Liever vegen dan stofzuigen

Eugène Savitzkaya: En vie. Uitg. Minuit, 92 blz. Prijs ƒ26,55.

Eugène Savitzkaya (1955) maakt deel uit van de groep jonge schrijvers die bij het Parijse uitgevershuis Minuit de fakkel hebben overgenomen van coryfeeën als Beckett, Sarraute en Simon. Savitzkaya, die in Luik werd geboren uit een Russische moeder en een Poolse vader, debuteerde in 1977 en schrijft behalve romans ook gedichten en toneelstukken. Savitzkaya's taalgebruik is eigenzinnig en beeldend. De ongerijmde wereld die hij in zijn werk oproept, ligt soms dichter bij die van de droom dan bij die van de werkelijkheid.

In En vie, zijn achtste roman, dwingt Savitzkaya zijn barokke verbeelding echter in het keurslijf van een wel heel weinig romanesk onderwerp: het dagelijks, huishoudelijk leven, het onbeduidende, dat wat elke dag moet gebeuren en elke dag weer terugkomt. Het blijkt een vruchtbare oefening, want de verbeelding die zich uiteindelijk toch niet laat kortwieken, zet het doodgewone onder spanning.

De ik-figuur in het boek, een schrijver, leidt zijn lezer rond in het enigszins vervallen huis waarin hij met zijn vrouw en twee kinderen woont en dat, omgeven door een grote tuin, in de heuvels bij Luik ligt. De rondleiding verloopt volgens een grillig patroon: de schrijver komt handen te kort voor de huishoudelijke taken die hem van de kelder naar de zolder, van de keuken naar de badkamer dirigeren.

Bindt de schrijver de strijd aan tegen het stof, dan verkiest hij de halfslachtige bezem boven de totalitaire stofzuiger, want die vluchtige vlokken stof zijn vaak het enige dat rest van een tijd die hij achteloos tussen zijn vingers door heeft laten glippen. Zeemt hij, in de avondzon, de ramen van zijn serre, dan 'baadt hij het licht zoals een moeder haar kind', wel wetend dat het niet mogelijk is alle onvolkomenheden weg te poetsen. Geeft hij de tuin na een hete dag water in het melkwitte licht van de maan, dan hoort hij hoe gretig de droge aarde het water opzuigt zoals zij ook in een niet al te verre toekomst zijn lichaam in zich op zal nemen.

Savitzkaya's ode aan het dagelijks leven is een subtiel afgewogen mengeling van veerkracht en melancholie. Hij laat zien dat alles wat we doen, onbegonnen werk is, een nooit eindigende en bij voorbaat verloren strijd tegen de tijd. Toch moeten we in die strijd te volharden, want het is een van de weinig manieren die we hebben om welbewust onze plaats in de kringloop der dingen in te nemen.