Van de Hulst

Maarten 't Hart zegt in zijn artikel over W.G. van de Hulst (CS 7 april) dat de kinderboekenschrijver in rechts-orthodoxe kringen niet gewaardeerd werd. Ik weet niet wat hij met die kringen bedoelt, maar in het calvinistische milieu waarin ik opgroeide, werd Van de Hulst kritiekloos gewaardeerd. 't Hart zegt voorts dat Van de Hulst geen 'nare, slechte kinderen beschrijft die zich 'bekeren''. Inderdaad, er zijn wel nare kinderen, maar ze bekeren zich niet. In Grote Bertus en kleine Bertus heeft Kleine Bertus iets gedaan wat niet mocht (wel degelijk Schuld dus) en verdient straf (wel degelijk Boete). Bovendien heeft hij bij zijn wandaad zijn knie bezeerd en met een knipoog naar vader bindt moeder daar een overbodig strakke lap om. Vader knipoogt terug en zegt dat de dokter het been misschien wel af gaat snijden. De kleine lezer identificeert zich met vader en moeder, zit als het ware met hen in het complot. Met de van niets wetende Bertus heeft niemand medelijden. Dit soort sadistische trekjes komen vaker voor.

't Hart meent dat Van de Hulst zijn tijd ver vooruit was. Dat leidt hij af uit het feit dat hij zelfbewuste jongensachtige meisjes beschrijft. Kan een niet jongensachtig meisje ook zelfbewust zijn?