Verbazing op beurs over zaak-Borsumij

ROTTERDAM, 28 APRIL. “On-, on-, ongelooflijk”. De Amsterdamse effectenbeurs heeft een nieuwe voorkennisaffaire en de meningen van handelaren en beleggers lopen uiteen van verbazing tot naïviteit en cynisme over zoveel inhaligheid.

De affaire, die gistermiddag in volle omvang naar buiten kwam, draait om een onderzoek van justitie naar misbruik van voorkennis door twee bestuurders van het expansieve Haagse handelshuis Borsumij Wehry, dat zich met het predikaat Koninklijke mag tooien. Justitie onderzoekt verschillende transacties van de twee bestuurders in aandelen Borsumij en in daarvan afgeleide financiële instrumenten, zogeheten warrants.

Op de beurs hebben handelaren hun mening gevormd. “Wij hebben er hier een uitdrukking voor”, zegt een handelaar. “Wij noemen dat: zullen wij de buit onder het tunneltje verdelen.” Zijn conclusie dat de aandeelhouders van Borsumij door de bestuurders bestolen zijn, wordt niet door iedereen gedeeld.

“De affaire maakt wel een tamelijk naïeve indruk van de kant van de bestuurders van Borsumij”, vindt een grote belegger in Nederlandse aandelen die vanwege de gevoeligheid van de kwestie niet met zijn naam in de krant wil. Beïnvloedt zo'n voorkennis-zaak zijn mening over de beleggingsmerites van een onderneming? “Je moet zoiets eigenlijk los kunnen zien van het bedrijf, maar aan de andere kant kan dat natuurlijk helemaal niet. Ik begrijp dat de bestuurders vooraf advies van advocaten hebben ingewonnen, die het groene licht hebben gegeven. Dat zou een verzachtende omstandigheid zijn.”

Gisteren applaudiseerden de aandeelhouders van Borsumij op de jaarlijkse vergadering toen voorzitter mr. C. van de Putte van de raad van advies de bestuurders in bescherming kwam. Angelsaksische beleggers zouden heel anders hebben gereageerd, weet een Nederlandse vermogensbeheerder. “Die zouden vervelende vragen hebben gesteld en sommigen zouden gezegd hebben: wij kijken niet meer naar dit fonds om.”

De voorkennis-affaire rondom topman J. van den Nieuwenhuyzen van het industriële concern Begemann is de vergelijking die op ieders lippen ligt. Hij werd veroordeeld wegens handel met voorkennis in 1991 in aandelen van het automatiseringsbedrijf HCS, dat niets met Begemann had te maken en een pure privé-zaak was. De zaak had vèrstrekkende gevolgen: beleggers en banken verloren het vertrouwen, Begemann miste cruciale overnames. Net als de twee bestuurders van Borsumij nu, trad Van den Nieuwenhuyzen niet terug toen de zaak losbarstte. Daar heeft hij inmiddels spijt van. In het maandblad Quote zei hij onlangs: “Als ik het nog eens over mocht doen, dan was ik in 1991 al aan de zijlijn gaan staan.”