Schooiers en helden uit noord en zuid; Tv-serie en documentaire over het verzet in Limburg

Over de bospartizanen, een verzetsgroep uit Limburg, liet de KRO zowel een televisieserie, geregisseerd door Theu Boermans, als een documentaire maken, die elkaar op een ingewikkelde manier overlappen. Welke produktie komt dichter bij de waarheid?

De partizanen, Nederland 1, 1, 9 en 15 mei, 22.00-23.10u.

Het verborgen front, Ned. 1, 5, 12 en 19 mei, 23.19-23.44u.

J.W.Hofwijk: De partizanen. De 66 dagen van Baarlo. Uitg. Becht, 256 blz. Prijs ƒf32,50.

Nog niet zo lang geleden verzuchtte Jan Blokker (Amsterdam, 1927), gevraagd naar zijn betrokkenheid bij een eventuele speelfilm over de joodse verraadster van onderduikers Ans van Dijk, dat hij zich voorgenomen had 'nooit meer een film te bekijken, laat staan te schrijven, waarin hakenkruisvlaggen, figuranten in Duitse uniformen en oude Mercedessen voorkomen.' Gelukkig was Blokkers scenario voor de driedelige televisieserie De partizanen, die de KRO vanaf 1 mei vertoont, toen al af. Het bevat immers ook bonkaarten, koeriersters op hoge zwarte fietsen en geheimzinnige mededelingen van Radio Oranje: 'Hier volgt een boodschap voor Hendrik: 'De rapen zijn nog niet gaar!'

' De in overalls geklede knokploeg (KP) Limburg, geschaard rondom de krakende ontvanger in afwachting van de aankondiging van een wapendropping, springt op, balt de vuisten en roept: 'Nondeju! Nondeju!' Het is september 1944 en de geallieerde opmars is in De Peel tot stilstand gekomen. Het gevoel weer eens in de steek gelaten te worden maakt de jonge Limburgse verzetsstrijders opstandig en bitter.

Ongeveer gelijktijdig met de dramaserie zendt de KRO (vanaf 5 mei) ook een driedelige documentaire reeks uit, over nagenoeg hetzelfde onderwerp, het verzet in Noord-Limburg, in het bijzonder de bospartizanen van Baarlo, getiteld Het verborgen front en geregisseerd door Frank Scheffer (Venlo, 1956) en Eugène van den Bosch (Heerlen, 1956). De twee produkties overlappen en kruisen elkaar op een ingewikkelde manier. Zo zien we in deel drie van de documentaire ex-partizanen, die overigens alleen bij hun voornaam genoemd willen worden, de opnamen bezoeken van de dramaserie en zo hun eigen verleden binnenstappen. De dramaserie heeft op haar beurt voor een deel de vorm van een documentaire, waarin acteurs de oudere ex-partizanen spelen, terwijl ze terugkijken op het verleden in een interview met een radiojournalist (gespeeld door regisseur Theu Boermans).

Beeldenfabriek

Volgens beide produkties begint het verhaal in een beeldenfabriek in Venlo, waar de produktie van stenen Jezussen, Maria's en andere heiligen gewoon doorgaat. Daar voegen vertegenwoordigers van het verzet in Noord-Nederland zich bij de knokploeg Limburg. Hun doel is de verdediging van de brug over de Maas, die de Duitsers met dynamiet hebben volgestopt, het plegen van sabotagedaden en al het andere dat de taak van de geallieerden kan verlichten. Weinig later zullen de verzetsstrijders overgaan tot het gevangen nemen van Duitse militairen: eerst vier 'tamme moffen', die appeltjes kwamen kopen op hun schuilboerderij, dan elf parachutisten. Uiteindelijk zeulen vijftien verzetsmensen met een kleine dertig krijgsgevangenen door het bos van Baarlo. Er is geen eten meer en de Amerikanen komen maar niet. Pas na 66 dagen, waarvan de laatste doorgebracht worden in een luizig ondergronds hol, kunnen de bospartizanen hun gevangenen overdragen aan de geallieerden. Dan is er geen zichtbaar verschil meer tussen bewakers en bewaakten. Twee SS-ers, die geprobeerd hadden het verzetslegertje te infiltreren en trachtten de gevangenen tot opstand te bewegen, zijn, na overleg met de kapelaan, door de partizanen geexecuteerd.

Waarom de KP-ers krijgsgevangen maakten, is niet precies bekend. Een van de bospartizanen, J.W. van Hofwijk, publiceerde in 1982 in zijn boek Verzet. De 66 dagen van Baarlo (ter gelegenheid van de televisieserie opnieuw uitgekomen bij Becht als De partizanen) een document waaruit moet blijken dat de landelijke leiding van de KP's daar opdracht toe gegeven had. Maar het is geen eenduidig bewijs tegen baldadige overmoed. Evenmin valt een verband aan te tonen tussen de maatregelen die de Duitsers in het najaar van 1944 in Noord-Limburg tegen de burgerbevolking namen, zoals het oppakken van mannen om verdedigingsgreppels te graven, en de activiteiten van de bospartizanen.

In de verzetsgroep is sprake van enige wrijving tussen de hautaine noorderlingen en de gemoedelijke autochtonen. Deze tegenstelling is een van de thema's van de serie De partizanen, geregisseerd door de in Venlo opgegroeide Theu Boermans (Willemstad, 1950), die als artistiek leider van toneelgroep De Trust en regisseur van de speelfilm 1000 Rosen (1994) al blijk gaf van grote affiniteit met de warmbloedige, Middeneuropese authenticiteit van het leven achter Maas en Waal. De tegenstelling, die ook een rol speelde bij recente kwesties als de wateroverlast en de aanleg van een autoweg op de linker- of rechteroever van de Maas, wordt door de KRO gekoesterd. De beslissing tot het vervaardigen van deze dramaserie, die vier miljoen gulden zou gaan kosten, blijkt volgens Ton Verlind, adjunct-directeur van de KRO-televisie, bij de voorpremière in Cultureel Centrum De Maaspoort te Venlo afgelopen zondag mede ingegeven te zijn door (omroep)politieke motieven: “Met het belichten van de rol die katholieke Limburgers in het verzet gespeeld hebben, willen wij ook aangeven waar ons hart ligt: in ieder geval niet bij een nationale omroep, waarin ongetwijfeld een politieke en culturele elite uit de Randstad de toon zou aangeven.”

Houding van de kerk

De documentaire van Scheffer en Van den Bosch maakt overtuigend duidelijk dat het, tegen de verwachting in, de rooms-katholieke kerk was die vanaf het begin van de oorlog, onder meer door het organiseren van hulp voor neergestorte piloten en ontvluchte, vooral Franse krijgsgevangenen, leiding gaf aan het verzet in Limburg. De moedige houding van de kerk was ook een reactie op het feit dat de NSB voor de oorlog nergens zo veel stemmen kreeg (twaalf procent) als in die provincie. Het nationaal-socialisme werd door de kerk als een bedreiging beschouwd. Ook dat feit klinkt door in de documentaire.

Toen bekend werd dat de KRO een dramaserie zou gaan produceren over 'de bospartizanen', zoals ze nog steeds bekend staan in Limburg (op het laatste moment werd de titel van de serie veranderd, misschien omdat ze associaties opriep met 'boskabouters'), kwamen er veel telefoontjes binnen bij de omroep van verontruste Limburgers. Een oude mevrouw uit Baarlo belde geheel overstuur het Dagblad van Noord-Limburg: gingen ze nu helden maken van die schooiers, die met hun roekeloze gedrag een heel dorp in gevaar hadden gebracht?

Boermans en Blokker noemen hun fictie, wellicht ten overvloede, 'geen reconstructie', maar een dramatische interpretatie van de feiten. Er zijn personages en gebeurtenissen samengevoegd, er is geromantiseerd en verdicht. Toch heb ik de indruk dat De partizanen meer onthult over de drijfveren en de dilemma's van de hoofdpersonen dan de documentaire van Scheffer en Van den Bosch, waarin de voormalige partizanen nochtans zelf aan het woord komen. Hun defensieve zwijgzaamheid is boeiend, maar leert ons weinig anders dan dat ze over sommige dingen nog steeds niet goed praten kunnen. Dan werkt de quasi-documentaire raamvertelling van de dramaserie, zeer goed te vergelijken met de structuur van de eveneens door Blokker geschreven televisieverfilming van J. Voskuils Bij nader inzien, beter. Door ze woorden in de mond te leggen, wordt hun gecompliceerde omgang met het verleden - het zorgvuldig genuanceerde en gedramatiseerde hoofdthema van De partizanen - spannend en vanuit vele gezichtspunten (psychologisch, historisch, levensbeschouwelijk, regionalistisch) duidelijk gemaakt.

Misbel

Het is de KRO niet gelukt om Boermans een dramaserie te laten maken over katholieke helden die de Randstad trotseren. De katholieke zuil kan wel tevreden zijn over de scène waarin de kapelaan in het bos voorgaat in een eucharistieviering voor de partizanen, terwijl hun Duitse krijgsgevangenen blasfemische verwensingen roepen en KP-leider Hendrik (Huub Stapel, geboren in Tegelen) met de misbel in de hand de orde herstelt. Maar wie goed kijkt, kan in De partizanen een veel geraffineerder betoog over goed en kwaad ontwaren, waarin de duivel Nietzsche citeert en de partizanen en hun gevangenen niet alleen om praktische redenen tot elkaar veroordeeld zijn.

Vooral in het laatste van de elk ongeveer zeventig minuten durende delen van De partizanen krijgt de tragedie inhoudelijke allure. Tot dan toe imponeert vooral de vormgeving van het door Theo Bierkens gefotografeerde drama, dat meer aansluiting lijkt te vinden bij het eerdere werk van Blokker (een processie waarin wapens gesmokkeld worden, is de bourgondische variant op de Giethoornse boottochten uit Fanfare) dan bij de obsessies van Boermans met geweld en het menselijk tekort. Ook de scenariotruc om de tegenspraken in de herinnering aan wat vijftig jaar eerder gebeurde, te dramatiseren door scènes steeds een beetje anders te herhalen, werpt in het laatste deel definitief vrucht af. Dan krijgen we te zien wat Rokus (Rik Launspach), de noordelijke leider van de groep en enigszins gemodelleerd naar 'Paul' uit de documentaire, in de laatste uren voor diens executie met de SS-er Beck (Matthias Hermann) bespreekt, nadat we hem eerder alleen maar naar binnen hebben zien gaan in de als dodencel ingerichte schuur. Ze blijken het eens te zijn over hun afkeer van het dilettantisme van de verzetsgroep. Rokus herkent in Beck zijn eigen demonische kant, die hij wil uitdrijven. Maar om de nazi's te verslaan, moet hij wel zijn toevlucht nemen tot nazi-methoden. De groep kan alleen overleven als Beck geliquideerd wordt. Rokus leidt zelf het vuurpeloton. Deze keuze blijft de meest lucide partizaan de rest van zijn leven achtervolgen. Daarom wil Rokus ook geen contact meer onderhouden met de anderen, die elk jaar hun schuldgevoel in een herdenking 'ritueel verdrinken'. 'Als in een biecht', zegt Rokus, die eerder van zijn geliefde koerierster Els (Sylvia Poorta) te horen heeft gekregen dat katholicisme geen ziekte is: 'Bovendien worden we er als baby tegen ingeënt, dat heet dopen.'

Kanongebulder

De partizanen zal zeker niet de laatste dramaproduktie over Nederlands verzet en collaboratie in de Tweede Wereldoorlog zijn. Blokker en Boermans sluiten er wel een periode mee af, die ze lijken te willen markeren door nog een keer alle clichés uit de beeldenfabriek van verzet en oorlog te herhalen. De stroper-partizaan De Sjoester (Dirk Roofthooft) vrijt met de dochter van de waard (Tamar van den Dop) onder kanongebulder en roept: 'Laten ze ons nu maar doodschieten'. We herkennen de nobele verzetsstrijders uit noodzaak van De overval (1960), de bravoure van Soldaat van Oranje (1976), het opportunisme van Pastorale 1943 (1978) en de doodsangst van Het meisje met het rode haar (1981). De partizanen laat zich interpreteren als een pleidooi tegen plichtmatige, rituele herdenkingen. Aan het slot willen de oudere ex-verzetsstrijders in hun café in Baarlo samen naar het radioprogramma van Boermans luisteren. Het geluid wordt echter overstemd door de aankomst van een bus vol Duitse toeristen, klandizie die de huidige waard niet kan laten lopen. Dus willen ze naar het huis van De Sjoester (André van den Heuvel) gaan om daar te luisteren. Op dat moment komt Rokus (Cas Baas) binnen en zegt dat ze nergens naar hoeven te luisteren, want ze weten toch zelf het beste hoe het geweest is. 'Jij was altijd al de verstandigste', is nu het Limburgse antwoord, dat de KRO toch moeilijk kan interpreteren als het trotseren van de randstedelijke elite.