VN-onderzoek mortieraanval leidt tot niets

DEN HAAG, 28 APRIL. Onderzoek van de Verenigde Naties naar de dood van de Nederlandse militair J. Broere op 29 maart op een observatiepost in Noordoost-Bosnië heeft niets opgeleverd.

Minister Voorhoeve (defensie) kon gisteren in de Tweede Kamer geen antwoord geven op de vraag welke partij de mortiergranaat heeft afgevuurd die Broere, op weg naar de schuilkelder, dodelijk trof.

De Verenigde Naties hebben Nederland toegezegd dat er een nieuw onderzoek zal worden gehouden als de weersomstandigheden zijn verbeterd, maar Voorhoeve gaf de Kamer weinig hoop dat met het verstrijken van de tijd er meer duidelijkheid zal komen.

De Kamer maakte zich ernstig zorgen over de veiligheid van de Nederlandse militairen bij het aflopen van het bestand op 1 mei in Bosnië. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) vreest dat de vijandigheden na 1 mei zullen oplopen. Dat gebeurt volgens de minister nu al. Hij was er weinig gerust op dat de Contactgroep van troepenleverende landen erin zal slagen om het bestand te verlengen. Uit inlichtingenrapporten blijkt dat de strijdende partijen de beschikking hebben gekregen over meer wapens en munitie.

Hij gaf aan dat Nederland niet 'eenzijdig' uit Bosnië zal weggaan, maar ook niet eenzijdig in Bosnië zal blijven. Wel is het de mening van de regering dat de Nederlandse militairen zo lang mogelijk moeten blijven omdat zij balangrijk humanitair werk verrichten. Minister Voorhoeve (defensie) kon nog niet aangeven of de Nederlandse militairen andere taken zullen krijgen in Bosnië en welke dat zijn. Voor de enclave Srebrenica hebben de Verenigde Naties nog geen vervangers gevonden.

Over een eventuele evacuatie van 28.000 VN-troepen uit Bosnië wilden beide ministers vanwege de veiligheidsaspecten vaag blijven. De NAVO bereidt zich voor om met een troepenmacht van 40.000 militairen een evacuatie uit te voeren. Daarbij zal ook een beroep worden gedaan op Nederlandse mariniers. Voorlopig heeft Nederland vijf verbindingsexperts aangeboden voor een NAVO-team van tachtig militairen die vanuit Kroatië de verbindingen moeten verzorgen om een massale evecuatie mogelijk te maken. De Kamer stemde in met deze Nederlandse bijdrage.