacten tijdens concertbijeenkomsten.

Extreem-rechtse ideologen zwepen de gemoederen op via de korte-golfradio. Net als wapens en voedsel- en munitievoorraden behoort de korte-golfzender tot het basis-overlevingspakket voor de extreem-rechtse militant. Hun ophitsende radiopraatjes zijn legaal omdat in Amerika de vrijheid van meningsuiting veel ruimer wordt opgevat dan in Nederland of Duitsland.

Berucht is Mark Koernke, overdag portier bij de linkse, politiek correcte University of Michigan in Ann Arbor. 's Nachts verandert hij in de paramilitaire leider 'Mark of Michigan' en waarschuwt hij in een talkshow op de korte golf zijn aanhangers in het hele land tegen de komende burgeroorlog met de federale overheid. Hij suggereerde onlangs dat McVeigh slachtoffer was van een overheidscomplot. “Denk je eens in”, zei hij op dreigende toon over de bomaanslag in Oklahoma. “Misschien maakte de overheid een fout.” Volgens Lobenthal geeft 'Mark of Michigan' in zijn uitzendingen de rechtvaardiging voor terreurdaden die anderen kunnen plegen, terwijl hij zelf buiten schot blijft. “Hij kan altijd zeggen dat hij er niets mee te maken heeft”, aldus Lobenthal.

De bomaanslag op Oklahoma City is geheel verlopen volgens de Turner Diaries, een roman uit 1978 van de racistische schrijver William Pierce. Het is een bestseller onder extreemrechtse figuren en FBI-agenten. Het gaat over een aanslag door gefrustreerde blanke racisten met een uit kunstmest gefabriceerde bom op een federaal gebouw, waardoor honderden doden vallen. Het duurt weken voor alles is opgeruimd en de slachtoffers zijn gevonden. Ondertussen neemt het Congres de Cohen Act aan om terrorisme te bestrijden, onder andere door vrij vuurwapenbezit te verbieden. Een nieuwe groep, The Organization, doet daarop de terreur escaleren door het opblazen van meer federale gebouwen en het executeren van rechters, hoofdredacteuren en Congresleden.

Een echte heilstaat hebben de meeste extreem-rechtsen niet voor ogen. Maar ieder groepje heeft zo zijn eigen obsessie, die varieert van een fundamentalistische interpretatie van de Amerikaanse Grondwet tot aanbidding van de Führer. Sommigen weigeren een rijbewijs te halen of gooien hun Sofi-nummer weg. De ideeën zijn niet erg uitgewerkt en de pamfletten bevatten vaak half afgemaakte en slecht geconstrueerde zinnen met veel onderstrepingen. Is het extreem-linkse stereotype een zweverige intellectueel met langdradige betogen, dan zou de extreem-rechtse karikatuur een koppige, wantrouwige plattelandsbewoner zijn die zwijgt omdat hij wel beter weet. Hij is anti-intellectueel en laat zich dus door geen argument overtuigen.

De militieleden en hun sympathisanten hadden het bij de dorpsbijeenkomst in Decker over hun “gevoelens van woede”, geheel in de pop-psychologische stijl van de moderne talkshows. Maar hun klachten over de overheid komen niet verder dan generalisaties. Toch hadden weinig aanwezigen een weerwoord tegen de radicale aanvallen op de overheid, zelfs de gekozen sheriff niet die zich angstvallig op de vlakte hield. De ideeën van de militie zijn een karikatuur van de anti-overheidsstemming die door het land gaat.

Veiligheid

De brandende kwestie, waar alle politieke partijen zich in kunnen vinden, is het vrije bezit van vuurwapens. Het voor verscheidene interpretaties vatbare tweede amendement op de Grondwet luidt immers: “Omdat een goed gereguleerde militie nodig is voor de veiligheid van een vrije staat, zal op het recht van de mensen om wapens te hebben en te dragen geen inbreuk worden gemaakt.”

“Anders wordt ons land zoals Rusland of nazi-Duitsland”, zeggen de militieleden. “Daar konden de burgers zich niet verdedigen en zie wat er van kwam.” De wachtperiode van vijf dagen, de invoering van een antecedentenonderzoekje voor de aanschaf van pistolen en het verbod op bepaalde soorten snelvuurwapens hebben een felle reactie teweeg gebracht. De aanhangers van extreemrechts zien de maatregelen als een voorbode van een machtsovername door de 'verborgen regering'. “Als je ze een vinger geeft, dan nemen ze de hele hand”, zegt een jonge boer van Decker bitter over de nieuwe vuurwapenwetten. “Ik ben geen lid van de militie, maar hun bestaan geeft de overheid iets om over na te denken.”

Agenten van de FBI, het Bureau voor alcohol, tabak en vuurwapens en van de geheime dienst bedreigen gewone burgers, aldus de militie. Een man als 'Mark of Michigan' Koernke ziet de eindstrijd als onafwendbaar. In het westen van de Verenigde Staten, waar de federale overheid veel land bezit voor natuurbehoud, is de strijd met de federale overheid harder dan in Michigan. De racistische Posse Comitatus erkent geen autoriteit boven de lokaal gekozen sheriff. De overheid moet het federale land aan de lokale autoriteiten teruggeven. In Nye County, Nevada, heeft de lokale sheriff federale ambtenaren gearresteerd. Met de bulldozer heeft hij een weg laten aanleggen door een nationaal park. Parkwachters durven daar geen onderhoud meer te verrichten uit angst voor zware represailles. In Montana en Idaho hebben veel extreemrechtsen zich teruggetrokken in aparte gemeenschappen of vestingen met voedselvoorraden en vuurwapens. Federale ambtenaren durven er niet in hun uniformen op uit te gaan. Ze zouden een te gemakkelijk doelwit vormen voor deze cowboys.

Voorbeelden doen de ronde van extreem-rechtse figuren die wat op hun kerfstok hadden en op een shootout aanstuurden met federale agenten. Twee van dergelijke evenementen leidden rechtstreeks tot de oprichting van de milities voor zelfbescherming: de brand in het hoofdkwartier van Branch Davidians-sekte in Waco, Texas en het beleg van de rechtse extremist Randy Weaver in Idaho.

Randall Weaver en zijn vrouw Vicki voorzagen een apocalyps, teweeg gebracht door een “door Zionisten bezette overheid”. Met voedsel- en wapenvoorraden trokken ze zich in 1992 met hun kinderen terug op een bergtop in Idaho. Ze weigerden belasting te betalen. Federale agenten belegerden de bergtop. Ze beschuldigden de Weavers van illegaal wapenbezit. Een drieste federale agent gaf snel opdracht om te schieten en zo stierf Vicki Weaver in de deuropening van haar huis met haar baby in de armen. Ook een zoon kwam om het leven. Zo werden de Weavers martelaars. Volgens een intern federaal onderzoek was het gebruik van geweld door de federale agenten ongerechtvaardigd en disproportioneel.

Precies een jaar later, op 19 april, blunderde de federale overheid bij het beleg van een soort vesting van een apocalyptische sekte in Waco, Texas. De eerste bestorming van de vesting mislukte omdat de sekte van te voren was ingelicht. Vier federale agenten lieten het leven en zestien raakten gewond. Na een beleg van anderhalve maand lieten federale agenten traangas in de vesting lopen om de sekteleden uit het gebouw te verdrijven. Daarop staken de sekteleiders hun eigen gebouw in brand, waarbij 86 sekteleden en hun kinderen omkwamen. Na verloop van tijd werd ook Waco een deel van de rechtse mythe over de bedreigende overheid. Het beleg werd in de ogen van extreem-rechts niet alleen een bedreiging van het recht om wapens te hebben maar ook van de godsdienstvrijheid. “We ontdekten later dat hun godsdienst wel zestig jaar oud was. Dat kon dus niet niks zijn. Maar de overheid noemde hen een sekte. Daar was dus iets niet in de haak”, zegt het geüniformeerde militielid Dennis Harold.

Het handboek van de Michigan Militia stelt vast dat de National Guard, de troepen van de deelstaat, in het federale belang tegen de deelstaat kunnen handelen. “Welke macht bestaat er dan om een federaal georchestreerde slachting zoals die in Waco te voorkomen in Michigan?” vraagt de auteur van het handboek zich dan af. Antwoord: daarvoor zijn de heren in dumpkleren met geweren. Michigan heeft al eerder in de geschiedenis wantrouwende burgermilitie gehad.

Of de bomaanslag in Oklahoma City, de grootste in de geschiedenis van de Verenigde Staten, een nieuwe escalatie van terreur inluidt, is volgens Lobenthal nog moeilijk te zeggen. De aanslag leek hem niet professioneel voorbereid. Hoofdverdachte McVeigh liet zich meteen na de aanslag pakken door de politie omdat hij zonder nummerplaten reed - in extreem-rechtse kringen een uiting van protest tegen elke vorm van overheidsbemoeienis. De bomaanslag in Oklahoma heeft bovendien een reactie teweeg gebracht onder Amerikanen die vinden dat ze niet meer moeten zwijgen bij extreme praatjes. Toch zal deze gebeurtenis leiden tot meer overheidssurveillance, meer camera's en meer opsporingsbevoegdheden van de federale agenten. En dat is precies wat de militie en andere extreemrechtse krachten vrezen en haten.