Wc voor een prinses

Er was eens een sprookje. CBK, Nieuwe Binnenweg 75, Rotterdam. T/m 17 mei. Di t/m vr 9-17u, za 10-17u, zo 12-17u.

Er was eens een prinses die altijd vergat naar de wc te gaan. Want ze keek liever uit het raam. Dagen lang kon ze naar buiten staren, en dan deed ze het per ongeluk in haar broek. De koning en koningin hadden er genoeg van. Ze maakten een prachtige wc voor de prinses en sloten haar daarin op. 'Eerst plassen, dan pas mag je eruit!' baste de koning. Er stond een wc-pot als een troontje, met oranje kussentjes om tegen te leunen. Het raam in de prinsesse-wc had de koning zo hoog gemaakt, dat de prinses niet meer naar buiten kon kijken. Maar hij vergat de enorme bloemen die hij om hun lekkere geur in de wc had neergezet. Langs de lange stelen klom de prinses naar het raam, en met haar blote billen ging ze in de vensterbank zitten. Omdat het raam zo hoog was, kon de prinses nu het hele koninkrijk zien. Zo mooi was haar uitzicht nog nooit geweest. De prinses wilde haar wc niet meer uit. En ze keek nog lang en gelukkig.

Dit is bedacht bij een tekening-sprookje. Dat heet Prinsessen-wc en hangt op de tentoonstelling 'Er was eens een sprookje' van Boekie Boekie in Rotterdam. Daar, in het Centrum Beeldende Kunst, zijn veertig kunstwerken te zien die over sprookjes gaan. Een aantal kun je voor een maand of twee lenen om in je kamer op te hangen. De mooiste kunstwerken gaan niet óver sprookjes maar worden dat zelf. Zoals de Prinsessen-wc die Harriët van Reek tekende. Waar is de prinses? Van wie zijn die blote billen in de vensterbank? En hoe komen ze in dat veel te hoge raam? Omdat dat niet getekend wordt, bedenk je vanzelf iets. Op dezelfde manier tekende Harriët van Reek een kabouterkamer en een heksenkeuken. Ook daar is geen kabouter of heks te zien. Wel hun spullen. Die van de heks zijn gruwelijk. In de keuken ligt een afgehakt kinderbeentje en er staat een teil met bloed. Er hangen worstjes te drogen. Worstjes van kindervlees? Zelf een sprookje verzinnen is moeilijker bij de koffer die Nasrin Tabatabai maakte. Voor het gat moet je je hand houden, om de sprookjes te 'voelen'. Maar ik voelde alleen de lucht, die door het gat je hand ingeblazen wordt. Gelukkig was er op de tentoonstelling een jongen van tien die even uitlegde wat abstracte kunst is. “Dat is strakke kunst,” zei hij. “De kunstenaar verandert dingen in strakke vormen. Daardoor moet je langer kijken voordat je iets herkent.” Dan zal de lucht die uit de koffer wordt geblazen wel een abstract sprookje zijn.

Echter is enger. Achter een wand met kijkgaatjes waardoor sprookjesfiguren zijn te zien, staat een heksenbezem in een kast. Daar werd veel gegild door geschrokken bezoekers. Want als er iemand voor de kast gaat staan, begint de bezem plotseling te bewegen. Uit zichzelf. Dat verwacht je ook bij de rode schoenen op een sokkel van Lie van der Werff: net als de rode schoentjes in het sprookje die vanzelf gingen dansen. Maar dit zijn lollyschoenen, ieder van minstens een kilo lolly-spul gemaakt. De hardvochtige kunstenares heeft die heerlijke schoenen onder glas gezet. Hoe zoet ze zijn moet je verzinnen. Dan toch liever een likje.