Vermogensbeheerder speurt mondiaal naar muurbloemen

ASSEN, 28 MAART. “Mijn echtgenoot wil z'n pensioen vergroten”, licht een vrouw aarzelend toe. Haar man, die werkzaam was als technoloog bij Shell, zit naast haar aan tafel.

Samen met nog zo'n veertig overwegend leeftijdsgenoten was dit echtpaar dezer dagen uitgenodigd door het effectenkantoor Prudential-Bache. Doel van de bijeenkomst, die plaatshad in Motel Assen, was een presentatie van een van de meest succesvolle Amerikaanse vermogensbeheerders van de laatste jaren: Richard Brandes.

Uitgangspunt van Brandes is dat aandelenmarkten efficiënt, noch rationeel zijn: “Ze zijn zelfs zeer emotioneel”. Daarom reflecteren de prijzen van aandelen op de beurs maar ten dele de werkelijke waarde. Want die waarde wordt volgens Brandes meer bepaald door hoop en angst dan door feitelijke informatie. Bovendien zijn er uitstekende ondernemingen die door effectenmakelaars of bestuursvoorzitters goed voor het voetlicht worden gebracht, maar eveneens prima presterende ondernemingen die onderbelicht zijn: de zogeheten muurbloempjes. In de regel zijn populaire aandelen duur en muurbloempjes goedkoop. De kunst is nu die muurbloempjes te herkennen en het geduld te hebben tot de markt ze hoger waardeert, aldus Brandes.

Prudential-Bache, een dochteronderneming van de Amerikaanse verzekeringsreus Prudential, haalde Brandes naar Nederland om klanten te winnen. Brandes is directeur van Brandes Investment Partners (BIP). Het is een van de dertig Amerikaanse vermogensbeheerders - van de 18.000 die in de VS zijn geregistreerd - die Prudential heeft geselecteerd om voor het effectenkantoor en zijn klanten te werken. BIP is gevestigd in San Diego, telt 100 werknemers en beheert een vermogen van 4,2 miljard dollar.

De methode die Brandes hanteert is afgeleid van het standaardwerk Security Analysis, dat door de Amerikanen Benjamin Graham en David L. Dodd in 1934 werd gepubliceerd en voor veel analisten tot de verplichte leeskost behoort. “Het is in feite een hele conservatieve methode, hij is al zestig jaar in gebruik”, grapt Brandes. Vanaf 1968 werkte hij bij een effectenmakelaar in San Diego, waar hij bij toeval Graham ontmoette. Brandes raakte met hem bevriend en leerde van Graham de kneepjes van zijn beleggingsfilosofie. In 1974 begon Brandes voor zichzelf.

In tegenstelling tot wat de meeste beleggers doen, laat Brandes zich bij het kopen van aandelen niet primair leiden door de koers/winstverhouding. In de kern komt zijn strategie neer op het volgende. Brandes eerste stap is de onderneming te beoordelen alsof hij die in haar geheel overneemt. Na de totale - ofwel intrinsieke - waarde van de onderneming te hebben berekend, wordt deze afgezet tegen de beurskoers van het aandeel. Dat wordt vervolgens alleen gekocht als aan een aantal vaste criteria is voldaan. De belangrijkste: de prijs is laag ten opzichte van de intrinsieke waarde. Verder is de schuldenlast gering, sloot het bedrijf de laatste vijf jaar af in de zwarte cijfers en ligt het rendement op het geïnvesteerd vermogen op ten minste anderhalf keer de kapitaalmarktrente.

Brandes houdt een aandeel gemiddeld drie tot vijf jaar in portefeuille. Verkoop vindt doorgaans pas plaats als de beurskoers de intrinsieke waarde heeft bereikt. Of als de onderneming na enige tijd tegenvallend blijkt te presteren en de intrinsieke waarde daalt.

Brandes' gestructureerde methode is bewerkelijk. BIP werkt centraal vanuit één kantoor in San Diego. Daar zijn de financiële gegevens van 10.000 ondernemingen over de hele wereld opgeslagen. Vanuit deze informatiebron selecteert BIP circa 100 ondernemingen. Deze worden volledig doorgelicht en eventueel bezocht. Uit deze rapportages kiest jaarlijks een driemanschap, onder wie Brandes, 30 à 40 aandelen, waarvan pakketten worden verworven. BIP neemt in Nederland onder meer deel in De Telegraaf en Unilever. Belangen in AKZO Nobel en Heineken werden recentelijk van de hand gedaan. BIP concentreert zich thans op de aandelenmarkten in Latijns Amerika en Hongkong.

De methode is succesvol, zo blijkt uit sheets die Brandes toont. Zo scoorde zijn internationaal gespreide portefeuille over de afgelopen 3 jaar (meetpunt ultimo 1994) 15,2 procent rendement, tegen de 6,8 procent van de toonaangevende Morgan Stanley World-index. Over 10 jaar wordt het verschil kleiner: 15,4 procent, tegen 14,8 procent. Kanttekening is dat het om rendementen in dollars gaat.

Brandes beklemtoonde dat in de laatste jaren bereikte resultaten het komende decennium vermoedelijk niet meer haalbaar zijn. De rente zal naar zijn idee mondiaal gemiddeld aanzienlijk hoger liggen - wat slecht is voor de aandelenmarkten. Bovendien worden door de professionalisering van analisten koopjes schaars.