'Shell aast op contract Conoco-Iran'

DEN HAAG, 28 APRIL. Het door president Clinton geblokkeerde miljardencontract tussen de Amerikaanse oliemaatschappij Conoco en Iran wordt mogelijk overgenomen door het Nederlands-Britse concern Shell of door de Franse concurrent Total.

Het ministerie van oliezaken in Teheran liet gisteren aan het Franse persbureau AFP weten dat de Iraanse staatsoliemaatschappij NIOC met Shell en Total onderhandelt over de politiek sterk omstreden winning van olie en gas in de Sirri-veld in de Golf, in Iraanse wateren nabij de Straat van Hormuz. Een woordvoerder van Shell geeft als commentaar: “Wij hebben al jaren nauw contact met Iran over gaswinning, we kijken altijd naar goede projecten.” Shell onderhandelt sinds 1992 met Iran over een participatie in de exploitatie van twee grote gasvelden in de Golf: North Pars field en South Pars field. De maatschappij zou tevens haar technologie in Iran toepassen om het gewonnen gas in oude olievelden op het vasteland te injecteren, om daar een veel grotere hoeveelheid olie uit te halen: de zogenoemde Enhanced Oil Recovery.

Conoco annuleerde op 14 maart een omvangrijk contract met Iran, dat in totaal 12.5 miljard dollar aan olie-inkomsten zou opleveren, en nog eens 750 miljoen dollar uit aardgaswinning, nadat president Clinton had bekendgemaakt de overeenkomst te zullen blokkeren. De Verenigde Staten zijn fel tegen economische hulp van Westerse maatschappijen aan Iran uit vrees dat de Islamitische republiek een veel te sterk defensie-apparaat opbouwt en de beschikking zou krijgen over nucleaire technologie. Bovendien wordt Iran door Washington nog steeds beschuldigd van het steunen van terroristische acties.

Conoco wist dat het niet rechtstreeks zaken kon doen met Iran, en had daarom een speciale dochtermaatschappij in Nederland Conoco-Iran, gevestigd in Leidschendam, opgericht. De Nederlandse regering maakte geen bezwaar tegen het verlenen van exportvergunningen, hoewel de Amerikaanse regering enkele jaren geleden Nederland en andere Europese NAVO-bondgenoten had verzocht de handelsbetrekkingen met Iran te minimaliseren. Daarbij ging het vooral op een exportverbod voor goederen die zowel voor civiele als voor militaire toepassingen gebruikt kunnen worden (dual-use goederen). Volgens de Amerikanen vallen veel technische goederen en -apparatuur voor de olie-industrie daaronder. Nederlandse ministeries beroepen zich op de “normale diplomatieke- en handelsbetrekkingen met Iran”.