Rechtszaak Olvarit drijft Nutricia in het nauw

ROTTERDAM, 28 APRIL. Tientallen keren per jaar stuit de Inspectie Gezondheidsbescherming op overtredingen van de Nederlandse Warenwet, variërend van glassplinters in bier tot agressieve huidcrème en zure wijn. Maar net als bij een particulier die door rood licht rijdt, schikt justitie met de fabrikant bijna altijd in stilte. De beslissing van Justitie om Nutricia voor de rechter te brengen duidt erop dat er meer aan de hand is dan een bedrijfsongeval - na het negeren van de rode verkeerslichten schepte de fabrikant van babyvoeding een voorbijganger.

Het Openbaar Ministerie in Den Haag bevestigde gisteren dat Nutricia zich in september voor de rechter moet verantwoorden voor de gang van zaken rond de Olvarit-affaire. In november 1993 haalde Nutricia in Nederland en omringende landen miljoenen potjes babyvoeding terug, nadat in enkele monsters sporen van een ontsmettingsmiddel waren aangetroffen.

Advocaat mr. H.J.M. Harmeling van het kantoor Loeff Claeys Verbeke, die vaak in Warenwet-zaken optreedt namens fabrikanten, noemt de beslissing van het Openbaar Ministerie “opmerkelijk”. In zijn praktijk maakt Harmeling zelden mee dat een cliënt daadwerkelijk wordt vervolgd wegens overtredingen van de Warenwet. Overheid en fabrikant concentreren zich meestal op het snel terughalen van het produkt en het beperken van schade of gevaar voor de consument.

Bij een overtreding van de Warenwet - een economisch delict - is het betrokken bedrijf er alles aan gelegen om negatieve publiciteit te vermijden. In overleg met de Keuringsdienst van Waren, die fungeert als een opsporingsdienst, en de betrokken officier van justitie komt het vrijwel altijd tot een financiële schikking. Harmeling omschrijft de opstelling van de Keuringsdienst, tegenwoordig Inspectie Gezondheidsbescherming geheten, in dit soort zaken als “begrijpend en coöperatief”. Bij produktcalamiteiten die de afgelopen jaren het nieuws haalden - lekkende koelvloeistof in Iglo-maaltijden, benzeen in Perrier-bronwater - ging het Openbaar Ministerie niet tot vervolging over.

De meeste 'ontdekkingen' van de Inspectie komen nooit in de openbaarheid. Het feit dat fabrikanten steeds vaker uit eigen beweging schuld belijden via de media is vooral het gevolg van de nieuwe Wet Produktaansprakelijkheid. Producenten in Nederland zijn sinds 1990 in principe aansprakelijk voor schade of lichamelijk letsel ontstaan door gebruik van een gebrekkig produkt. Om mogelijke claims te voorkomen, melden fabrikanten veel sneller dan voorheen dat een foutief produkt op de markt is gekomen en laten zij het gewraakte produkt uit de winkels terughalen (recall). Zo haalde Albert Heijn recentelijk Argentijnse rode wijn van de markt, haalde Unilever blikken erwtensoep en gerookte worst uit de schappen en trok Procter & Gamble een variant van de huidcrème Oil of Olaz terug.

Nutricia heeft - zoals het draaiboek voorschrijft - steeds ronduit toegegeven dat de Warenwet was overtreden. Het feit dat Justitie desondanks Nutricia vervolgt, roept het vermoeden op dat er meer aan de hand is dan een ongelukje. Bij het terughalen van de potjes Olvarit in 1993 verklaarde Nutricia onmiddellijk dat het ontsmettingsmiddel via de vleesleveranciers in de potjes moest zijn beland. Het vermoeden was dat medewerkers van de slachterij in Gorinchem en bijbehorende snijderij in Strijen de reinigingsvloeistof Halamid te kwistig gebruikten bij het schoonmaken van tafels en messen. Er waren ook speculaties dat vlees in het ontsmettingsmiddel was gedompeld om het bacterievrij te krijgen. Die theorie leek ondersteund te worden door het gegeven dat besmette potjes uit diverse jaren werden aangetroffen.

Daarmee legde Nutricia de verantwoordelijkheid mede bij een ander bedrijf, terwijl het concern zèlf het boetekleed had kunnen aantrekken. Die mogelijkheid koos Heineken toen in augustus 1993 glassplinters werden aangetroffen in bier dat in een nieuw flesje werd verkocht. Weliswaar was de brouwer niet de producent van het flesje, maar Heineken was wel nauw bij de ontwikkeling ervan betrokken. Bijna 3,5 miljoen flesjes werden direct uit de handel gehaald. Daarmee was de kous af.

Directeur T.J.M. van Hedel van Nutricia Nederland zei gisteren dat zijn bedrijf er al rekening mee hield dat Justitie over zou gaan tot vervolging. Anderhalf jaar geleden werd duidelijk dat de Keuringsdienst van Waren in juni 1993 al gewaarschuwd had voor de aanwezigheid van het ontsmettingsmiddel Halamid in een potje Olvarit met varkens- of rundvlees. Dat werd door Nutricia aanvankelijk afgedaan als een 'incident', waarbij de Keuringsdienst zich liet sussen met de gedachte dat Olvarit een goede reputatie heeft op dit gebied. Maar Nutricia greep niet in bij de toeleverancier, hoewel die nagenoeg exclusief aan de fabrikant van babyvoeding leverde. Pas in november, na aandringen van de Keuringsdienst, werd het publiek gewaarschuwd voor de verontreinigde babyvoeding.

Juristen menen dat de trage reactie van Nutricia destijds een belangrijke overweging is voor Justitie om nu tot vervolging over te gaan. Daarbij weegt ook zwaar dat Nutricia in de zes jaar voorafgaand aan de Olvarit-affaire vijf keer eerder met justitie een schikking heeft getroffen om een rechtszaak wegens verontreiniging van produkten te voorkomen. In maart 1993 betaalde Nutricia vijfduizend gulden aan Justitie nadat een consument in een potje Olvarit metaalschilfers had aangetroffen.

De Olvarit-affaire sleept zich voort en dat is vervelend voor Nutricia dat er als fabrikant van gerenommeerde A-merken alles aan gelegen is om negatieve publiciteit te vermijden. De schade voor Nutricia, dat met zijn babyvoeding vrijwel een monopoliepositie heeft op de Nederlandse markt, is tot nu toe zeer beperkt. Maar de grote fabrikanten van babyvoeding in Europa, BSN, Nestlé, Heinz en Milupa, liggen op de loer. Toen blikjes Olvarit eind 1993 massaal van het schap werden gehaald nam de tot dan toe in Nederland onbekende Duitse fabrikant Hipp gretig de lege plaatsen op het schap in. En de Hipp-potjes zijn sindsdien niet meer verdwenen.