Adel

De vraag of H.M. de Koningin juridisch van adel is lijkt mij even triviaal als de gedachte dat de Raad van State in strijd met de biologische werkelijkheid zou kunnen beslissen, dat adellijke vrouwen geen blauw bloed kunnen doorgeven (NRC Handelsblad, 15 en 20 april). Door de geschiedenis heen bepaalde het oordeel van de adellijke en maatschappelijke omgeving in belangrijke mate of iemand al dan niet tot de adellijke kring behoorde. In de middeleeuwen konden boeren door enige generaties een riddermatige leefwijze aan te nemen overgaan tot de ridderklasse en omgekeerd werd een riddermatige niet langer als zodanig door zijn omgeving beschouwd als hij er geen ridderlijke leefwijze meer op na hield.

Onze samenleving kent echter het verschijnsel, dat personen juridisch van adel blijven, maar maatschappelijk al lang niet meer als zodanig worden erkend. Landverraders uit adellijke families bleven na de oorlog gewoon van adel, maar in de ogen van de samenleving was die adel van geen enkele betekenis meer. Omgekeerd zijn er leden van oude patriciërsfamilies en jonge uiterst verdienstelijke geslachten, die maatschappelijk met de adel gelijk gesteld worden, zonder dat dit door de Kroon kan worden erkend. De Wet op de Adeldom heeft H.M. de Koningin immers de bevoegdheid ontnomen om een echt adelsbeleid te voeren. In België, Groot-Brittannië en Spanje kunnen de vorsten dat nog wel doen.

Bij het Koninklijk Huis gaat nu al drie generaties lang adeldom, naam en titel Prins(es) van Oranje-Nassau in vrouwelijke lijn over. Voor prins Bernhard en prins Claus werden bij K.B. wel persoonlijke titels en namen vastgesteld, maar (expliciet) geen adeldom verleend. Omdat adeldom en adellijke titels in Nederland niet steeds samenvallen is het zeer wel mogelijk dat zij, evenals Mr Pieter van Vollenhoven, strikt juridisch niet van adel zijn. Door de samenleving worden zij alle drie echter bij hun publieke optreden toch als 'Prinsen' van het Huis van Oranje-Nassau beschouwd.