Amateur-fotografen in de bezetting; De vrijheid met vakantie

“Als er één opname gemaakt is, volgen er meer. Dit zijn ze dan. En welbeschouwd is het tóch een vacantie-album geworden: een herinnering aan de jaren, waarin De Vrijheid met Vacantie was.” Zo besloot de Arnhemse chemicus en amateurfotograaf R.S. Tjaden Modderman het voorwoord bij zijn album met foto's uit de bezetting. Modderman was een van vele particulieren die voor zichzelf fotografische verslagen maakte van het leven tijdens de oorlog.

Hoewel de Duitsers nooit fototoestellen in beslag hebben genomen en pas eind '44 het fotograferen officieel verboden, was het ook daarvóór riskant om foto's op straat te nemen. Veel beelden zijn daarom van binnen uit gemaakt, bijvoorbeeld die foto die de Haagse amateurfotograaf Ed van Wijk op 21 november 1944 maakte van een razzia in de Zoutmanstraat (3). Tijdens diezelfde razzia - hij noemde het 'mannenroof' - waarbij hij ook zichzelf in veiligheid moest brengen, draaide hij zich weg van het raam en schoot snel een foto van zijn huisgenoot die net onder de vloer verdween in een schuilplaats (4). “Na zes uur begon 't gebonk op de deuren, de bevelen werden uitgereikt. De schuilplaats was in orde, ze konden komen.” Op bevrijdingsdag was hij er bij toen op het Spui in Den Haag de inboedel van het NSB-kringhuis op straat werd gesmeten en in brand gestoken (7).

J. Vissers uit Goes maakte in maart, april en mei 1943 een reportage over de inbeslagname van klokken op Zuid-Beveland vast (1), waarbij het carillon van Goes en de klokken uit de stadhuistorens van Goes en Kapelle naar Duitsland werden afgevoerd om te worden omgesmolten. Hij werkte vanuit een huis - het raam staat duidelijk tussen hem en het tafereel beneden op straat - maar waagde zich ook op straat om een foto te maken van de beiaardier naast de klokken die hij ruim veertig jaar had bespeeld. De maand voor de bevrijding schonk Vissers zijn reportage aan de gemeente Goes.

Gezien het gevaar is het begrijpelijk dat er weinig directe beelden zijn van de jodenvervolging. Een van de weinige die dat durfde was de Amsterdamse handelaar in kantoorartikelen Karel Bönnekamp. In 1942 kocht hij een camera en trok er met de fiets op uit om een kroniek van zijn stad in oorlogstijd te maken. Hij wist zich onopvallend op te stellen en beelden te maken zoals van de tram (5) die in 1943 opgepakte joden naar het Muiderpoortstation brengt en van mensen die gehoor geven aan de Hondenverordening uit juli 1942 (2). Zij zijn naar het stadion gekomen om hun huisdier laten keuren voor een nieuwe functie als waakhond. Toen Bönnekamp bij de Sicherheitsdienst was gaan informeren naar het fotograferen op straat kreeg hij een formulier in handen, waarop hij 'doel van bezoek' schreef 'vergunning om te fotograferen'. Bij zijn arrestatie later heeft hij met succes dit papiertje voor officiële toestemming kunnen laten doorgaan.

Ook Frits Lamberts uit Vriezenveen ging onverschrokken te werk, vooral op het moment dat zijn achttienjarige broer Joop door de politie was opgepakt: hij maakte een aangrijpende foto van hem achter het raam van het bureau (9). Lamberts, tijdens de bezetting leerling-machinist, begon met fotograferen op verzoek van de vader van een vriend van hem, een notaris, die de foto's heeft gebruikt als illustratie van zijn geschiedenis van de bezetting. Met dit voorbeeld voor ogen brengt Lamberts na de bevrijding zijn foto's samen in een 'fotojournaal'.

De Arnhemse chemicus en amateurfotograaf R.S. Tjaden Modderman maakte van zijn album een aanklacht. Hij registreet het verlies van de stad: de vernielde brug over de Rijn, gebarricadeerde panden en tot slot de luchtaanval op zijn eigen wijk. De bevolking wordt geëvacueerd en als hij terugkomt maakt hij foto's van zijn eigen gebombardeerde huis (8). “Onze slaapkamer was niet schoongemaakt... Maar de kleine logeerkamer was heerlijk gelucht, zonnig en fris.”

Cobie Douma uit Winschoten had graag geschiedenis willen studeren, maar door haar vooropleiding kon dat niet en werd ze lerares huishoudkunde. Toen de geschiedenis naar haar toe kwam legde ze twee verschillende albums aan, een over de oorlog een klein rood album met privé-herinneringen. Die laatste hebben een overtuigende schijn van zorgeloosheid, bijvoorbeeld het varen met de boot van haar ouders met een wapperende - maar verboden - Nederlandse vlag. Het oorlogsalbum is een soort plakboek, met foto's en documenten als een bekeuring wegens het plukken van kersen in de Betuwe en een kranteknipsel met oproepen om informatie over verdwenen paarden, schilderijen en familieleden. Wat de oorlog voor het dagelijks leven betekende, is onder andere te zien op haar foto's (6) van zelfgemaakte schoenen en boodschappentassen van riet, jute en papier.

De foto's op deze pagina zijn een kleine keuze uit een reusachtige hoeveelheid beelden waarmee amateurfotografen op uiteenlopende manieren 'hun' oorlog hebben geregistreerd. Door de keuze van onderwerpen, de rangschikking en de bijschriften geven deze ego-documenten een hoogst persoonlijke kijk op die jaren.