Twijfel over marktwerking WAO-plannen

DEN HAAG, 28 APRIL. De WAO zit weer in de maand. Vandaag wil het kabinet een besluit nemen over de aanpassing van de Ziektewet, de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

Tijdens de vorige kabinetsperiode stonden de drie letters W-A-O garant voor politiek tumult. Het kabinet Lubbers-Kok verkeerde enkele keren aan de rand van een crisis, de PvdA raakte in een diep dal en verloor vele aanhangers en bij het CDA droeg de WAO in belangrijke mate bij aan de verwijdering tussen Lubbers en toenmalig fractieleider Brinkman.

Ditmaal wordt de soep niet zo heet opgediend als op 12 juli 1991. Maar er zijn wel parallellen. Zo lag er die bewuste vrijdag waarop het kabinet Lubbers/Kok zijn gewraakte eerste kabinetsbesluit over de WAO nam, een kersvers advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Maar het kabinet dreef de eigen plannen door, alsof er nooit was geadviseerd. Ook nu ligt er een SER-advies, en het is afwijzend voor het kabinetsvoorstel. Anders dan vier jaar geleden zijn werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers, alsmede de Kroonleden van de SER het bovendien volledig met elkaar eens. Toch heeft de verantwoordelijke bewindspersoon, staatssecretaris Linschoten (VVD), nota bene via een blad van de werkgevers, al laten weten dat hij zich niets van de criticasters zal aantrekken.

Ook het doel is hetzelfde als in 1991: er moet worden bezuinigd, ditmaal 1,65 miljard. Maar het middel verschilt en voor de inschatting van politieke gevolgen is dat essentieel. In 1991 poogde het kabinet het aantal zieken en arbeidsongeschikten terug te dringen door de uitkeringen te verlagen en de duur ervan te beperken. Ditmaal is het middel meer ideologisch geladen: het aanbrengen van meer mogelijkheden voor marktwerking in de ingewikkelde uitkeringssystematiek.

Meer marktwerking is een liberaal beginsel. VVD en D66 lijken in de kabinetsvoorstellen dan ook hun zin te krijgen. Maar ook de PvdA komt aan haar trekken: de hoogte van de uitkeringen wordt niet aangetast. Sommige voorstellen zijn echter zo vorm gegeven dat ze niet zullen werken, volgens de critici. Dat vindt niet alleen de SER, maar ook de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (waarin vier ministeries zijn vertegenwoordigd) en het Verbond van Verzekeraars.

Het meest bekritiseerde onderdeel is het zogeheten opting out. Werkgevers en werknemers moeten volgens het kabinet niet meer worden gedwongen deel te nemen aan collectieve, door bedrijfsverenigingen uitgevoerde, regelingen. Ze mogen zelf het risico dragen of dat onderbrengen bij particuliere verzekeraars. Maar daarvoor gelden wel voorwaarden. Zo moeten verzekeraars gedurende vele jaren eerst een reservepot met geld aanleggen. Daarvoor moeten ze extra premie vragen en dat maakt particuliere verzekeringen op voorhand niet concurrerend ten opzichte van de veel goedkopere collectieve verzekeringen. Die werken volgens het omslagstelsel. Jantje, Pietje en Klaasje betalen samen premie voor Kareltje die in de WAO is beland en niet, zoals opting out mogelijk maakt, voor zichzelf.

Andere voorstellen zijn minder controversieel. Zo wil het kabinet werkgevers die met relatief veel arbeidsongeschiktheid te maken hebben extra straffen. De premies worden gedifferentieerd. Een bedrijf of bedrijfstak betaalt straks hogere premies naar gelang zij meer mensen naar de WAO uitstoten. Dat vormt voor werkgevers een stimulans iets te doen aan de arbeidsomstandigheden, zo redeneert het kabinet. Toch hebben betrokkenen op de uitwerking van dit principe wel kritiek. De premiedifferentiatie moet onder strikte voorwaarden en binnen sociaal bepaalde grenzen worden vormgegeven en dat vermindert het effect, zo meent de SER.

Het kabinet wil wel ingrijpen, maar wil tegelijkertijd dat bepaalde groepen in de samenleving (lees: kiezers) daarvan niet al te veel schade ondervinden. Opnieuw geldt hier dat de VVD de aanvaarding van het principe 'de vervuiler betaalt' binnenhaalt, maar dat de PvdA haar zin krijgt voor wat betreft de beperking van de inkomensgevolgen. Want ook al betaalt de werkgever straks de WAO-premie, uiteindelijk gaat dat ten koste van het bruto-inkomen van de werknemer. Als hogere premies worden doorberekend in de prijzen van produkten (zoals bij de bouw van huizen), dan heeft dat eveneens nadelige koopkrachteffecten, waarvan vooral de laagste inkomens de dupe zullen zijn. Dus zijn ook hier in de ogen van de critici principieel juiste, maar in de praktijk niet maximaal effectieve voorstellen geformuleerd.

De Ziektewetvoorstellen worden het minst bekritiseerd, al plaatsen de sociale partners ook hier vraagtekens bij vormgeving en maatvoering. Het kabinet wil de Ziektewet vervangen door een verplichting voor de werkgever om gedurende één jaar 70 procent van het loon van de zieke werknemer dor te betalen. De werkgever kan het ziekterisico zelf dragen dan wel bij een verzekeraar onderbrengen.

Massa's demonstranten hoeven dit keer niet te worden verwacht op het Binnenhof, mocht het kabinet zijn zin tegen de wil van allerlei belangengroepen toch doorzetten. Vooral omdat de maatregelen dit keer aangrijpen bij de werkgever. En werkgevers hebben andere manieren om zich te verzetten. Zij stemmen met de portemonnee. Als arbeid te duur wordt, of sociale regelgeving te ingewikkeld, dan investeren ze simpel in machines. Ten koste van de werkgelegenheid.

Het aantal mensen met een AAW/WAO-uitkering is opnieuw gedaald en komt uit op 885.600. Dit blijkt uit gegevens die het College van toezicht sociale verzekeringen vanochtend bekendmaakte. De cijfers betreffen de maand februari. Ten opzichte van januari deed zich een daling van 3.900 uitkeringen voor. Het aantal ziektewetuitkeringen daalde met 1.000 tot 167.000. In vergelijking met een jaar eerder kwam het aantal nieuwe uitkeringen wegens ziekte 87 procent lager uit. De oorzaak daarvan zijn de wetswijzigingen die het vorige kabinet in 1994 doorvoerde.