Shell-Nigeria beticht van schending mensenrechten

NEW YORK, 28 APRIL. Shell Petroleum Development Company is volgens de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in Nigeria indirect betrokken bij grove schending van de mensenrechten. Een actievoerder van de Ogoni-stam die protesteerde tegen milieu-overtredingen door Shell staat terecht voor een speciaal ingeroepen tribunaal wegens moord.

Human Rights Watch stelt dat de Ogoni's mikpunt zijn van een gewelddadige regeringscampagne tegen de stam sinds de leden ervan protesteerden tegen het milieubeleid van Shell in 1992. De Nigeriaanse politie en het leger, wier hulp werd ingeroepen door Shell, hebben zich bij ongeregeldheden in 1993 schuldig gemaakt aan verkrachtingen, moorden en mishandeling. Een van de actievoerders van de Ogoni is Ken Saro-Wiwa, een Nigeriaanse schrijver en activist. In februari begon een proces tegen hem en vier andere verdachten op beschuldiging van moord op regeringsgezinde stamgenoten in mei 1994. Saro-Wiwa zat al die tijd vast zonder aanklacht en zonder advocaat, samen met dertig andere verdachten. Hoewel Shell zegt niets met dit alles te maken te hebben, heeft het concern wel een advocaat-waarnemer in de rechtszaal. Uit de beschikbare informatie blijkt volgens Human Rights Watch dat Saro-Wiwa zich ver van de plaats en het tijdstip van de moorden bevond. Desondanks is dat geen garantie voor vrijspraak. Indien veroordeeld kan Saro-Wiwa worden geëxecuteerd.

Human Rights Watch, een financieel onafhankelijke non-profit-organisatie, heeft herhaaldelijk protest aangetekend bij Shell en gewezen op de sociale verantwoordelijkheid van het bedrijf. Shell heeft gereageerd met te stellen dat het zich aan de Nigeriaanse wet houdt en zich niet wil mengen in binnenlandse politieke aangelegenheden. “In een brief van 15 februari wijst Shell elke verantwoordelijkheid af voor het neerslaan van een protestactie, waarbij tientallen Ogoni's zijn gedood en dorpen platgebrand”, zegt Richard Dickers van Human Rights Watch. “Dat (neerslaan) is mede het gevolg van het feit dat Shell die politiemacht tehulp heeft geroepen.”

Shell erkent wel dat het regelmatig hulp van de politie inriep maar zegt dit te doen om zijn bezittingen te beschermen. Uit een kopie van een intern regeringsmemo dat Human Rights Watch in zijn bezit heeft, zou volgens de organisatie blijken dat Shell in nauw contact staat met de militaire ordehandhavers. Nigeria, in bevolkingsomvang het grootste land in Afrika, zijn sinds 1983 de militairen aan de macht.

Volgens Human Rights Watch is het Shell te verwijten dat het bedrijf geen enkel serieus initiatief neemt om de excessen te voorkomen. “Shell zit er het langst van alle oliemaatschappijen en heeft de meeste invloed”, aldus Dickers. De oliemaatschappij sluit voor het grootste deel zijn ogen voor de schendingen van de mensenrechten. Het concern opereert in verschillende delen van het land en werkt nauw samen met de staatsoliemaatschappij Nigerian National Petroleum (NNP). Shell en NNP zitten samen in een joint-venture, waarvan Shell de operationele kant voor zijn rekening neemt. Shell neemt met zijn activiteiten meer dan de helft van de Nigeriaanse olieproduktie voor zijn rekening. Eenvijfde van de Amerikaanse olie-import komt uit Nigeria.

Shell heeft zijn activiteiten in Ogoniland, in het zuidoosten van Nigeria, inmiddels stopgezet en aangekondigd een onafhankelijk rapport te laten maken over de milieukwesties. “Shell voelt dat de druk toeneemt”, aldus Dickers. “Jarenlang gaven ze mooie folders uit over wat ze voor het milieu en de gemeenschap deden, maar nu er klachten zijn over mensenrechten kondigen ze een milieu-onderzoek aan.” De mensenrechtenkwesties vallen daar overigens buiten. Human Rights Watch heeft Shell opgeroepen zijn invloed bij de Nigeriaanse overheid te doen gelden om het geweld tegen de Ogoni's stop te zetten en aan te dringen op eerlijke procesvoering.