In het nette pak door het puin van Kibeho

KIBEHO, 28 APRIL. De Rwandese president Pasteur Bizimungu trekt zijn nette schoenen uit en verwisselt ze voor hoge kaplaarzen. Hij stapt op de meterhoge afvalberg van gescheurde kleren, resten keukengerei, schimmelend voedsel, kapotte radio's en andere voorwerpen. De berg rotzooi reikt honderden meters ver, tot over de heuvels waarover het kamp Kibeho, zaterdag toneel van een slachtpartij door het leger onder Hutu-ontheemden, zich uitstrekt. De president waadt naar het eerste massagraf. “Hoeveel liggen er hier”, vraagt hij aan de Britse majoor Marc Cuthbert-Brown van de VN-macht UNAMIR. “Ongeveer 40, denk ik”, antwoordt de Brit. Bizimungu roept een groepje Rwandese regeringssoldaten die met fonkelnieuwe scheppen komen aanlopen. “Graven, graven!”, gebiedt hij hen. Een uur later liggen er inderdaad zo'n veertig lijken in de modder: vrouwen, kinderen, oude mannen en twee baby's.

“Op deze manier zullen we nóóit de waarheid van het bloedbad in Kibeho te weten komen”, zegt majoor Cuthbert-Brown als hij zich buiten gehoorafstand van de president begeeft. Bizimungu heeft zojuist de ambassadeurs die uit de hoofdstad Kigali naar Kibeho in het zuidwesten van Rwanda zijn gekomen, beloofd dat er een onafhankelijk internationaal onderzoek zal worden ingesteld naar de gebeurtenissen van vorige week zaterdag. Onder andere Nederland nodigde hij uit een expert te leveren voor deze onderzoekscommissie. Ook de medische hulporganisatie MSF-International inviteerde hij deel te nemen aan het onderzoek. Het hoofd van de VN-missie in Rwanda, Shaharyar Khan, zei vervolgens in een dankwoord te hopen dat er geen strafmaatregelen tegen de Rwandese regering worden genomen alvorens het resultaat van het onderzoek bekend is. België heeft een groot deel van zijn hulp aan de regering opgeschort na de slachtpartij in Kibeho en ook Nederland trok consequenties wat betreft de rechtstreekse hulp aan de Rwandese overheid.

Bij het volgende massagraf - “hier liggen er ongeveer 150” - zegt Cuthbert-Brown tegen de president: “Er zijn veel individuele graven over alle vijf heuvels van het kamp verspreid. Door alleen naar de massagraven te kijken komen we nooit het ware aantal slachtoffers te weten. We moeten een grondig onderzoek instellen”. Bizimungu reageert onmiddellijk: “Nee, nee, vandáág nog wil ik het juiste aantal weten”.

Bizimungu sprak vorige week over 300 doden, UNAMIR houdt het nu op 2.000 terwijl hulpverleners ter plaatse vasthouden aan een aantal tussen 4.000 en 10.000. Cuthbert-Brown slikt en zegt, op veilige afstand van de president, op verwijtende toon: “de regering zal zoveel lijken vinden als ze wil vinden”. Honderden lijken zijn volgens ooggetuigen in de 2.000 diepe latrines van Kibeho gegooid.

Terwijl Bizimungu verder loopt door de puinhoop die Kibeho is, probeert een groep ambassadeurs de laatste bewoners te overreden het kamp te verlaten. Tussen de paar stenen gebouwtjes van Kibeho zijn nog tussen de 1.000 en 2.000 Hutu's achtergebleven, vooral vrouwen, kinderen en oudere mannen. Volgens de regering hebben ze wapens. Een varkenshok is een vijfsterrenhotel vergeleken bij de rottende puinhopen waarop deze uitgeputte mensen tussen de verse uitwerpselen bivakkeren. Twee dode benen steken boven de rotzooi uit. Een kindje zit een meter verderop op zijn duim te zuigen.

“Jullie moeten hier weg, anders sterven jullie hier!”, roept de Duitse ambassadeur August Hummel. “Wij garanderen jullie veiligheid.” De kampbewoners beginnen nu druk te gebaren. “Nee, nee”, roepen ze, “het regeringsleger zal ons doden. U weet toch wat hier vorige week is gebeurd?” De ambassadeur probeert het opnieuw: “Laat dan in ieder geval jullie kinderen gaan, jullie zullen hier anders allemaal sterven.” Een oude man schreeuwt terug: “We willen hier sterven”.

Enkele vrouwen laten zich niet storen door de aanwezigheid van de groep nette heren tussen de stinkende rotzooi. Zij blijven in de bijbel lezen en prevelen onverstaanbare woorden. VN-gezant Khan gaat nu een poging wagen: “Neem de stap, kom en ga in de vrachtwagens die voor jullie klaar staan”, spreekt hij door een megafoon, “neem de stap en kom naar voedsel, water en medische zorg”. Er volgt geen reactie. Dan roept een man: “Waar waren de VN-troepen toen wij hier werden uitgemoord? Jullie deden niks, hoe kunnen we jullie nu vertrouwen?”

De Duitse ambassadeur neemt een vrouw bij de hand die twijfelt of ze zal meegaan. “Maar ze doden ons in onze dorpen als we teruggaan”, zegt ze. Twee mannen gebieden haar te blijven. Ze rukt zich los uit de handen van de Duitse gezant. “Nu word je hier vannacht vermoord door je eigen mensen, omdat je liet blijken dat je weg wilde. Nu móet je dus wel mee”, waarschuwt de Duitser, maar de vrouw is niet te overreden. De Duitse ambassadeur werpt zijn handen in de lucht.

Aan het eind van de middag heeft een klein groepje van misschien tien Hutu's zich verzameld in de buurt van de gereedstaande auto's. De andere honderden blijven achter, zonder voedsel en water, sommigen gewond en allen uitgehongerd. Het regeringsleger wil hen in de komende dagen met geweld gaan verwijderen.