Vrijdag 28; Koninginnedracht

Omdat onze koningin volgens hen die daar zicht op hebben haar taak zo goed verricht, vragen velen zich af of de kroonprins haar straks wel zal kunnen evenaren. Het antwoord is nee, maar om een heel andere reden dan doorgaans genoemd wordt. Is over zijn karakter en intelligentie al moeilijk een oordeel te vormen, tot op grote hoogte doen ze er nauwelijks toe. Door de ministeriële verantwoordelijkheid zijn ze, althans in beginsel, van belang ontbloot. Het echte probleem is dat de kroonprins een man is. Hij zal nooit de spanning of op zijn minst nieuwsgierigheid opwekken waarvan zijn moeder vanzelfsprekend het object is. Op wat straks koningsdag heet, draagt hij een pak, grijs, blauw, of iets daartussen - tot in lengte van dagen, het is nu al te voorspellen. Met een koningin ligt dat cruciaal anders. Hoe zij eruit ziet, bijvoorbeeld morgen, is altijd weer een reden om, al is het maar even, de televisie aan te zetten. Niet het koekhappen willen we zien, maar haar jurk.

Beatrix is zich daar van bewust, dat kan iedereen aan haar imposante verschijning zien. Het is duidelijk dat zij haar uiterlijk, juist omdat iedereen er kennis van kan nemen en het min of meer het enige is dat zij van zichzelf toont, als een eminent en misschien wel het belangrijkste onderdeel van de vervulling van haar taak beschouwt. Daarom doet zij niet mee aan de waan van de dag en blijft haar veelvuldig bekritiseerde en bespotte kapsel door de jaren heen ongewijzigd. Veranderingen voltrekken zich wel, maar geleidelijk. Zo zijn de nertsjassen die ze op achttienjarige leeftijd nog droeg, voorgoed opgeborgen en ze zou het niet meer in haar hoofd halen om gehuld in zeehondebont te gaan skiën, zoals de voltallige koninklijke familie, inclusief dierenbeschermer prins Bernhard, in de jaren zestig nog deed. Met haar kapsel en kleding straalt de koningin de stabiliteit en betrouwbaarheid uit, die zij geacht wordt te symboliseren.

De keerzijde van alle omzichtigheid en zorg is dat haar kleding, hoe nieuwsgierig we iedere keer ook zijn, middle of the road is. Alleen aan haar hoeden is soms enig genoegen te beleven, voor het overige draagt ze veredelde Wehkamp of Mantéla, in soms rare felle kleurcombinaties, die weliswaar verrassen maar op een onaangename manier. Haar smaak of taakopvatting dicteert kennelijk ook ongemak en hoekigheid, een soort fantasieloze onberispelijkheid. Zo ogen haar lakschoenen en haar vierkante schoudervullingen althans en haar A-mantels wekken zelfs de indruk als een wigwam overeind te blijven staan als ze eruit wegloopt. Anderzijds getuigt de lichte, van een gouden montuur voorziene zonnebril die ze soms draagt van regelrechte nouveau-riche smaak.

Laatst was er een flits op televisie te zien van het diner tijdens haar staatsbezoek aan Japan. Beatrix droeg een extreem soort sprookjesjapon, aan alle kanten opbollend en met pofmouwen waarvan de punten tot halverwege haar hoofd reikten, aldus haar gezichtstrekken en lichaamsbouw ten onrechte benadrukkend. Waarom droeg zij, als het nu toch buitenissig mocht zijn, geen smaakvolle Vivienne Westwood? Of een elegante, supervrouwelijke maar niet-kitscherige robe van John Galliano, de meest talentvolle ontwerper van de jaatste jaren? Of, beter nog omdat het in dit geval een diplomatieke geste was geweest, een van de soepel vallende, even comfortabele als bijzondere, tijdloze gewaden van Issey Myake? Dat kan ze allemaal best hebben, en haar onderdanen ook. De koningin moet andere adviseurs aantrekken, en andere jurken.