Partijleider Peking weg in corruptiezaak

PEKING, 28 APRIL. De machtige partijchef van de Chinese hoofdstad Peking is gisteren afgetreden in het kader van de corruptieschandalen die Peking al een tijdlang bezighouden.

Het gaat om Chen Xitong (65), die op een geheime plaats onder politiebewaking is gesteld. Chen was van 1983 tot 1993 burgemeester van Peking. Hij is vervangen door politburo-lid Wei Jiangxing, aldus het officiële persbureau Nieuw China. Wei is een rijzende ster in de partij. Eerder deze maand pleegde een vice-burgemeester van Peking, Wang Baosen, zelfmoord nadat een onderzoek was geopend naar zijn mogelijke betrokkenheid bij economische misdrijven, met name in de bouw. Wang was eerder een naaste medewerker van Chen. Nieuw China bracht Chens aftreden in verband met de zaak-Wang.

Chen, die nog lid blijft van het politburo van de communistische partij, is veruit het belangrijkste slachtoffer van een campagne van partijleider en president Jiang Zemin om de om zich heengrijpende corruptie aan te pakken. Jiang heeft gewaarschuwd dat corruptie een kwaad is dat de communistische partij de macht kan kosten.

Volgens diplomaten zou de val van Chen consequenties kunnen hebben voor de machtsstructuur na de dood van sterke man Deng Xiaoping (90). Zij wijzen op de mogelijkheid dat Chens vertrek het begin is van een werkelijke zuivering. Jiang heeft zich het laatste jaar ingespannen mensen uit zijn eigen machtsbasis Shanghai in de partij te promoveren. Een waarnemer in Peking meende dat Jiang nu “een enorme gok” waagt, ook al is Chen onder de bevolking impopulair en daarmee ogenschijnlijk een makkelijk doelwit. “Hij zou zijn hand dramatisch kunnen overspelen.” Chen is immers een medestander van premier Li Peng, een conservatief die net als Chen het neerslaan van de democratiseringsbeweging in juni 1989 van harte heeft gesteund.

Het aftreden van Chen werd door sommige inwoners van Peking verwelkomd. “Chen is zo impopulair dat de bevolking vuurwerk zou afsteken om zijn aftreden te vieren, als de autoriteiten vuurwerk niet hadden verboden”, zei een zakenman. Intellectuelen hebben niet vergeten hoe hard Chen zich in juni 1989 opstelde tegen de democratiseringsbeweging van de studenten in Peking. “Hij is een van de slagers van het Plein van de Hemelse Vrede”, aldus een intellectueel. Maar anderen betwijfelden of de regering de anti-corruptiecampagne werkelijk zal doorzetten. “De corruptie woekert van hoog tot laag”, aldus een kruidenier. “Onze harten zijn verkild.” (Reuter, AP)