Knechtenlintjes worden nooit bazenlintjes

De jaarlijkse lintjesregen heeft onmiskenbaar stiekeme kanten. Vandaag was het weer zover, was het weer Sinterklaas voor volwassen Nederlanders. In iedere gemeente werden mensen onder valse voorwendsels naar plaatsen gelokt waar ze hun familie in het net aantroffen plus een functionaris met een ketting om en een doosje in de hand. De functionaris was de burgemeester, maar het ging om het doosje, want daarin zat het kleinood: de koninklijke onderscheiding.

De slachtoffers van deze ceremonie tonen zich ieder jaar blij verrast, een enkeling verbergt manmoedig teleurstelling als het niveau van de decoratie niet spoort met zijn eigendunk, en af en toe stelt iemand een daad: hij weigert.

Onderscheiden gaat niet zonder onderscheid, maar daaraan schijnt iets te gaan veranderen. De laagste onderscheidingen - de gouden, zilveren en bronzen medailles - worden vanaf volgend jaar vervangen door een nieuwe ridderorde: lid in de orde van Oranje-Nassau. En de gedecoreerden zullen niet langer overwegend man én ambtenaar zijn. Nee, vrouwen, allochtonen en vrijwilligers krijgen straks hun gerechtvaardigde deel. Sterker nog, iedereen die het verdient krijgt onder het nieuwe regime een onderscheiding.

Maar hoe gaat dat dan precies? Wie verdient wat? Krijgt de tuinman dezelfde onderscheiding als zijn baas? Wordt de portier van het departement even hoog als de secretaris-generaal? En ziet de gemeentebode zich gelijkelijk behandeld als zijn burgemeester? Nee, dat ligt iets ingewikkelder. Mensen worden straks beoordeeld naar hun prestaties en niet meer naar hun positie. Maar wat is een prestatie, en hoe onderscheid je die? Een select gezelschap met een ridderlijke naam, het kapittel voor de civiele orden, worstelt al geruime tijd met die vraag. Wie krijgt voor welke verdiensten welke onderscheiding en hoe regel je, dat het nog democratisch lijkt ook?

Met de afschaffing van eremedailles zijn de ergste feodale trekken uit het onderscheidingssysteem gehaald. Maar de instelling van een nieuwe ridderorde levert niet automatisch een grotere gelijkheid op. Het idee dat 'baas' en 'knecht' dezelfde onderscheiding zullen krijgen - nog afgezien of ze dat ook willen - is een illusie. Nu al zijn in Den Haag tegenkrachten actief om te voorkomen dat verheven burgers onder hun stand op de onderste tree van de onderscheidingsladder terecht komen. Zo wordt de nieuwe orde gemakkelijk een verzamelplaats van juist die mensen die vroeger genoegen moesten nemen met de vermaledijde medailles.

Wie echt verwacht dat het rangenstelsel volgend jaar definitief van de baan is, hij koestere de buitengewone editie van de Staatscourant van vandaag. De zestien zalmroze pagina's bevatten een prachtige staalkaart hoe een moderne maatschappij nog doortrokken is van rang- en standsverschil. Zo tref je Hare Majesteits ambassadeur alleen aan als officier Oranje-Nassau of ridder in de hogere orde van de Nederlandse Leeuw en vind je zijn butler, tuinman of chauffeur alleen bij de bronzen ere-medailles. Een beetje predikant is verder toch ook al gauw ridder, maar zijn koster, klokkeluider of ouderling moet het steevast met een zilveren medaille doen. En zo straalt de ongelijkheid je pagina na pagina tegemoet.

Wie van die ongelijkheid af wil, moet zich in Israël, India of Zweden vestigen. Die landen kennen geen decoraties voor hun burgers. Wie er daarentegen verzot op is, kan al heel goed in België terecht. Daar strooien ze ongeveer met lintjes. Wie in eigen land echte gelijkheid zoekt, moet naar de bajes (na een veroordeling is een lintje taboe) of naar het kerkhof (na overlijden wordt een lintje ingenomen). En degenen die ondanks alles toch een onbedwingbare Brustschmerz houden, zij wachten geduldig af of ze volgend jaar rond Koninginnedag onder valse voorwendsels naar een gemeentehuis worden gelokt. Hun geluk zal geen grenzen kennen.