Onderzoek naar misbruik voorkennis; Top Borsumij wijst beschuldigingen af

DEN HAAG, 28 APRIL. “Het is een technisch-juridisch verschil van mening, geen moreel geschilpunt.” Voorzitter mr. C. van de Putte van de raad van advies van Borsumij Wehry reageerde daarmee op de beschuldiging dat de bestuurders J. Noordam en A. van der Graaf privé op de beurs gehandeld hebben terwijl ze in het bezit waren van voorkennis. Gisteren maakte deze krant bekend dat justitie naar die transacties onderzoek verricht.

Op de aandeelhoudersvergadering van het Haagse handelshuis hielden de beide betrokkenen gisteren de kaken stijf op elkaar. “We willen door één mond praten” zei Van der Graaf na afloop. En die mond was die van Van de Putte.

Van de Putte gaf ten overstaan van de aandeelhouders toe dat het onderzoek van justitie zich onder meer richt op privé-transacties van beide bestuurders in warrants van het eigen bedrijf. Warrants zijn vergelijkbaar met opties en geven de beziter het recht op een later tijdstip aandelen tegen een vastgestelde prijs te kopen. Die warrants heeft het tweetal in de eerste week van december 1993 aangeschaft, terwijl er tegelijkertijd met de winstgevende handelsonderneming Stokvis werd onderhandeld over een overname. Op 20 december werd de overname wereldkundig gemaakt hetgeen onmiddellijk leidde tot een koerswinst van ruim 5 procent.

Een intern onderzoek naar de transacties en uitvoerig overleg met verschillende advocaten hebben Van de Putte tot de overtuiging gebracht dat er geen sprake is van misbruik van voorwetenschap. Van de Putte had dat eigen onderzoek ingesteld nadat de officier van justitie in Amsterdam zijn voorlopige bevindingen had overgelegd en aankondigde dat de Economische Controledienst (ECD) een onderzoek zou instellen.

Van de Putte betwijfelde zelfs of er sprake is geweest van transacties. Noordam en Van der Graaf hebben de warrants gekocht in de zogenaamde grijze handel, nog voordat de stukken officieel genoteerd werden aan de Amsterdamse effectenbeurs. Vandaar dat Van de Putte gisteren sprak over een juridisch- technische kwestie. Waarom die aankopen van warrants in de grijze handel geen morele implicaties hebben, maakte Borsumij gisteren niet duidelijk. Handel in niet officieel genoteerde effecten kunnen in principe immers tot net zoveel voordeel leiden als handel in gewoon genoteerde waardepapieren.

Eenzelfde juridische verdedigingswal lijkt Borsumij op te werpen bij een andere overtreding die door de beursautoriteiten is geconstateerd. Van de Putte ontkent ten stelligste dat Van der Graaf en Noordam de gedragsregels van de beurs (de modelcode) tegen handel met voorkennis hebben overtreden. Maar gisteren werd bekend dat de bestuurders zich in de ogen van de beurs schuldig hebben gemaakt aan het doen van verboden tegengestelde transacties in eigen aandelen.

Die zijn niet toegestaan omdat ze andere beleggers op het verkeerde been kunnen zetten. De Borsumij-bestuurders verkochten onder meer in december 1993 aandelen Borsumij en sloten daarna een zogenaamde premie-affaire af, ook bedoeld om later tegen een vastgestelde prijs de aandelen te kunnen terugkopen. Die premie-affaires maken evenmin deel uit van de officiële handel, dus Borsumij zal ook op dit punt vinden dat er geen sprake is geweest van een echte transactie.

Op de aandeelhoudersvergadering werd gisteren grote zorg geuit over de naam van het gerenomeerde handelshuis die vorig jaar al werd bezoedeld. Aandeelhouders brachten het faillissement van dochter Manudax in herinnering. Borsumij liet dat bedrijf failliet gaan, maar kocht een deel van de boedel via een andere dochter weer terug. Van de Putte erkende dat de negatieve publiciteit het bedrijf schade toebrengt. Maar zijn raad van advies staat vierkant achter “deze leden van de raad van bestuur die zo hebben bijgedragen aan de verbetering van de resultaten van Borsumij”. Even tevoren had Noordam meegedeeld dat de resultaten in het eerste kwartaal boven de reeds ambitieuze prognoses uit zijn gekomen.