Olympisch Netwerk lijkt paradijs voor sporters

PAPENDAL, 28 APRIL. Wouter Huibregtsen, voorzitter van de nationale sportkoepel NOC*NSF, presenteerde gisteren op Papendal vol trots het Olympisch Netwerk. Dat bestaat uit twaalf regionale steunpunten, die nauw met elkaar moeten samenwerken. Met als doel het scheppen van een optimaal klimaat voor het bedrijven van topsport.

De toespraak van Huibregtsen klonk de aanwezige topsporters als muziek in de oren. Het ploeteren in de marge lijkt voorbij, leve het Olympisch Netwerk. Een jong talent hoeft voortaan niet langer te verkommeren, maar kan direct naar het dichtstbijzijnde steunpunt. Daar gaan mensen aan de slag met de persoonlijke wensen van de sporter. Er is begeleiding op onder andere mentaal, medisch en studiegebied. Trainingsfaciliteiten en -methoden zijn ook ruimschoots aanwezig. Kortom: een waar paradijs voor de sporter, zo lijkt het.

Ard Schenk, lid bestuurscommissie topsport NOC*NSF, was de eerste die de euforie temperde. “Het voorgespiegelde plaatje is een ideaal beeld, zo ver zijn we echter nog lang niet”, relativeerde hij. “De steunpunten moeten samenwerken, hun aanwezige kennis bundelen en die niet voor zichzelf houden.”

Dat betekent volgens de voormalige topschaatser in de praktijk dat een trainer die bij voorbeeld vanaf de jeugd een pupil heeft begeleid, wellicht in een later stadium een stap terug moet doen, omdat anderen beter zijn. “Coaches en medici moeten leren hun ervaringen, positief of negatief, te delen met anderen. Steunpunten moeten ook niet een onderlinge wedstrijd willen houden wie de beste is. De begeleiding is voor de sporter en niet andersom.”

Badminton-speelster Astrid van der Knaap, thans ex-topsportster, beaamde de woorden van Schenk. “Sporters zijn eigenzinnig en dat botst wel eens met de begeleiding. Met de komst van de steunpunten kunnen sporters meer hun eigen weg uitstippelen. Het lijkt me een fantastisch tijdperk om talent te zijn: zij kunnen kiezen voor topsport.” (ANP)