Jazz is volwassen

Barry Kernfeld (red): The New Grove Dictionary of Jazz. MacMillan, 1360 blz. Prijs ƒ 79,10.

Toen in 1988 de eerste druk van The New Grove Dictionary of Jazz verscheen, glom de jazzwereld van trots; een chic naslagwerk in twee delen met tezamen 1360 pagina's, een beter bewijs dat de jazzmuziek volwassen was, viel nauwelijks te leveren. De Dictionary verklaarde niet alleen een groot aantal begrippen maar bood ook een compacte geschiedenis van de jazzmuziek, uitleg over de verschillende stijlen, 100 muziekvoorbeelden, meer dan 200 foto's en tekeningen, en een veelvoud daarvan aan biografieën van musici, dood en levend. The Encyclopedia of Jazz van Leonard Feather uit 1955, later twee keer uitgebreid, viel er bijna bij in het niet. Toch kende ook de Grove zijn omissies: nieuwe stromingen en jonge musici waren maar mondjesmaat vertegenwoordigd, zo ook alles wat niet uit Amerika of Engeland kwam.

Bij deze integrale herdruk wegen die inhoudelijke bezwaren nog zwaarder, omdat we inmiddels zes jaar verder zijn. Naar saxofonist John Zorn, trompettist Wallace Roney en de Franse klarinettist Louis Sclavis bijvoorbeeld is het tevergeefs zoeken, terwijl dode helden als Dizzy Gillespie en Miles Davis, nog als levend te boek staan. Een bijkomend nadeel van deze editie in één band is de doordruk die de pagina's geven door het gebruik van lichter papier. Dit alles wordt echter ruimschoots gecompenseerd door de onwaarschijnlijk lage prijs, nog geen tien procent van die van destijds. Terwijl ook deze Grove gevat is in een heel degelijke band.