Ophef over 'immorele' verrijking van familie Churchill met archief

LONDEN, 28 APRIL. Is het moreel aanvaardbaar dat de nazaten van een Britse staatsman een fortuin verdienen met de verkoop van diens archief? Was dat archief niet al voor een deel van de staat? En is een aankoopsom van 12,5 miljoen pond netto dan niet wat erg royaal als blijkt dat de auteursrechten niet eens inbegrepen zijn?

De aankoop van de 'Chartwell Papers', het oudste deel van het Churchill-archief, bestaande uit anderhalf miljoen documenten, heeft in Groot-Brittannië tot grote verontwaardiging en verwarring geleid. De Liberaal Democraten noemden de transactie die met geld van de nationale loterij bekostigd wordt “bijna obsceen”. Partijleider Paddy Ashdown verklaarde in het Lagerhuis dat de premier die de Britten door de oorlog heeft geleid “zich in zijn graf zou omdraaien” als hij wist hoeveel gemeenschapsgeld aan het bemachtigen van zijn papieren werd besteed. De Kamercommissie voor nationaal erfgoed besloot tot een onderzoek naar de manier waarop de opbrengst van de nationale loterij wordt verdeeld.

De 'Chartwell Papers' zijn maar een deel van het Churchill-archief. De na-oorlogse geschriften die de laatste twintig jaar van zijn leven bestrijken, had zijn weduwe al eerder geschonken aan het Churchill College in Cambridge. Maar ook van de 'Chartwell Papers' behoorde maar een deel aan de Churchill-familie toe. De overheid heeft staatsstukken altijd als gemeenschapseigendom beschouwd. Welk deel van de geschriften al bezit van de staat was, zal wel nooit meer blijken. Een al vijf jaar slepende procedure over deze kwestie tussen overheid en familie werd enkele dagen voor de verkoop gestaakt.

Premier Major verdedigde gisteren in het Lagerhuis de aankoop. Hij verzekerde dat het loterijgeld niet gebruikt is om documenten te verwerven die al gemeenschapseigendom waren. Hij zei dat het bij de transactie alleen om de persoonlijke papieren ging. Het Conservatieve parlementslid Winston Churchill, kleinzoon en belangrijkste erfgenaam van de Britse staatsman, herinnerde eraan dat zijn grootvader vlak na de oorlog bijna bankroet was. Bij wijze van financiële reserve voor zijn mannelijke erfgenamen heeft hij zijn archief destijds ondergebracht in een stichting.

Het Conservatieve parlementslid David Mellor, oud-minister van nationaal erfgoed, beklaagde zich er gisteren over dat de familie Churchill had gedreigd om het archief aan een buitenlandse universiteit te verkopen. Historici toonden zich gisteren opgelucht dat de collectie in zijn geheel voor Groot-Brittannië bewaard is gebleven. Wel spraken ze er hun verbazing over uit dat de familie aan elk citaat en elke foto die uit het archief wordt gebruikt, blijft verdienen.