Subic Bay - van militaire basis naar 'tweede Hongkong'

Drie jaar geleden sloten de Amerikanen hun grootste militaire basis in Azië, Subic Bay in de Filippijnen. Tienduizenden mensen - alleen al op de basis zelf werkten 42.000 Filippino's - verloren hun baan. Maar zondag gaat het vliegveld van Subic Bay weer open; de voormalige basis wordt een industriële zone en een belangrijke hub in Azië. Duizenden vrijwilligers werkten onder leiding van burgemeester Richard Gordon aan een nieuwe toekomst. “Alleen samen konden we deze ramp overleven.”

Lucilia Aquino gelooft in het succes van haar werk. Terwijl ze op haar knieën over het grasveld kruipt en keurig de randjes knipt met een oude tuinschaar, praat ze honderduit over haar dagindeling. Poetsen, boenen, grasmaaien en tuinieren, daar bestaat haar dag uit. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Op haar azuurblauwe T-shirt staat met grote letters: Volunteer. De 53-jarige Filippijnse vrouw werkt als vrijwilligster op de voormalig Amerikaanse marinebasis Subic Bay. Als ze haar werk goed doet, zegt ze hoopvol, helpt ze haar man en haar zoon straks, als alles in Subic weer draait, aan een betaalde baan.

Lucilia is een van de circa 12.000 vrijwilligers die hun hart en ziel geven aan de heropbouw van de marinebasis. Ze werken aan de verwezenlijking van een gemeenschappelijke Filippijnse droom: Subic Bay ombouwen van een verwaarloosde nederzetting voor Amerikaanse mariniers tot een bloeiend industrieel complex. Een tweede Hongkong heet het al hoopvol in de Filippijnse pers. Na tweeënhalf jaar ploeteren zijn de duizenden vrijwilligers een heel eind op weg naar succes. De 1.900 huizen waarin de in Subic gestationeerde Amerikaanse mariniers met hun families leefden, zijn omgebouwd tot vakantiewoningen en klaar voor verhuur of verkoop, de talloze barakken zijn omgetoverd tot hotels, de 37 tennisbanen liggen er als nieuw bij, evenals de zes zwembaden en de 18 holes golfbaan.

Het eerste doel is bereikt: investeerders vinden, die van Subic Bay hun hub voor het Verre Oosten willen maken. In amper twee jaar tijd besloten 110 internationale bedrijven, waaronder Shell, te investeren in overslagcapaciteit, fabrieken, raffinaderijen en kantoren in Subic. In totaal stroomde er zo al 700 miljoen dollar binnen.

Zoveel goed nieuws op zo korte termijn hadden weinigen verwacht toen in november 1992 de Amerikanen zich terugtrokken uit de Filippijnen en Subic Bay, de grootste basis van de VS in Azië, haar poorten sloot. Het Amerikaanse marinedorp leek voorbestemd een spookstad te worden. Decennialang was het decor van deze baai, 120 kilometer ten noorden van Manila, vertrouwd voor de burgers van het aanpalende Olongapo: Amerikaanse oorlogsschepen lagen voor anker, F-18 Hornet gevechtsvliegtuigen scheerden zo nu en dan laag over en mariniers liepen de tweehonderd meter lange brug plat tussen de basis en de stad. De economie van Olongapo dreef op de duizenden Amerikaanse mariniers die vertier zochten in de nachtclubs en bars van deze stad. Ruim 42.000 Filipino's hadden een baan op de basis zelf. Nog eens 80.000 mensen verdienden hun brood in bars, restaurants of winkels die direct afhankelijk waren van de duizenden Amerikanen. “Van de ene op de andere dag viel dat weg”, vertelt Lucilia Aquino. “Mijn man werkte bij het scheepsonderhoud en verloor zijn baan. We hadden plotseling geen inkomen meer in de familie.”

De toenmalige burgemeester van Olongapo, Richard Gordon, zag in dat het doodzonde was als Subic zomaar verloren zou gaan. Gordon, een kleine, razendsnel pratende 49-jarige Filippijn die van 1980 tot 1993 burgemeester van Olongapo was, had al te veel meegemaakt om zich willoos bij het vertrek van de Amerikanen neer te leggen. De jaren negentig brachten de Olongapo-bevolking aanvankelijk louter ellende. Eerst was er de uitbarsting van de vulkaan Mount Pinatubo, veertig kilometer van Olongapo, die het dorp en ook de marinebasis onder dikke lagen as legde. Als burgemeester ging Gordon de straat op met een luidspreker in zijn handen. “Ik vertelde de mensen dat ze hier moesten blijven en niet moesten vluchten. Alleen samen konden we deze ramp overleven”, zegt hij. “Bid, maar neem overal een schep mee naar toe om de rotzooi op te ruimen”, was een van zijn vermaarde one-liners waarmee hij de lokale bevolking motiveerde en moed insprak. Op een paar na bleven de bewoners van Olongapo en ze staken de handen uit de mouwen om hun stad weer op te bouwen.

Met dezelfde veerkracht verwerkten ze het vertrek van de Yankees. Het toekomstperspectief dat de mensen van Olongapo daarmee afdwongen is groots: aan het begin van de volgende eeuw moet hier een industriële zone zijn ontstaan ter grootte van de provincie Utrecht, met een grote haven, een eigen vliegveld, olie-opslag en -raffinaderijen en een diversiteit aan industriële produktie, variërend van gymschoenen tot scheerapparaten. Subic Bay moet volgens het plan van Gordon het industriële hart worden van het Verre Oosten, met snelle distributie naar alle delen van zuidoost-Azië, 's werelds grootste consumentenmarkt van de volgende eeuw.

De regering steunt de plannen. “Dit is het grote voorbeeld voor alle Filipino's”, heeft president Fidel Ramos al gezegd. “Subic Bay geeft ons het zelfvertrouwen om de Filippijnen eindelijk te verlossen van het imago van 'zieke man van Azië'. We hebben alles in huis om in het jaar 2000 een economische tijger te zijn. De mensen in Subic bewijzen dat eens te meer”, aldus de Filippijnse president. De Wereldbank gelooft eveneens in de toekomst van Subic Bay. Vorig jaar kreeg voorman Gordon een lening van 40 miljoen dollar losgepeuterd tijdens een bezoek aan het hoofdkantoor van bank in Washington. Met dat bedrag wordt de bestaande infrastructuur vernieuwd en uitgebreid. Ook komt er een nieuwe snelweg tussen Manila en Subic, die de huidige reistijd per auto (ruim twee uur, waarvan een uur over een hobbelig zandweggetje) aanzienlijk zal beperken.

Richard Gordon is ervan overtuigd dat zijn missie zal slagen. De 48-jarige Filippijn is voorzitter van de Subic Bay Metropolitan Authority, de door de regering in het leven geroepen instantie die de dagelijkse leiding voert over Subic. In zijn kantoor toont Gordon trots de spullen die nu al gefabriceerd worden in de voormalige hangars op het terrein, die inmiddels omgebouwd zijn tot moderne produktiehallen: lederen jacks, polo-shirts, cowboylaarzen van krokodilleleer en allerlei elektronische apparatuur.

Onze droom is aan het uitkomen”, vertelt Gordon. “We krijgen steeds meer bedrijven op bezoek die onder de indruk raken van wat hier gebeurt. Ze beseffen als ze het hier allemaal hebben gezien ook nog eens hoe strategisch Subic ligt. We bieden wat dat betreft veel meer dan Hongkong of Singapore”, aldus de voormalig burgemeester over zijn nieuwe 'dorp'. Voor veel bedrijven zitten er inderdaad veel voordelen aan een verhuizing naar Subic. De infrastructuur - zowel boven als onder de grond - ligt er bijvoorbeeld al grotendeels en ook de produktiehallen behoeven in veel gevallen niet meer gebouwd te worden. Een kleine verbouwing van een hangar of barak is vaak genoeg. “Dat scheelt enorm in hun opstartkosten”, weet Gordon. Dat kostenvoordeel is aantrekkelijk, al is niet alles op Subic zo goedkoop. De operationele kosten liggen voor veel bedrijven op het dubbele van China en Vietnam. Maar Subic is duidelijk goedkoper dan Tokio, Hongkong en Singapore.

Amerikaanse concerns zijn tot nu toe de grootste investeerders in Subic, op de voet gevolgd door Taiwanese projectontwikkelaars die alleen al 25 miljoen dollar investeren in een speciale industriële zone op de basis. Taiwan ziet Subic als het veilige alternatief voor China en de ideale vluchtroute vanuit Hongkong na 1997, als de Britse kroonkolonie met China verenigd zal worden. Het Taiwanese Floric Inc., producent van onder andere Reebok, LA Gear en Timberland, was een van de eerste ondernemingen die in Subic neerstreek. Floric creëerde 4.000 banen. De produktie ligt inmidels op ruim 500.000 schoenen per maand.

Vorig jaar behaalde Gordon zijn grootste triomf tot nu toe met Subic: hij haalde Federal Express binnen. Eindeloos lang had hij de Amerikanen ervan proberen te overtuigen dat Subic een veel betere hub was voor hun activiteiten in Azië en het gebied rond de Pacific dan het ver weg gelegen Anchorage waar vandaan tot voor kort gewerkt werd. FedEx, zoals Gordon zijn grote Amerikaanse klant noemt, investeert 100 miljoen dollar in de nieuwe centrale plek voor deze regio. “Hun aanwezigheid hier geeft de industriële activiteit een extra impuls. Straks kunnen bedrijven hier 24 uur per dag voorzien worden van nieuwe spullen en kunnen ze elk moment van de dag hun spullen versturen. Dat is een groot voordeel.” Bovendien levert de aanwezigheid van FedEx 4.500 banen op in Subic.

Speciaal voor FedEx werd de start- en landingsbaan van het vliegveld op Subic aangepast. Het vliegveld was ingesteld op militaire vluchten en zou de frequentie waarmee de Amerikaanse onderneming wil vliegen, niet aankunnen. De baan kreeg een dikke extra laag asfalt en werd aan de zijkanten uitgebreid en verstevigd. In de heuvels achter het vliegveld werd een nieuw radarsysteem neergezet. Singapore Airlines, het Hongkongse Cathay Pacific en de regionale luchtvaartmaatschappij SilkAir beginnen direct na de opening van het vliegveld eind april hun eerste commerciële vluchten uit te voeren op Subic Bay. Behalve zakenreizigers wil Gordon in de toekomst ook toeristen lokken naar 'zijn' stad. “Je kunt je hier heerlijk vermaken. Er zijn tal van hotels, er is een casino, een golfbaan, heerlijke restaurants, mooie stranden. En iedereen kan duty free shoppen”, vertelt Gordon nog maar eens. Het belastingvrij inkopen doen vloeit voort uit een van de lokkertjes waarmee bedrijven naar Subic worden gehaald. Alle overslag van goederen gebeurt hier zonder belastingtoeslag. Subic Bay is met toestemming van de Filippijnse regering omgebouwd tot tax-free-haven.

De voordelen en zetjes in de rug die Subic vanuit Manila krijgt toegeworpen, maken af en toe wel boze tongen los bij andere Filippijnse projectontwikkelaars die deze gestes ontberen. “Jaloezie”, stelt Gordon vast. “Dat wist ik toen ik hieraan begon. Mensen die dit van de zijkant zien, zeggen: goh, wat een ambitieus baasje, die moet maar een beetje dimmen. Zo werkt dat.” Laat ze liever kijken naar wat er hier bereikt is, vindt Gordon. “De reden dat we hier succes hebben is omdat iedereen dacht we zouden falen, dat onze mensen de basis zouden leegroven, dat de bossen omgehakt zouden worden en de vissen zouden doodgaan door de vuiligheid in het water. Iedereen dacht dat Subic gewoon van de kaart zou verdwijnen, en juist dat gaf ons de extra kracht om er iets moois van te maken”, zegt hij.

Richard Gordon is graag aan het woord. Hij wil op iedereen die in zijn buurt is, zo lijkt het, zijn plannen en ambities overbrengen. Door zijn succes in Subic valt zijn naam recentelijk veelvuldig als mogelijk opvolger van de huidige president Fidel Ramos die in 1998 aftreedt.

Zou 'president' iets voor de 'burgemeester' van Subic zijn? Gordon: “ Ik zou hypocriet zijn als ik zei dat ik geen ambities in die richting heb. Toen ik klein was wilde ik altijd al in dienst van het land werken. De titel 'president' sprak me erg aan. Nu weet ik wat er achter zit en zou ik het vooral doen om de actie, het werk, de inhoud van de job. Hier met Subic heb ik geleerd hoeveel trots er in de Filipino's zit. Het gaat er alleen om dat je dat eruit haalt.” Wie goed luistert, hoort dat Gordon al bijna op de stoel van Ramos zit: “Subic wordt het voorbeeld voor de rest van het land. Er zijn hier binnen twee jaar bijna 13.000 banen ontstaan. Dit is een model voor veranderingen in de houding van de Filipino's tegenover discipline en werk. De bevolking zal moed putten uit ons succes hier. Als Subic groeit zoals ik verwacht, wordt het een magneet voor de Filippijnen.”