Nederlandse firma's blijven hopen; Defensie-orders Turkije nog niet definitief van baan

ANKARA, 28 APRIL. De Nederlandse defensie-industrie heeft voor enkele miljarden guldens aan ijzers in het vuur in Turkije. Hoewel Turkije deze week officieel een defensieboycot tegen Nederland heeft afgekondigd, is dit overleg over bepaalde orders nog niet direct afgekapt. Maar mocht de politieke crisis tussen Ankara en Den Haag op korte termijn niet worden bezworen, dan moet - volgens betrokkenen in Nederland en Turkije - wel degelijk rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de Nederlandse defensie-industrie zekere orders misloopt.

De grootste orders waarover wordt onderhandeld tussen het Nederlandse bedrijfsleven en het Turkse ondersecretariaat voor de defensie-industrie zijn de levering door Fokker Aircraft van patrouillevliegtuigen, de bouw van patrouilleboten door de scheepswerf Damen in Gorkum, de modernisering van verouderde Turkse mijnenjagers door Hollandse Signaal en de levering van dieselmotoren door Stork Wârtsilâ in Zwolle voor mijnenjagers waarover door het Franse bedrijf DCN nu wordt onderhandeld met Turkije.

Een ander gigantisch project is de mogelijke bouw door de Koninklijke Schelde in Vlissingen van 6 M (multipurpose) fregatten. De werf heeft na berichten in de Turkse pers dat het bedrijf naast nog zes andere buitenlandse ondernemingen, door de Turkse marine als een potentiële leverancier wordt gezien, inmiddels verkennende gesprekken in Ankara gevoerd. Volgens een woordvoerder van de Koninklijke Schelde is met de bouw van een fregat een miljoen werkuren gemoeid.

Bovendien lopen ook de zogenaamde van-overheid-tot-overheid projecten op defensiegebied gevaar. De Turkse legerstaf beschikt over een eigen budget om de operationele gereedheid van het leger op peil te houden. Ingewijden menen dat het Nederlandse ministerie van defensie als gevolg van het embargo de voorgenomen levering van Hawk-missiles aan Turkije wel kan vergeten.

Volgens een donderdag uitgegeven verklaring van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken is de defensieboycot een gevolg van de oprichting op 12 april j.l. in Den Haag van het Koerdische parlement in ballingschap, dat door Turkije wordt gezien als een mantelorganisatie van de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die streeft naar een onafhankelijk Turks Koerdistan. Binnenskamers hebben Nederlandse diplomaten evenwel te horen gekregen dat de Turkse legerleiding uiterst geïrriteerd is over de uitspraak vier weken geleden van minister Van Mierlo van buitenlandse zaken dat hij geen toestemming zou geven voor de levering van militair materieel van Nederland aan Turkije zolang het offensief van het Turkse leger in Noord-Irak aan de gang is. Turkije meent dat Nederland zich hierdoor tot een “onbetrouwbare partner wat betreft de defensiehandel” heeft bestempeld, waardoor het voor het ondersecretariaat van defensie-industrie minder aantrekkelijk wordt om met het Nederlandse bedrijfsleven in zee te gaan.

Een woordvoerder van Fokker Aircraft bevestigde vanmorgen dat “er al een lange procedure loopt wat betreft de levering van patrouillevliegtuigen aan Turkije”. Over het aantal vliegtuigen en de financiële omvang van de order wenste hij in dit stadium geen uitspraken te doen. “We hopen dat de politieke crisis tussen Nederland en Turkije is opgelost op het moment dat in Turkije definitief beslissingen vallen over de aanschaf van de patrouillevliegtuigen.”

Een woordvoerder van de scheepswerf Damen onthoudt zich van commentaar, gezien het gevoelige karakter van de Turkse defensieboycot en het “aantrekkelijke karakter” van de order waarover wordt gepraat. De Koninklijke Schelde bevestigt dat Turkije mede is geporteerd van de Nederlandse fregatten, omdat het buurland Griekenland in de jaren zeventig twee S-fregatten heeft aangeschaft. Recentelijk, de laatste is in maart afgeleverd, heeft het eveneens drie gebruikte S-fregatten van de Nederlandse marine overgenomen.