Hulp aan Koerden: doos van Pandora

Nu het grootste deel van de Turkse invasiemacht zich deze week over de grensrivier Habur uit Irak terugtrekt, is de internationale spanning over deze interventie gedaald. Hoezeer de bondgenoten ook de Turkse zorg delen dat de Turkse staat wordt geamputeerd als hij zich niet krachtdadig tegen het separatistische geweld van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) verweert, de opmars over de Habur was volkenrechtelijk toch een brug te ver. Vooral van Amerikaanse kant, maar ook van Duitse zijde, was erop aangedrongen de grootscheepse operatie niet al te lang voort te zetten.

Wat de interventie de Turken militair heeft opgeleverd, blijft voorlopig onduidelijk. Koerdische bronnen wijzen erop dat de naar de Koerdische vrijplaats in Noord-Irak uitgeweken PKK-militanten het vuurcontact zoveel mogelijk hebben vermeden met als gevolg dat hun uitvalsbases op Iraaks grondgebied voor gewapende actie in Zuidoost-Turkije gemakkelijk kunnen worden hersteld. Voor de Turken zou dit weer aanleiding kunnen zijn uit overwegingen van preventie een beperkte buffermacht in het gebied achter te laten. Internationaal zal daar wel begrip voor bestaan.

De Turkse Koerdenpolitiek heeft intussen een paar haarscheuren opgelopen. Het ultimatum van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa heeft in Turkije weliswaar een woede-uitval veroorzaakt, met het oog op de aanstaande behandeling van de Turks-Europese douane-unie in het Europese parlement is die uitspraak voor Ankara toch een teken aan de wand. Dichterbij heeft de interventie schade berokkend aan de verhouding met de Iraakse Barzani-Koerden die tot dusver bereid waren gebleken de manoeuvreerruimte voor de PKK niet al te veel te laten uitdijen. Onbeheerst optreden van Turkse eenheden tegen Iraaks-Koerdische dorpelingen heeft de onderlinge betrekkingen beschadigd.

Achter de schermutselingen gaat een internationaal zowel als een regionaal vraagstuk schuil die elkaar versterken. Op humanitaire gronden is voor de Iraakse Koerden een internationaal verzekerde 'veilige haven' gecreëerd nadat zij in de nadagen van de Golfoorlog door Saddam Husseins elitetroepen dreigden te worden uitgemoord. Vervolgens hebben de internationale toezichthouders toegestaan dat er in het gebied verkiezingen werden gehouden die resulteerden in een Koerdisch parlement en een voorlopige regering. Dat hier de kiem van een onafhankelijk Koerdistan ontstond, werd verdonkeremaand met de stelling dat het om een voorlopige constructie ging die straks, als de toestand zich zou normaliseren, automatisch zou opgaan in een pluralistisch Irak. De spanning tussen de praktische autonomie op humanitaire gronden en het internationale dogma van de etatistische integriteit was van tijdelijke aard.

Zelfs binnen de Iraaks-Koerdische verhoudingen is de constructie onhoudbaar gebleken. Twee Iraaks-Koerdische groeperingen, die van Barzani en van Talabani, zijn elkaar in de haren gevlogen. Talabani heeft vervolgens het regeringscentrum Erbil veroverd waarna het Koerdische parlement en de voorlopige regering in alle windrichtingen zijn uiteengespat. Talabani heeft bovendien de laatste tijd binnen zijn territoir Iraanse invloeden alle ruimte gegeven.

De internationale humanitaire aanpak van het vraagstuk van de Koerden in Irak blijkt zo een doos van Pandora te hebben geopend. De Koerdische burgeroorlog maakt niet alleen van het Koerdische onafhankelijkheidsstreven een farce nog voor het goed en wel op de kaart is gezet, de broederkrijg verwijst een eventuele ruimere Iraakse verzoening en het ontstaan van een pluralistisch Irak, dat in Amerikaanse ogen een regionaal tegenwicht zou kunnen betekenen voor het regime van de Iraanse ayatollahs, naar een verre toekomst. Bovendien heeft het conflict grond gegeven aan de Turkse beschuldiging dat de internationale gemeenschap een toestand van anarchie heeft laten ontstaan waarvan de PKK ruim gebruik heeft gemaakt, daarmee een alibi scheppend voor de Turkse inval in Barzani-gebied.

Maar burgeroorlog of geen burgeroorlog, voor het eerst in hun geschiedenis hebben de Koerden dank zij hun autonomie in Irak het gevoel gekregen dat een onafhankelijk Koerdistan meer is dan een droombeeld. En gezien het feit dat de overgrote meerderheid der Koerden in Turkije woont is het nagenoeg ondenkbaar geworden dat deze meerderheid van een nationale verrijzenis uitgesloten zou blijven. Dat mag dan ook als de diepere betekenis worden beschouwd van het onlangs in Den Haag geïnstalleerde Koerdische parlement - dat in geheime verkiezingen tot stand zou zijn gekomen.

Het ziet er naar uit dat de PKK van haar wijde vertakkingen in de Koerdische diaspora in Europa gebruik heeft gemaakt om een poging te wagen de nieuwe gegevens uit te buiten. De burgeroorlog tussen de Iraakse Koerden heeft de positie van de traditionele Iraaks-Koerdische strijdgroepen onder uitgeweken Koerden niet versterkt. De PKK daarentegen is in Europa aanwezig, suggereert anders dan de Iraaks-Koerdische commando's het clanstadium te zijn ontgroeid en biedt de Koerdische diaspora een alternatief. De PKK strijdt bovendien tegen 'vreemde', want Turkse overheersing. De Turkse invasie en de Turkse ontsporingen jegens Iraakse Koerden hebben de PKK verder in de kaart gespeeld.

Maar de 'internationalisering' van de Koerdische beweging zoals die in het 'Haagse parlement' tot uitdrukking is gebracht, brengt ook zo zijn beperkingen met zich mee. De PKK is er in de afgelopen jaren meer en meer toe overgegaan de Turkse gemeenschappen in Europa, zeker in Duitsland, als doelwit in haar strijd tegen de Turkse staat te betrekken. Dat, en haar willekeurige gewelddaden in Turkije zelf, ook tegen Turks-Koerdisch gemeenschappen daar, bestempelen de beweging tot een terroristische groepering. Reden waarom zij in Duitsland is verboden.

De Koerdische beweging als zodanig heeft in Europa een zeker krediet verworven, zoals uit de reacties destijds op Saddams moordpartijen mag blijken - ook al zullen Europese regeringen hier niet verder gaan dan het onderstrepen van de internationaal vastgelegde rechten voor minderheden in bestaande staten. De bereidheid van de Nederlandse autoriteiten om de Koerden tegen Turks verzet in hun Haagse bijeenkomst te gunnen, was daarvan een voorbeeld. Maar elke relatie met (internationaal) terrorisme zal uitgesloten moeten zijn, wil er van de algemene sympathie iets overblijven.