Vastgelopen in de DDR

Reinhard Jirgl: Abschied von den Feinden. Uitg. Carl Hanser, 328 blz. Prijs (geb.) ƒ29,80.

Alwéér een boek over de DDR? Het publiek zal er niet om zitten te springen, moet Reinhard Jirgls uitgever hebben gedacht. Nadrukkelijk wijst de flaptekst van Abschied von den Feinden erop dat deze roman geen Oostduitse klaagzang is maar een 'furieus boek' over de liefde. Dat belooft een smakelijk drama waarin iedereen zichzelf kan herkennen.

Helaas blijkt dat pure consumentenmisleiding. Want de nieuwe roman van Reinhard Jirgl is wel degelijk de klaagzang van een Oostduitser, en tijdens het klagen houdt hij nauwelijks rekening met de herkenningsbehoeften van welke lezer dan ook. Identificatie met de personages is haast onmogelijk omdat het lang duurt voordat je begrijpt wie bij Jirgl waarover spreekt. Er zijn, heel lastig, twéé vertellers. Broers die elkaar naar het leven staan en die elkaar dus ook bij hun berichtgeving flink in de weg zitten.

De afwijkende schrijfwijze maakt de lectuur tot een extra moeizaam karwei. Aan het voegwoord oder heeft Jirgl niet genoeg; ter aanvulling bedacht hij het woordje od. Vraag- en uitroeptekens zet hij aan het begin van een zin en de punt aan het eind laat hij meestal achterwege, zodat je algauw verdwaalt in de ellenlange grammaticale constructies.

Daar zit ongetwijfeld een bedoeling achter. Misschien moet de lezer het lachen vergaan omdat de mensen over wie Jirgl vertelt ook niet meer lachen kunnen; misschien laat de schrijver ons vastlopen omdat de beschrevenen ook vastgelopen zijn. Vastgelopen in de DDR, het land waar de auteur vanaf zijn geboorte in 1953 tot aan de Wiedervereinigung leefde.

Volgens Jirgl is het waanzin om vast te houden aan het nostalgische denkbeeld dat de DDR een muf maar beschut hoekje was in een misdadige wereld. Wie in de Deutsche Demokratische Republik aanstoot gaf, lezen we, stond bloot aan van staatswege goedgekeurde criminele praktijken die oogden als vaderlijke bezorgdheid. En de broers vertellen de tegenstrijdige maar droeve geschiedenis van een jonge vrouw met wie zij allebei een relatie hebben gehad. Haar man, een arts met aanzien, pakt haar kinderen van haar af en stopt haar 'ter genezing' in een gesticht, en dat alleen omdat ze brieven schreef aan iemand die het land had verlaten.

De vrouw wordt trouwens pas de dood ingejaagd wanneer de DDR al is opgeheven. Na de val van de Muur gaat de vervolging van vreemdelingen, vluchtelingen en mensen die een beetje uit de pas lopen onverminderd door: dat is de sombere conclusie van Jirgl, die voor zijn manuscript de Alfred-Döblin-prijs kreeg. Afscheid van zijn vijanden neemt hij niet; er zijn alleen nieuwe voor in de plaats gekomen.